Home » Archief » ‘Jouw kop bevalt me niet’


[12.02.2006]

‘Jouw kop bevalt me niet’

Peter Breedveld

Iris1 (251k image)
Iris, getekend door Thé Tjong Khing

Weinig Nederlanders van boven de dertig zijn níet opgegroeid met de verhalen van Lo Hartog van Banda, die op 2 februari op 89-jarige leeftijd overleed. Sinds de vroege jaren vijftig schreef Banda strips en televisieprogramma’s die door miljoenen werden gelezen en bekeken: Koning Hollewijn, Panda, Tom Poes, Arman en Ilva, Tita Tovenaar en De Bereboot.

Twee jaar geleden had ik het voorrecht de man te interviewen. Het was een zeer plezierig gesprek met een uitermate sympathieke, innemende en rebelse man. Banda heeft een wonderlijk en avontuurlijk leven geleid. Hij ontroerde me toen hij over zijn vrouw begon te praten – die was een paar jaar eerder overleden – en in tranen uitbarstte.

In pretpark De Efteling speelt op dit moment de Tita Tovenaar musical, waaraan hij in 2004 nog hard werkte. Het was een beetje vreemd om tegenover de man te zitten die een belangrijk deel van mijn jeugd heeft ingekleurd. Hij leek het naar zijn zin te hebben. Hij praatte vrijuit en bleef me maar Cognac aanbieden. “Kom gerust nog eens langs!” zei hij bij het afscheid. Ik heb hem later nog eens gebeld, maar toen was hij niet erg helder. Hij leek zich mij niet meer te herinneren.

banda (16k image)

“Ik heb niet altijd geschreven. Ik was eerst op de tekenacademie, maar toen overleed mijn moeder en het waren de crisisjaren, een trieste tijd. Toen ben ik op de bonnefooi naar Indië gegaan. Ik had net genoeg geld om als tussendekspassagier op een Japanse schuit daarheen te komen. Nu wilde de Indische regering niet dat daar armoedige blanken kwamen wonen, dus je kreeg alleen een status als je vanuit Nederland was uitgezonden.

Op Sumatra kreeg ik een baan als chef van de advertentieafdeling van de Deli Courant. Dat ging heel goed. Op een geven moment had ik een idee voor een advertentiepagina. Een soort kwaliteitswijzer in de vorm van een cirkel voor als je bijvoorbeeld een kapper zocht, dan vertelde die kwaliteitswijzer waar je moest zijn. Dat betekende een hele krantenpagina vol advertenties, waarmee de advertentie-inkomsten met twintig procent omhoog gingen. Daar maakte ik indruk mee.

Maar het hoofd van de drukkerij hield dat tegen, die zei dat het druktechnisch niet kon. Van tevoren had ik bij een inlander echter al informatie ingewonnen over hoe je dat aanpakte en die had me uitgelegd dat het wél kon. Nou, toen had ik het gedaan! Op het advies afgaan van een inlander, dat ook nog eens tegengesteld was aan het oordeel van de blanke chef. De redactie was huiverig, maar toen slaagde mijn ploegje erin die cirkel op die pagina te krijgen. We hadden de hele nacht doorgewerkt. De volgende dag stond het er op en ik kreeg promotie. Ik wees er op dat mijn ploeg ook hard aan die pagina had gewerkt, maar toen werd me ingepeperd dat ik me niet zo veel met die inlanders moest inlaten, ik was toch geen communist?

Toen ik naar Java verhuisde om daar voor dezelfde krant te werken, werd ik aangehouden door de Indische Veiligheidsdienst, die me ervan beschuldigde met mijn mandoer daar de boel op stelten te hebben gezet. Ik werd verhoord en toen bleek er een staking te zijn uitgebroken bij de afdeling in Sumatra, daartoe ik hebben aangezet. Omdat er een Japanse invasie dreigde, werd ik als antikoloniaal gedetineerd in Fort Ngawi, samen met een heleboel NSB-ers en andere staatsgevaarlijken.

Ngawi (21k image)
Fort Ngawi

Ik ben daar in opstand gekomen met vijf anderen. We hebben matrassen in brand gestoken. Ik werd overgeplaatst naar een gevangenis, waar ik in hongerstaking ging. De eerste week was moeilijk, daarna voelde ik me zweverig, niemand kon me wat doen. Toen ging de dorst toeslaan en dat is verschrikkelijk. Een inlandse bewaker gaf me wel sigaretten, omdat ik zijn volk had geholpen, zei hij.

Op een geven moment hoorde ik van die bewaker dat de Japanners kwamen en ben ik weer gaan eten. Dat gaf ook consternatie bij de autoriteiten, dat ik ging eten terwijl de Japanners in aantocht waren. Hoe wist ik dat? Toen was ik dus dúbbel staatsgevaarlijk. Uiteindelijk werd ik op transport gezet, in een kooi op een schip, samen met honderdvijftig andere staatsgevaarlijken.

