Frontaal
Naakt
24 februari 2007

Op 7 maart dit kabinet maar wegstemmen

Thomas Cool

5603 (80k image)
Julien Mandel, uit Blab no. 12.

Het blijft ellebogenwerk. Met 80 zetels heeft de nieuwe regeringscoalitie maar 5 zetels meer dan een gewone meerderheid, en toch worden die resterende 70 zetels aan de kant geschoven. Dit kabinet wil “samen” dingen doen, maar het is wel samen tegen die 70 andersdenkenden. Dit kabinet hanteert een wij-zij denken dat nog stamt uit de tijd van de grote oorlogen, en heeft dus niets begrepen van democratie en werkelijk samenwerken.

Het is natuurlijk zwak van die 70 andere zetels dat zij er zelf ook niet in geslaagd zijn om het democratische denken voor het voetlicht te brengen. Jan Marijnissen is teveel een dictator in eigen kring om ook naar buiten het ware democratische denken uit te dragen. Femke Halsema is vooral nog zoekende, naar de zin van het leven of naar haar plaats in het bestaan of naar hoe het toch kan dat ze als leidster gekozen is of naar … whatever. Mark Rutte wacht vooral totdat de echte VVD-kanonnen zijn verdwenen zodat hij bij gebrek aan beter wel de echte leider zal worden. Het is allemaal niet zo fraai wat we hier zien, en als zij de kans hadden gehad, hadden zij net gedaan zoals het kabinet. Maar toch, het is niet juist dat zij nu aan de kant staan, en hun handen in onschuld kunnen wassen.

Wat was dan wel juist geweest? Het kernpunt van democratie is dat je minderheden niet uitsluit. Ook een minderheid met wie je het niet eens bent, heeft door zijn bestaan een recht op meedoen. Je hoeft niet alles te accepteren, maar wel een zekere hoeveelheid.

Het moderne verlichte model waar we naar al die wereldoorlogen zo langzamerhand aan toe zijn is dat van afspiegelingskabinetten. Hans Wiegel riep ooit “een nationaal kabinet” maar dat was in een crisistijd en zulk een crisissfeer is niet aan de orde. Waar het om gaat is dat het normaal is om met mensen samen te werken – en voor de regering van een land betekent dit dat alle partijen van zekere omvang in het landsbestuur vertegenwoordigd zouden mogen zijn.

Het wonderlijke is dus dat het nieuwe kabinet er wel iets van begrepen heeft. De term “samen” drukt inderdaad uit dat er samengewerkt zou moeten worden. Maar natuurlijk heb je het niet echt begrepen wanneer je met z’n 80-en die andere 70 eruit houdt.

Wat zijn de voordelen van zo’n afspiegelingskabinet ?

(1) Je hebt geen lange formatie en geen lang regeerakkoord nodig. De formatie beperkt zich tot wie welke portefeuille krijgt en vervolgens bestaat het bestuur uit een voortdurende onderhandeling hoe het beleid vorm moet krijgen. Die voortdurende onderhandeling geschiedt in alle openheid en niet in kamertjes achteraf (met maar beperkte informatie).

(2) De regering bestuurt en de kamer controleert. De scheidslijn loopt tussen regering en kamer en niet langer dwars door de kamer, waarbij regeringspartijen weigeren om de regering te controleren omdat dit hun eigen partijgenoten zijn. Het aantal doofpotten neemt snel af.

(3) Alle partijen kunnen hun beste bestuurlijke talenten benutten. Het is niet langer zo dat bestuurlijk talent van een zogenaamde oppositiepartij voor jaren op de bankjes moet zitten en verpietert. Doordat alle partijen bij het bestuur zijn betrokken krijgen zij ook meer begrip voor de realiteit en kunnen zij minder gemakkelijk wilde beloftes doen.

(4) Kongsi’s van kleine kliekjes krijgen minder de kans en er ontstaan wisselende meerderheden waardoor de vrijheid voor de burger in het algemeen zal toenemen.

(5) Er kunnen eerlijke stemprocedures worden gebruikt om te bepalen hoe de meerderheid er werkelijk over denkt, in plaats van het dictaat van een regeerakkoord of het machtswoord van drie partijleiders. De mening van het individuele kamerlid wordt weer belangrijk.

(6) Het wordt acceptabeler om de verkiezingen jaarlijks te houden. Hierdoor neemt de invloed van de burger toe. Partijen die stelselmatig opkomen voor de belangen van hun kiezers en dit ook goed weten te communiceren hebben weinig te vrezen. Anderen wel.

Toegegeven, deze moderne aanpak heeft ook nadelen. De partijleiders van een meerderheidskabinet verliezen hun macht en controle. Hun kamerleden verliezen de luxe en eenvoud van een kadaverdiscipline en moeten nu zelf gaan nadenken. De journalisten verliezen de helderheid van een meerderheid van 80 tegenover de resterende 70, en moeten echt gaan werken om helder te rapporteren hoe onderhandelingen lopen. Veel mensen die in clichés denken moeten plotseling rekening gaan houden met nuances. Inderdaad, je betaalt er wel een prijs voor.

De informateur had dus moeten zeggen: u heeft zoveel zetels, u heeft dan recht op zoveel ministers en/of staatssecretarissen, en welke posities hebben uw preferenties ? Daarmee is de vraag niet langer of je wel of niet meedoet, maar doe je gewoon mee, en is de werkelijke vraag waar en hoe. Vervolgens is het een passen en meten om iedereen zijn plaats te geven, maar, wanneer we een raket op de maan kunnen plaatsen, is zo’n probleem ook oplosbaar.

Ondertussen nadert 7 maart 2007, waarbij er verkiezingen zijn voor de Provinciale Staten en indirect voor de Eerste Kamer.

Jan Peter, Wouter en André waren zo aardig om hun kabinet te presenteren vóór die komende verkiezingen. Wellicht om de prozaïsche reden dat hun wonden op de ziel snel genazen en dat ze er “heel snel” in drie maanden in slaagden om tot een akkoord te komen.

Het kan allemaal weinig overtuigen. Deze drie partijen wekken vooral de indruk dat zij de kiezers willen laten zien dat zij tot regeren in staat zijn, met de onderhuidse implicatie dat je maar niet moet stemmen op degenen die niet “samen” meedoen. Het is dan niet alleen ellebogenwerk maar ook achterbaks ellebogenwerk met een snier naar de minderheden in de kamer.

En wanneer je dat regeerakkoord ziet is het een lachertje.

En de personen die het gaan uitvoeren overtuigen niet.

Mijn suggestie is dat we doorgaan op de weg van 22 november 2006. Een beweging wég van de bekende partijen en nu wég van dit kabinet. 7 maart 2007 is een prachtig moment om te laten blijken wat je van dit ellebogenwerk vindt. Wanneer dit kabinet zich plots geconfronteerd ziet met een Eerste Kamer die geheel anders is samengesteld, dan komt de boodschap misschien over. De oude versleten praktijken worden dan niet langer geaccepteerd. Het kabinet kan dan vallen, met nieuwe verkiezingen en eindelijk een afspiegelingskabinet. Het wordt tijd voor een betere democratie.

Thomas Cool is econometrist en samen met journalist Hans Hulst auteur van De ontketende kiezer(2003).


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home