De wetenschapper als ziener
Julian Jaynes

Illustratie: Mirjam Vissers
Veel mensen denken dat de twee grootste invloeden op de mensheid, religie en wetenschap, altijd historische vijanden zijn geweest, die ons in tegengestelde richtingen hebben gedreven. Maar dat is een grote misvatting. Niet religie en wetenschap, maar kérk en wetenschap stonden vijandig tegenover elkaar. En het was geen twist, maar rivaliteit. Beide waren religieus, twee reuzen die elkaar in de haren vlogen over dezelfde vraagstukken. Beide pretendeerden de enige weg tot de goddelijke openbaring te zijn.
Die rivaliteit kwam voor het eerst aan het licht tijdens de late Renaissance, vooral met de arrestatie van Galileo Galilei in 1633. Officieel heette het, dat zijn publicaties niet van een pauselijke goedkeuring waren voorzien, maar ik ben er van overtuigd dat de werkelijke reden minder triviaal was. De geschriften waarover het ging, handelden over de Copernicaanse theorie over het zonnestelsel (waarin de zon centraal staat) en die waren een eeuw eerder al door iemand uit de kerk gepubliceerd zonder dat dit problemen opleverde.
De echte tweedeling zit veel dieper en moet gezien worden in het licht van de urgente menselijke behoefte aan goddelijke zekerheden. Het ging om de kloof tussen het politieke gezag van de kerk en de zeggingskracht van de individuele ervaring, om de vraag hoe we ons verloren contact met God moesten terugvinden: door middel van een apostolische voortzetting van de traditie van de oude profeten die naar goddelijke stemmen luisterden, of door het afspeuren van het uitspansel van onze eigen ervaringen, in het hier en nu van de tastbare wereld, zonder bemoeienis van priesters. Zoals we nu allemaal weten, vormde die laatste optie uiteindelijk de basis voor het protestantisme en, in meer rationele vorm, de Wetenschappelijke Revolutie.
Om de Wetenschappelijke Revolutie goed te begrijpen moeten we niet vergeten dat haar voornaamste motivatie de onvermoeibare zoektocht naar God was. Aan het einde van de zeventiende eeuw waren het drie Engelse protestanten, allemaal zeer toegewijde amateur-theologen, die de basis voor de fysica, de psychologie en de biologie legden: de paranoïde Isaac Newton, die het woord van God neerschreef in de universele wetten van de hemelse zwaartekracht, de broodmagere en prozaïsche John Locke, die het Alwetende Wezen vond in de rijkdom van de empirische ervaring, en de ronddolende, morsige predikant John Ray die vrolijk het Woord van zijn Schepper vastlegde in de perfectie van het planten- en dierenleven. Zonder die religieuze motivatie zou wetenschap niets meer zijn geweest dan dorre techniek, slechts overeind gehouden door economische noodzaak.
In de daarop volgende eeuw werden de zaken gecompliceerder door het rationalisme van de Verlichting. In de schaduw van die Verlichting bleef wetenschap echter onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar het Goddelijke Auteurschap. De meest expliciete uiting daarvan was het zogenaamde Deisme, in Duitsland Vernunftreligion genoemd. Het Deïsme moest niets hebben van het Woord van de kerk, verachtte de priesters, bespotte altaar en sacrament, en predikte plechtig de nadering tot God door middel van rede en wetenschap. Het hele universum is een openbaring, een manifestatie van een goddelijk wezen. God is hier, in de Natuur onder de sterren, om mee te praten en gehoord te worden in alle grootsheid van de rede, en niet achter de koorhekken van onwetendheid, in het duistere, sombere gemompel van opgedirkte priesters.
Niet dat de deïsten het in alles unaniem met elkaar eens waren. Voor sommigen, zoals de priester-hater Reimarus, grondlegger van de diergedragswetenschap, waren dierlijke drijfveren Gods eigen gedachten en de grote verscheidenheid van die drijfveren was Zijn geest. God hield zich niet bezig met die grote, zinloze verscheidenheid aan natuurfenomenen; hij leefde slechts in zuivere abstracties, in de grote algemene wetten van de Natuur, die de menselijke rede kon achterhalen door toegewijde studie van de wiskunde. Ja, de moderne, geharde, materialistische wetenschapsbeoefenaar zal zich onbehaaglijk voelen bij de gedachte dat de wetenschap tot slechts twee eeuwen terug een puur religieuze aangelegenheid was met hetzelfde doel dat in de oude psalmen werd bezongen: weer oog in oog te staan met Elohim.
De plot van dit drama, van dit immense toneelstuk, waarin de mensheid de afgelopen vierduizend jaar de hoofdrol heeft gespeeld, wordt duidelijk als we de algemene intellectuele teneur in de wereldgeschiedenis bekijken: in het tweede millennium voor Christus hielden de goden op met ons te praten. In het eerste millennium voor Christus stierven zij die nog wél stemmen hoorden, de orakels en profeten, ook uit. In de eerste eeuw na Christus werden hun spreuken bewaard in heilige teksten, die ons hielpen onze verloren goden te gehoorzamen. En in het tweede millennium verloren deze heilige geschriften gestaag hun gezag. Door de Wetenschappelijke Revolutie wendden we ons af van de oude spreuken en ontdekten we het verloren contact met God in de Natuur.