Het was de bedoeling dat we naar Australië zouden gaan maar toen kwam de Slag om de Javazee en moesten we uitwijken. Aanvankelijk naar Kaapstad, maar een ander schip met Duitse gevangenen was daar in de buurt getorpedeerd. Dat zou met ons ook zijn gebeurd, en de kapitein had de opdracht ervoor te zorgen dat we tijdens de reis nooit uit dat schip zouden komen. Toen zijn we eerst richting Curaçao gegaan, maar daar waren duikboten en toen werd het Suriname.

jodensavanne (17k image)
De Jodensavanne in Suriname, waar Banda met 145 andere ‘staatsgevaarlijke’ Indiërs werd geïnterneerd.

Onder de Surinamers werd het heel anders. Als ik naga hoe de hele wereldtoestand was en hoe degenen, die in Indië waren achtergebleven, onder de Japanners zaten, is mijn tijd in Suriname het beste wat me kon overkomen. We moesten daar werken, ik moest houthakken, bomen sjouwen. Ik was op een geven moment behoorlijk sterk, kon tweeënhalve keer mijn eigen gewicht dragen.

Ik kon ook pijn weghalen met mijn handen. In Indië was een blanke fakir. Die demonstreerde bij een meisje hoe hij haar hand omhoog kon trekken door er met zijn eigen hand boven te zweven. Ik vond dat heel interessant, demonstreerde bij een meisje wat ik had gezien en toen ging haar hand ook omhoog! En bij anderen lukte dat ook. In Suriname was een ernstige ischiaspatiënt die ik kon helpen. Op de Savanne woonden indianen die ons aanvankelijk meden, maar toen ik een ziek jongetje had geholpen werd ik regelmatig bij zieke indianen gehaald. Bij die indianen werkte het veel sterker dan bij andere mensen. Bij hen kwam de ziekte ook nooit meer terug.Ik denk niet dat ik genees. Ik denk dat mensen zichzelf genezen. We hebben allemaal een enorme weerstandskracht die we niet gebruiken. We zijn tegenwoordig zover van de natuur af dat we niet meer die gaven gebruiken die je in de jungle nodig hebt om te overleven. Dat zag je nog wel bij die indianen.

foto-gevangen2 (15k image)
Gevangenen in de Jodensavanne

Toen de oorlog was afgelopen, zaten ze in Suriname met ons in de maag. We waren opgepakt zonder aanklacht, omdat ze ons gevaarlijk vonden. Terug in Nederland ontmoette ik mijn vrouw, we trouwden, ze verwachte een baby. Ik wilde graag verhalen schrijven maar als je een verhaal schreef voor een blad, dat had in Nederland zulke kleine oplagen, kreeg je er vijfentwintig gulden voor. Daar kon je een gezin niet van onderhouden. Toen heb ik maar bij een verzekeringsmaatschappij gesolliciteerd en ben ik verzekeringswiskunde gaan studeren. In vrij korte tijd heb ik daarvoor het examen gehaald maar toen dacht ik: nu is mijn leven bepaald. Ik sta op een tweesprong, wat nu? Ik wilde toch eigenlijk liever schrijver worden. Ik kwam op kantoor kwam, waar iedereen me feliciteerde en toen heb ik meteen ontslag genomen en ben ik gaan schrijven. Verhalen over van alles, kerstverhalen ook vooral.

Ik heb veel banen gehad, de enige baan waarin ik faalde, was als journalist. Toen ik net in Nederland was, dacht ik: ‘Schrijven is schrijven’. Ik ging als journalist werken bij een conservatief katholiek weekblad. Het was de tijd van de politionele acties en de hoofdredacteur vroeg me toen de straat op te gaan, om meningen te peilen van mensen in de straat. Die meningen kreeg-ie. Mensen zeiden dat ze zelf jarenlang onder een bezetting hadden geleefd, en dat Nederland die mensen daar in Indië met rust moest laten. Ik sprak alleen één militair die vóór de politionele acties was. Die hoofdredacteur zei dat als hij de straat op was gegaan, het een ander verhaal was geworden. Ik zei: ‘Je hebt een verkeerde opdracht gegeven. Je had me moeten vragen eens een fijn leugenverhaal te schrijven over wat de mensen van de politionele acties vinden’. ‘Je toon bevalt me niet’, zei hij toen en ik zei: ‘Jouw kop bevalt me niet’. Nou, toen lag ik er uit.

hartogvanbanda_foto2 (19k image)

Ik ben toen gaan solliciteren bij de Toonderstudio’s, de tekenstudio van Marten Toonder. Ik was op het idee gekomen doordat ik voor een West-Friese uitgever een jongensboek had geschreven. Maar de uitgever schreef me dat de verkoop bedonderd was, omdat volgens hem de markt werd verpest door stripverhalen. Ik had echter in de bibliotheek gezien dat er voor mijn boek een wachtlijst bestond van mensen die het wilden lenen. Dat schreef ik die uitgever, waarop hij terugschreef: ‘Bibliotheken, nóg een reden dat de verkoop zo bedonderd is’. Ik heb het boek later nog eens gelezen, het heet De wonderlijke lamp, een slecht geschreven boek, in een opgewonden stijl. De critici wilden het niet bespreken, zei de uitgever, omdat ze vonden dat het te sensationeel was, het leek te veel op strip. Nou, ik had nog nooit een strip geschreven en besloot me daar op te storten.

Mijn eerste strip was voor een vakblad voor horlogemakers, daar ben ik mee naar Toonder gegaan. Voor Toonder schreef ik onder andere Koning Hollewijn , voor de Telegraaf. Die krant kon niet hebben dat ze Tom Poes kwijt waren en moest en zou een Toonderstrip hebben. Hollewijn is een typische creatie van mij. Een koning die zat te niksen en zich allerlei wijsgerige dingen afvroeg. Ik kwam op het idee toen ik moeite had te beginnen met een verhaal. Ik zat maar na te denken en kwam tot de conclusie dat iemand die teveel nadenkt, nooit tot handelen komt. Zo ontstond Hollewijn. Daar moest natuurlijk een tegenhanger voor zijn, het jonge meisje Wiebeline Wip. De verhalen rond deze personages ontstonden vanzelf. Als je een verhaal maar zit te plotten wordt het zo droog als wat. Wat je als schrijver nodig hebt zijn een paar goede figuren, dan schrijft het verhaal zich vanzelf.

Bij Toonder probeerde ik altijd allerlei dubbele bodems in de verhalen te bouwen. Dingen die niet werden getekend, maar die je vóelde. Kleine filosofietjes en zo. Toonder wordt daar altijd veel om geprezen, maar in interviews noemt hij mij praktisch nooit. Of dat steekt? Eigenlijk niet. Toonder zei wel eens in een interview dat hij alles zélf deed. Dat zaten we in de studio toen met zijn allen te lezen en zelf was hij daar nog het meeste mee verlegen. Maar ach, we besloten daar niet moeilijk over te doen. Laat die man zijn lol hebben.

Laatst, bij uitgeverij De Bezige Bij, werd het eerste album van Dick Matena’s stripbewerking van De Avonden gepresenteerd. Matena had me uitgenodigd en Toonder was er ook. We werden als twee oudjes bij elkaar gezet en toen merkte ik dat het Toonder niet zo lekker zat dat ik nog volop in bedrijf ben. Er werd steeds naar de musical gevraagd, Toonder zat er toen wat verloren bij.

Ilva1 (95k image)
Arman & Ilva, getekend door Thé Tjong King

Voor de televisie begon ik al in 1952, voor de VPRO. Ik werd door regisseur Joes Odufré gevraagd een tv-stuk voor kinderen te schrijven. Nu had ik nog nooit tv gezien behalve in winkeletalages. Van die kleine ruitjes waren dat. Ik dacht, ‘Hoe krijg je daar in vredesnaam een verhaal op?’ Ik besloot dat je het zo dicht mogelijk bij de kinderen moest brengen, alsof ze werden voorgelezen. De eerste voorlezer was Henk van Ulsen, die had een boek, Er was eens.., dat hij opensloeg en dan zag je het eerste plaatje, dat dan levend werd. Ik schreef een kerstverhaal, mijn schoonvader schreef er de muziek voor. Daar won ik een prijs voor, van de Telegraaf.

Ik heb voor de televisie ook twee jaar lang een Tom Poes-serie geschreven, met poppen. Dat is wel grappig, Toonder keurde altijd eerst mijn verhalen en één keer had-ie ergens iets toegevoegd dat catastrofaal uitpakte. Dat ging om een scène met een tovenaar en een toverketel. Toonder had geschreven: hij roert in die ketel. Het was een directe televisie-uitzending, en dat roeren ging moeilijk. Toen viel die pot om en was het vuur waarop de pot stond plotseling een gloeilamp, waardoor alle geheimzinnigheid naar de kloten was. Toonder heeft zich er daarna nooit meer mee bemoeid.

Televisie is bijna hetzelfde als een balloonstrip. Ik schreef er altijd op dezelfde manier voor, net als bij strips beschreef ik links van het blad het beeld en rechts de dialogen. Alleen met het schrijven van de musical ben ik daarvan afgestapt

Na de Toonderstudio’s heb ik voor een reclamebureau gewerkt, als copywriter. Daar ben ik twee jaar gebleven, totdat het gezeik daar me de keel ging uithangen. Dan moest ik bijvoorbeeld een slagzin maken voor een wasmiddelreclame: ‘Andy vernieuwd; je ziet het bij de eerste drup’. Dat moest dan ‘drop’ worden en dan zei ik: is het niet beter om drup te gebruiken, anders krijg je misschien verwarring. Nee, nee, dat moest drop zijn want drop is dikker, drup is te dun. Dat soort geouwehoer had je voortdurend. Het verdiende wel goed, twee keer zoveel als bij Toonder. Maar ik wilde schrijven.

argonautjes1 (162k image)
De Argonautjes, getekend door Dick Matena

Voor het stripblad Pep schreef ik veel series, onder andere De Argonautjes , getekend door Dick Matena. Net als Asterix was De Argonautjes gebaseerd op een periode uit de klassieke oudheid, maar ik veroorloofde me veel meer vrijheden. Ik zette bijvoorbeeld de Cycloop op de route van de Argonautjes en dan maar afwachten wat er gebeurt.