In de afgelopen vier millennia voltrok zich de geleidelijke secularisering van onze soort, dat aan het eind van het tweede millennium na Christus lijkt te zijn afgerond. Het is de Grote Menselijke Ironie dat we door onze edelste en meest verheven inspanningen tijdens de zoektocht naar het verloren contact met God, na het ontcijferen van Gods taal van God in de Natuur, we hebben moeten vaststellen dat we ons vreselijk hebben vergist.
Volgens Julian Jaynes (1920-1997) liet de mens zich tot zo’n 3000 jaar geleden door hallucinaties vertellen wat hij moest doen. Pas toen samenlevingen – en daarmee ook de taal – groter en ingewikkelder werden ontstond het bewustzijn zoals we dat nu kennen. Jaynes beschrijft zijn theorie in één van de spannendste boeken die ik ooit las, The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind.
Algemeen, 14.10.2006 @ 02:02
6 Reacties
op 15 10 2006 at 12:43 schreef Wolverine:
De kerk is een instituut wat gerunt wordt door mensen en daardoor net zo corrupt als alle andere politiek.
Ook in de wetenschap zijn genoeg corrupte mensen te vinden, bijvoorbeeld de nieuwe film: an Unconvienient Truth. van AL Gore.
op 15 10 2006 at 22:26 schreef Rinus Duikersloot:
Kent iemand het volgende boek van Rodney Stark: For the Glory of God: How Monotheism Led to Reformations, Science, Witch-Hunts, and the End of Slavery
Uit Mystery of the Almighty van Diana West:
In a fascinating book called "For the Glory of God," comparative religion professor Rodney Stark argues why science developed in the Christian West, not the Muslim East. I think his theory offers an important insight into the cultural attitudes on display in the tsunami’s wake.
Historically, according to Mr. Stark, it came down to completely different visions of an Almighty. "Allah is not presented as a lawful creator but has been conceived of as an extremely active God who intrudes on the world as he deems it appropriate," Mr. Stark writes. As a result, human efforts to understand natural law have always been considered nothing short of blasphemous because "they denied Allah’s freedom to act." He continues: "Islam did not fully embrace the notion that the universe ran on fundamental principles laid down by God at the Creation, but assumed that the world was sustained by his will on a continuing basis."
By direct contrast, Mr. Stark writes, Christianity did indeed fully embrace the notion that the universe ran on fundamental principles laid down by God at the Creation. "Christianity depicted God as a rational, dependable and omnipotent being and the universe as his personal creation, thus having a rational, lawful stable structure awaiting human comprehension." The intellectually questing European scientists of the sixteenth and seventeenth centuries, Mr. Stark writes, saw themselves "as in pursuit of the secrets of Creation."
op 15 10 2006 at 23:03 schreef Peter Breedveld:
Nooit van gehoord, maar dat klinkt als een boek dat ik wel wil lezen.
op 16 10 2006 at 13:46 schreef O'Brien:
." Niet religie en wetenschap, maar kérk en wetenschap stonden vijandig tegenover elkaar."
Toch zit ik al een tijd tegen die zin aan te hikken, want in hoeverre overlappen religie en kerk in dit geval elkaar niet?
The Amserican Heritage Dictionary geeft als uitleg:
Religion:
1. Belief in and reverence for a supernatural power or powers regarded as creator and governor of the universe.
2. A personal or institutionalized system grounded in such belief and worship.
3 set of beliefs, values, and practices based on the teachings of a spiritual leader.
En voor kerk zie ik, naast ettelijke andere betekenissen :
public worship of God or a religious service in such a building: to attend church regularly.
Met andere woorden: is de scheiding die de schrijver tussen kerk en religie maakt om zn argumenten kracht bij te zetten wel valide?
Dat de kerken onder eigen volk weinig ruimte tot individueel theologisch wetenschappelijk denkwerk gaven wordt geïllustreerd door inquisitie, belast met de opsporing, het onderzoek naar en het opleggen van straffen aan ketters (mensen die in opvattingen en/of daden van de leer van de rooms-katholieke kerk afweken) Protestanten waren met hun brandstapels en beeldenstormen geen spat beter natuurlijk.
op 16 10 2006 at 14:35 schreef Peter Breedveld:
Waar het bij het begrip ‘kerk’ in Julian Jaynes’ stuk overduidelijk over gaat is het instituut, de hierarchische organisatie met enorme politieke invloed, en natuurlijk niet om de ‘gemeente’.
op 23 10 2006 at 18:18 schreef jojo:
@Peter, Rinus, Mans en anderen:
For the Glory of God, Rodney Stark:
Het geld ($ 28 incl. verzendkosten) meer dan waard (te bestellen via bijv. amazon.com).


















RSS