Matena was toen een soort jeugdige Uderzo. Hij heeft Castor en Pollux verzonnen, de twee kleine krachtpatsertjes waar De Argonautjes uiteindelijk om draaide. De uitgever van Pep vond het maar niks. Maar Matena had nogal een reputatie. Als je tegen hem zei dat iets niet goed was, zat-ie meteen bovenop je. Ik had nooit problemen met hem. Misschien omdat ik zelf de naam had er meteen op te slaan. Op de Amsterdamse Herengracht werd ik eens lastig gevallen door drie nozems, waarvan ik er één een geweldige lel gaf. Hij vloog zowat de gracht in.

Ideeën heb ik altijd gekregen op het moment dat ze er moesten zijn. Ik ben nooit bang geweest dat het me niet zou lukken. Ik sliep ook bij de Toonderstudio’s, want mijn beste werk deed ik altijd ’s nachts. Als ik dan voor een probleem stond waar ik niet direct uitkwam dacht ik me heel goed de situatie in, ging slapen en de volgende morgen wist ik hoe het verder moest. Het eigenaardige is dat ik niet een uitgewerkt verhaal in mijn hoofd wil hebben. Ik heb op een tijd geleden mijn levensverhaal op papier gezet maar dat werd teveel een verslag. Ik heb het Toonder laten lezen. Die zei: ‘Ik mis de vlieg in de kamer’, waarmee hij bedoelde dat hij sfeerbepalende details miste.

lucky_luke_52 (45k image)

Ik kende de tekenaar van Lucky Luke , Morris, omdat we eens samen in een of ander panel hadden gezeten. De scenarist van Lucky Luke, René Goscinny, was overleden en het ging niet goed met Lucky Luke. Dat vond ik echt zonde. Ik heb Morris gebeld en aangeboden om Lucky Luke weer omhoog te helpen. Onderweg naar hem toe kreeg een idee en dat groeide terwijl ik bij hem zat en zo ontstond het verhaal Fingers, dat heb ik helemaal voor Morris uitgeacteerd.

Daarvóór was ik naar uitgeverij Oberon gegaan met een verhaal voor Asterix dat Daan Jippes zou gaan tekenen. De eerste vier pagina’s van dat verhaal hadden we al af toen we van de Franse uitgever te horen kregen dat we wel een kort verhaal, maar geen album mochten schrijven. En het moest anoniem. Daar voelden we natuurlijk niets voor. We waren geen krantenjongens meer! Toen het Lucky Luke-album zo’n succes werd en Asterix van de eerste plaats stootte, was dat voor mij een geweldige genoegdoening!

De twee andere Lucky Luke-verhalen die ik heb geschreven zijn niet meer zo goed geworden als Fingers. Morris was toen net uitgewrongen door de belastingdienst en daardoor was hij commerciëler geworden. We ontmoetten elkaar niet meer, ik stuurde de scenario’s door en hij tekende die uit, vaak anders dan ik voor ogen had gehad. Daardoor werd het studiowerk, niet meer het samenspel zoals Fingers dat was geweest. Toen had ik er geen lol meer in en ben ik gestopt. Financieel gezien erg stom, want die drie Lucky Luke-albums hebben me een miljoen opgebracht, meer dan ik heb verdiend in de veertien jaar die ik bij Toonder heb gewerkt.

Ik ben nog door en door gezond. Ik heb alleen wat last van astma. Mijn hart ging een poosje terug ook een beetje raar doen en toen ben ik aan een apparaat gelegd. Ik krijg nu medicijnen om mijn bloed dun te houden. Ik sta onder toezicht van de trombosedienst, dan moet ik eens in de drie weken bloed laten prikken. Dat is allemaal gunstig. Komt natuurlijk door de sigaren, hahaha! Ik heb hier ook wel eens op de vloer gelegen, dat ik dacht, waar ben ik. De dokter zegt dat ik me in acht zou moeten nemen, maar ik rook er geen sigaar minder om en ik drink ook nog regelmatig een lekker glas cognac. Waarom zou ik me nu allerlei dingen gaan ontzeggen? Of ik nou een jaar eerder of later wegga, dat is mij hetzelfde. En ach, aan oud zijn kleven ook voordelen. Ik heb bijvoorbeeld een parkeerkaart voor invaliden, waarmee ik overal gratis kan parkeren, ook als het ergens stampvol auto’s staat.

Ik lees nog wel de strips in de krant. Sommige tekenaars maken zich er te gemakkelijk vanaf, zoals Toon van Driel, dat is iedere keer hetzelfde. Gerrit de Jager, die vind ik wel goed.

tikafluit (27k image)
Tika uit Tita Tovenaar

Er is heel veel vraag naar Tita Tovenaar . Ik denk dat het enigszins te maken heeft met de Harry Potter-rage. Toveren is in. Ik ben nu bezig met een Tita Tovenaarmusical, een film en een tv-serie. Begin dit jaar werd ik door vier producenten benaderd, ik heb het voor het uitkiezen gehad. Wat een weelde, hè?

Het begon eerder dit jaar. Studio 100, de producent van K3 en Kabouter Plop, vroeg me een musical te schrijven. Dat sprak me het meest aan, daar ben ik meteen mee begonnen. Dat ging reuze vlot, in een maand was ik klaar. Ik moet hier en daar nog wat bijvijlen en afwachten tot componist Joop Stokkermans klaar is met het schrijven van de liedjes.

De moeilijkheid is dat iedereen bij Tita Tovenaar meteen denkt aan Ton Lensink en Maroesja Lacunes. Nu zullen de rollen natuurlijk door andere acteurs moeten worden gespeeld. Het is moeilijk om te bepalen wie het nieuwe gezicht wordt. Want als de ene producent de film maakt en de andere de musical, kun je niet twee verschillende acteurs hebben, dus ik wil alles in één hand hebben.

Tita (19k image)
Tika en Tita

Die musical is dus klaar. Ik moet nog overleggen met Stokkermans over de muziek. Op het toneel zijn minder special effects mogelijk dan in de film en op televisie. Dus heb ik uitgekiend hoe je toch tovereffecten kunt maken op het toneel. Dat kun je heel suggestief doen, door gebruik te maken van geluid en licht. Voor de tv-serie heb ik de special effects ook altijd ontworpen. In 1971 waren er natuurlijk lang de huidige mogelijkheden niet. Ik had verzonnen dat als Tita Tovenaar en Tika ergens heen springen, ik ze op een bepaalde plek omhoog liet springen en waar ze neer zouden komen liet ik ze nog eens springen. De opnamen van het omhoog gaan en het weer neerkomen werden dan aan elkaar gemonteerd en dat werd dan onderstreept met een geluidseffect.

Voor de toneelversie heb ik verzonnen dat als bijvoorbeeld het luchtkasteel van Tita Tovenaar afdaalt, de acteurs het ‘omlaag zingen’. Het decor wordt dan gevormd door een raam.

Om het voor de tv-kijkers van vroeger zo herkenbaar mogelijk te maken heb ik veel elementen uit de televisieserie in de musical verwerkt: eerst is er een ouverture, die gaat over in de titelsong, Mijn vader is een tovenaar. Die wordt gezongen door tovenaarsdochter Tika, die van achter gesloten gordijnen opkomt, en dan komen links en rechts van achter het gordijn alle sprookjesfiguren, en als die elkaar naderen ontstaat er verwarring en dan klapt ze in haar handen en dan staat alles stil.

Alles-staat-stil (21k image)
De nieuwe Tika – toch beduidend minder

Dan gaat ze weer weg en de sprookjesfiguren ook, dan gaat het gordijn open en dan staat ze voor een groot raam. Dan zingt ze we wonen in een luchtkasteel, vlakbij de regenboog, we wonen heel, heel hoog, maar vraag je mij of ik dat wel leuk en prettig vind, dan zeg ik nee, want rondom zijn slechts wolken. Dan doet ze het raam open en dan waait er stoom en papier naar binnen en dan beginnen de eerste handelingen van het verhaal. Tita Tovenaar komt dan binnen: ‘Ik heb toch gezegd dat je dat raam dicht moet houden’ en Tika moppert dan dat ze zich opgesloten voelt en naar de grond wil. Dan daalt het kasteel af en begint iedereen heel hoog te zingen en naarmate het kasteel daalt zingen ze steeds lager. Alles is suggestie.

Wat die film betreft waren er wat moeilijkheden. Vroeger ben ik in conflict geweest met Max Appelboom, die zich de producent van Tita Tovenaar noemde, maar eigenlijk was de NOS de producent, want die betaalde alles en daar kreeg ik ook de opdracht van om de tv-serie te maken en in productie aan Max Appelboom te geven. NOS-directeur Carel Enkelaar schoof Appelboom namelijk regelmatig allerlei opdrachten toe. Nu kwam er een bepaling dat een overeenkomst rond een Tita Tovenaarfilm alleen geldig is als er behalve mijn handtekening ook die van Appelboom stond. Studio 100 maakte zich daar zorgen over. Maar mijn opvatting is dat die bepaling op die oude serie sloeg, dáár was Appelboom producent van. Daardoor is de boel nog heel lang opgehouden, ik heb er vijf maanden mee verloren. Op een gegeven moment heb ik alles overgegeven aan een deskundig productiebureau dat alles weet over auteursrechten en als die hadden gezegd dat ik het aan Appelboom had moeten voorleggen zou ik me daarbij hebben neergelegd. Maar begin november overleed Appelboom, waarmee ook de moeilijkheid rond zijn handtekening verviel.

tikaquarkheertje (27k image)
Tika, Quark, het Heertje en Amalia

Aan zo’n film zit ook een hoop merchandising vast, dus ook daar ben ik een hoop tijd mee kwijtgeraakt. Nu wil ik dat de musical, de film en de tv-serie door één maatschappij worden geproduceerd, dus ik heb alledrie de gegadigden gezegd met een voorstel te komen. Ik heb namelijk nog niks op papier. Op het ogenblik werk ik eigenlijk zuiver voor mijn plezier. Voor de rest zie ik wel wat er van komt.

Ik had het Studio 100 graag gegund en een andere studio, NL Films, ook. Ik mag ze allemaal graag. Het zijn allemaal lui die me wel liggen. Nu vind ik het vervelend om tegen de één nee te moeten zeggen, maar ik moet toch kiezen. En de grote moeilijkheid is dat degene die de musical en de film produceert, met dezelfde spelers zal moeten werken, anders krijg je onduidelijkheid over wie nou eigenlijk Tita Tovenaar is, de oude, Ton Lensink, of twee nieuwe acteurs uit de film en de musical. Als NL Films en Studio 100 tot een overeenkomst zouden kunnen komen, nou oké, dan moeten zij maar uitmaken wie de merchandising doet en zo.

Er zijn nu meerdere gegadigden, en ik denk dat ik het aan degene geef die zowel de musical als de tv-serie en de film kan maken. Op verzoek van Studio 100 ben ik ook al aan de tv-serie begonnen. Het was namelijk de bedoeling om al voordat de musical in première zou gaan, een tv-serie met de nieuwe gezichten op de buis te brengen. Maar door dat gedonder en dat afwachten zijn er maanden voorbij gegaan nu is het ondoenlijk om nog voor de première van de musical, in oktober volgend jaar, een tv-serie op de televisie te krijgen. Ik zou het nog wel kunnen schrijven, maar de meeste tv-stations hebben hun programmering voor volgend jaar al helemaal klaar. Dus nu komt eerst de musical, en daarna de film en de tv-serie.

Voor de musical ben ik gebonden aan bepaalde beperkingen. Dat wordt dus een heel ander verhaal met een andere sfeer dan in de televisieserie. Daarvoor volg ik min of meer het oude recept, zodat het herkenbaar blijft. Ik schrijf wel nieuwe verhalen. Maar de mogelijkheden die ik nu heb zorgen dat er meer vaart in komt. De oude verhalen zijn nu wat oubollig met die agent en die kelner en dat kleine dorpje en weet ik veel. Daar zat wél een zekere charme in. Die wil ik er toch wel inhouden, maar in de film niet. In de film maak ik het geheimzinniger en spannender.

Ik ben altijd met de tijd meegegaan. Al ben ik niet zo technisch. Ik heb geen computer, ik werk met een oude tekstverwerker, maar in mijn gedachten heb ik… als ik bijvoorbeeld naar de Harry Potter-film keek, waren er dingen waarvan ik dacht, in die geest kan ik ook schrijven. Maar ik zou het geheimzinniger maken, spannender, maar zonder expliciet te worden. Er moet veel uitgaan van sfeer en belichting.

De Tita Tovenaarfilm zou ik bijvoorbeeld beginnen met één van die pogingen van Tita Tovenaar om uit aardbeien kamelen te maken – dat soort gekke dingen hou ik aan – en dan op een gegeven moment staat er een grote poort in de kamer die opent naar een compleet andere dimensie. Dan gaan de anderen hem zoeken en dan komen ze in een heel ander land. Ik heb daar eergisteren een beetje over zitten nadenken en terwijl ik het schrijf ontwikkelt het zich verder. Ik werk het plot nooit helemaal van tevoren uit.

Maroesja (79k image)
Marusja Lacunes zonder blonde pruik

Toen ik nog in de studio van Marten Toonder werkte, schreef ik voor hem de plots, maar niet voor mijn eigen verhalen. Daar had ik ook de tijd niet voor. Ik schreef zes strips tegelijk. Als de personages me goed voor de geest stonden dan ging ik uit van een bepaalde situatie en dan moesten ze het zelf maar oplossen. Voor mezelf was het evengoed een avontuur waarvan ik de afloop van tevoren niet wist.

Met Tita Tovenaar had ik voor Tika een meisje voor me met asblond haar, een beetje heksachtig, leuke snuit enzovoort. Dat blonde haar moest onderstrepen dat het een heksje was. Er waren diverse meisjes, onder andere Maroesja, een hippie in spijkerbroek en donker haar. Dus eerst dacht ik, nee, die is het niet. Maar toen ze de rol voorlas werd ze ineens iemand anders, ik zag haar toen zoals ze er naderhand op televisie ook uitzag. We hebben toen een afspraak in Amsterdam gemaakt, ik wilde haar in elk geval nog eens horen, in een cafeetje. Maar toen ik daar aankwam, kon ik haar niet vinden. Ik zag twee meisjes lopen, die vroeg ik de weg en toen zei die ene: Je kent me toch? Dat was inderdaad Maroesja, maar ik had zó dat type in mijn hoofd, dat ze naderhand speelde, dat ik haar niet herkende. Typisch een illustratie van hoe de personages, die ik in mijn hoofd heb, een eigen leven gaan leiden. Daarom heb ik nooit last van een writers block

Algemeen, 12.02.2006 @ 03:27

[Home]
 

11 Reacties

op 13 02 2006 at 23:45 schreef cugel:

Arman en Ilva was echt ongeloofelijk goed getekend en had intrigerende verhaallijnen. Jammer dat ik het bijna nergens meer tegenkom.

op 13 02 2006 at 23:49 schreef cugel:

vooral de gezichtsuitdrukkingen waren geweldig

op 14 02 2006 at 08:37 schreef Peter Breedveld:

Goed nieuws voor jou: Arman & Ilva wordt dit jaar opnieuw uitgegeven door uitgeverij Sherpa.

op 19 02 2006 at 15:50 schreef Bitterzoet:

Ik lees dit artikel nu pas en zit direct weer in m’n jeugd :)

De Argonautjes, Ti-Ta- Tovenaar – legendarisch wat mij betreft. :)
Ik kan perfect de Grobbebollen imiteren. Maar dat terzijde.

op 19 02 2006 at 15:52 schreef Bitterzoet:

Hmm…. misschien was vroeger écht alles wel beter.

op 19 02 2006 at 20:34 schreef Peter Breedveld:

"Ik kan perfect de Grobbebollen imiteren."

Dat onthouden we voor de Frontaal Naakt-zomerborrel.

op 19 02 2006 at 20:58 schreef Bitterzoet:

Hahahaha, dan liever Donald Duck. Daar irriteer ik mijn collega’s ook zeer regelmatig mee :)

" Hallo, ik ben Bitterzoet en ik doe Donald Duck na"

op 19 02 2006 at 21:02 schreef Peter Breedveld:

Ik zorg voor een podiumpje.

op 20 02 2006 at 22:45 schreef Cor:

Gek op de Grobbebollen! Heb nog een paar albums met Titaplakplaatjes.
Lijkt me geinig, zo’n zomerborrel. Tombola’tje d’erbij; nee — serieus, goed idee.

op 22 02 2006 at 20:34 schreef Doc:

Uitstekend artikel en goed verzorgd met al die tussenlinks.

op 22 02 2006 at 20:44 schreef Bitterzoet:

"Podiumpje"?

Ik eis een megastage!

Ik wil ook een eigen kleedkamer mét airconditioning en een naambordje op de deur.

Oh, en tv-pastilles. Véél tv-pastilles.

Nieuwe reactie
Naam:
E-mail:
Homepage:
  Afbeelding invoegen
 

 


Home

Archief

 

Become a Patron!
 

Let op: Toelating van reacties en publicatie van opiniestukken van anderen dan de hoofdredacteur zelf betekent geenszins dat hij het met de inhoud ervan eens is.

 

pbgif (88k image)
 

Vermaakt u zich een beetje met deze site? Laat uw waardering blijken met een kleine donatie (grote mag ook!): NL59 RABO 0393 4449 61 (SWIFT BIC RABONL2U) o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.

 

pbgif (88k image)
 

(Advertentie)

 

pbgif (88k image)
 

Meest gelezen in april

O Ik ga naar Japan verhuizen

O Het Lijden van Paul Jansen

O Nederland wordt planmatig kapotgebouwd

O Wittemannentrots

O Waarom de Partij voor de Dieren en Thierry Baudet natuurlijke bondgenoten zijn

O De Balie is wel degelijk een hangplek voor racisten

O De academische vrijheid wordt bedreigd, maar anders dan politici denken

O Ik word vervolgd wegens belediging van een seriebelediger

O De maagdelijkheidscultus is van ons allemaal

O Mannelijkheid vieren

 

Meest gelezen ever

O YouPorn

O Verplicht naakt douchen op school, jongens en meisjes bij elkaar

O De koning van het uittrekken van de damesslip

O Het totale en angstwekkende gebrek aan integriteit van de #Metoo-meute

O Het historische besef van Jeroen Pauw

O Opbokken met je racistische kinderfeestje

O De extreemrechtse terreur van Twitter-troll Ans Aarsema

O Anne Faber en de moslims

O Anita Borst is een held

O Smachten en soppen met Thierry Baudet

 

pbgif (88k image)
 

CONTACT
Stuur uw loftuitingen en steunbetuigingen naar Frontaal Naakt.

 

NIEUWSBRIEF
Ontvang gratis de Frontaal Naakt nieuwsbrief.

 

pbgif (88k image)
 

BLURBS
“How does it feel to be famous, Peter?” (David Bowie)

“Ik vind dat je beter schrijft dan Hitler” (Ionica Smeets)

“Wie verlost me van die vieze vuile tiefuslul?” (Lodewijk Asscher cs)

“Pijnlijk treffend” (Sylvana Simons)

“Echt intelligente mensen zoals Peter Breedveld.” (Candy Dulfer)

“De Kanye West van de Nederlandse journalistiek.” (Aicha Qandisha)

“Vieze gore domme shit” (Tofik Dibi)

“Ik denk dat de geschiedenis zal uitmaken dat Peter Breedveld de Multatuli van deze tijd is.” (Esther Gasseling)

“Nu weet ik het zeker. Jij bent de antichrist.” (Sylvia Witteman)

“Ik ben dol op Peter. Peter moet blijven.” (Sheila Sitalsing)

“Ik vind hem vaak te heftig” (Hans Laroes)

“Schrijver bij wie iedereen verbleekt, weergaloos, dodelijk eerlijk. Om in je broek te piesen, zo grappig. Perfecte billen.” (Hassnae Bouazza)

“Ik moet enorm lachen om alles wat Peter Breedveld roept.” (Naeeda Aurangzeb)

“We kunnen niet zonder jouw geluid in dit land” (Petra Stienen)

“Jij levert toch wel het bewijs dat prachtige columns ook op weblogs (en niet alleen in de oude media) verschijnen.” (Femke Halsema)

“De scherpste online columnist van Nederland” (Francisco van Jole)

“Elk woord van jou is gemeen, dat hoort bij de provocateur en de polemist, nietsontziendheid is een vak” (Nausicaa Marbe)

“Als Peter Breedveld zich kwaad maakt, dan wordt het internet weer een stukje mooier. Wat kan die gast schrijven.” (Hollandse Hufters)

“De kritische en vlijmscherpe blogger Peter Breedveld” (Joop.nl)

“Frontaal Naakt, waar het verzet tegen moslimhaat bijna altijd in libertijnse vorm wordt gegoten.” (Hans Beerekamp – NRC Handelsblad)

“De grootste lul van Nederland” (GeenStijl)

“Verder vermaak ik mij prima bij Peter Breedveld. Een groot schrijver.” (Bert Brussen)

“Landverrader” (Ehsan Jami)

“Voorganger van de Linkse Kerk in Hersteld Verband.” (Carel Brendel)

“You are an icon!” (Dunya Henya)

“De mooie stukken van Peter Breedveld, die op Frontaal Naakt tegen de maatschappelijke stroom in zwemt.” (Sargasso)

‘De website Frontaal Naakt is een toonbeeld van smaak en intellect.’ (Elsevier weekblad)

“Frontaal Gestoord ben je!” (Frits ‘bonnetje’ Huffnagel)

“Jouw blogs maken hongerig Peter. Leeshonger, eethonger, sekshonger, geweldhonger, ik heb het allemaal gekregen na het lezen van Frontaal Naakt.” (Joyce Brekelmans)

‘Fucking goed geschreven en met de vinger op de zere plek van het multicultidebat.’ (jury Dutch Bloggies 2009)

Frontaal Naakt is een buitengewoon intelligent en kunstig geschreven, even confronterend als origineel weblog waar ook de reacties en discussies er vaak toe doen.’ (jury Dutch Bloggies 2008)

‘Intellectuele stukken die mooi zijn geschreven; confronterend, fel en scherp.’ (Revu)

‘Extreem-rechtse website’ (NRC Handelsblad)

‘Peter schrijft hartstochtelijk, natuurlijk beargumenteerd, maar zijn stijl volgt het ritme van zijn hart.’ (Hafid Bouazza) ‘Complimenten voor Frontaal Naakt.

‘Scherpe confrontatie, zelfs als die soms over grenzen van smaak heen gaat, is een essentieel onderdeel van een gezonde democratie.’ (Lousewies van der Laan)

‘De meeste Nederlanders zijn van buitengewoon beschaafde huize, uitzonderingen als Peter Breedveld daargelaten.’ (Anil Ramdas)

‘Peter Breedveld verrast!’ (Nederlandse Moslim Omroep)

‘Breedveld is voor de duvel nog niet bang’ (Jeroen Mirck)

‘Nog een geluk dat er iemand bestaat als Peter Breedveld.’ (Max J. Molovich)

‘Godskolere, ik heb me toch over je gedróómd! Schandalig gewoon.’ (Laurence Blik)

 

pbgif (88k image)
 

 

pbgif (88k image)
 

LINKS

 

 

 

RSS RSS