Home » Archief » Vluchtelingenwerk


[17.12.2007]

Vluchtelingenwerk

Jona Lendering

inrosso08 (20k image)
Patrizia Laquidara (foto: Luigi de Frenza)

Wie uit zijn land heeft moeten vluchten en asiel komt aanvragen in Nederland, moet zich vervoegen bij het Aanmeldcentrum in Ter Apel. Dat ligt – zo weet ik sinds kort – in de meest afgelegen uithoek van het toch al niet om zijn bereikbaarheid bekendstaande Oost-Groningen. Per trein valt er niet te komen. Dit is vér van de rest van Nederland. De kans dat u in het dagelijks leven tegen een asielzoeker aanloopt is derhalve klein. Omdat de pers zijn belangstelling voor de vluchtelingenproblematiek sinds de val van Verdonk heeft verloren – ik heb althans al een tijd geen larmoyante stukjes meer gelezen – is het zinvol eens te kijken wat er gebeurt als een willekeurige Amsterdammer oogcontact maakt met een vluchtelinge in paniek.

Een eerste conclusie zal zijn dat deze vluchtelinge heel veel geluk heeft gehad. Een tweede dat de Amsterdamse politie, waar ik – zolang ze me niet bekeuren voor futiliteiten als fietsen zonder licht – veel respect voor heb, ook mindere momenten heeft. En de derde is dat de zaken zo slecht niet zijn geregeld in Ter Apel. Al ligt het wel iets te ver weg.

Woensdag

Mijn vriend Wouter fietste aan het einde de middag naar huis toen hij werd aangesproken door een kleine donkere vrouw. Zwarte winterjas, koffertje, handtasje. Ze sprak geen woord Nederlands en kon alleen communiceren met een papiertje dat vermeldde dat ze een ‘Iranian refugee‘ was en op weg was naar een politiekantoor aan de Hobbemastraat. Wouter besloot even met haar op te lopen en stelde al snel vast dat het opgegeven adres niet bestond. Toen een zoektocht langs de nabijgelegen Hobbemakade niet veel meer resultaat opleverde, belde Wouter zijn vriend (en Frontaal Naaktloper ) Richard, die Farsi spreekt en voorstelde dat Wouter en de Iraanse naar de Brakke Grond zouden komen, waar ze konden praten in een rustiger omgeving.

Door een gelukkig toeval zat ook Sharona, Richards lerares Farsi (en schrijfster voor Frontaal Naakt, in het gezellig drukke café. Sharona publiceerde enkele jaren geleden een artikel in een Iraanse krant dat tot gevolg had dat ze, na twee weken in een gevangenis in Teheran te zijn verhoord, uit Iran moest vertrekken. Ze kent het vluchtelingenleven dus zoals maar weinig anderen. Sharona had weer een afspraak met mij, en zo zaten we rond een uur of zeven vier man (m/v) sterk te beraadslagen.

De vrouw bleek Mosafer te heten, had zich door mensensmokkelaars naar België laten brengen, maar bleek uiteindelijk in Nederland aangekomen. “Ze moet in haast zijn vertrokken,” bedacht ik, “want ze loopt op schoenen die geen weldenkend mens op reis zou meenemen.” We boden haar verschillende keren iets van de spijskaart aan, maar we begrepen al gauw dat ze te gespannen was om iets te eten. Een kop thee, dat kon nog net.

Beschikten we in de persoon van Sharona over alle expertise aangaande het vluchtelingenleven en de Iraanse taal, met Richard hadden we een repositorium aan nuttige kennis over de hoofdstedelijke daklozenzorg. Sinds anderhalf jaar heeft hij de zorg voor een goede vriend zonder vaste verblijfplaats. Al snel stond Richard buiten, waar het wat minder rumoerig was, de nummers uit zijn mobiele telefoon te bellen en aantekeningen op bierviltjes te maken, om af en toe weer binnen te komen met conclusies. De voornaamste was dat er geen enkele politiepost in de buurt van de Hobbemastraat was en dat Mosafer zich moest vervoegen bij de Vreemdelingendienst aan de Huizingalaan. Wat die met haar zou doen, was niet helemaal duidelijk.

Ondertussen drong de volgende vraag zich op: waar brengen we Mosafer onder? Wouter opperde zijn logeerkamer, maar ik wierp tegen dat hij en zijn vriendin daarmee het risico namen nog tot in lengte van dagen een vluchtelinge over de vloer te hebben. Ze zou zich weliswaar ergens moeten aanmelden voor de asielaanvraag, maar waar en hoe dat tegenwoordig was, dat wist ook Sharona niet. Sinds zij zich in Zevenaar aanmeldde, zijn de wet tweemaal en de procedures eindeloos gewijzigd. Het kon misschien lang duren, meenden we, en Richard wist nog te vertellen dat juist het feit dat Mosafer onderdak bij Wouter zou hebben, kon betekenen dat ze buiten elke vorm van geregelde opvang zou blijven.

Richards vriend had de nacht wel eens doorgebracht bij De Veste, de Amsterdamse noodopvang. Het probleem daarmee is echter dat het bemachtigen van een plek een ware tombola is. Je moet om precies half acht bellen, en als de telefoon wordt opgenomen, heb je een bed – maar er bellen tientallen mensen. Met in totaal vier mobieltjes waren we niet kansloos, maar daar stond weer tegenover dat het al koud aan het worden was en menige zwerver zijn weg naar De Veste zou proberen te maken. Opnieuw wist Richard raad: de Amsterdamse politie kent een noodopvang voor vrouwen.

Blij dat ook ik me nuttig kon maken, fietste ik naar het politiekantoor aan de Beursstraat, waar ik even vriendelijk werd te woord gestaan als ik van de Amsterdamse politie gewend ben. Wat een compliment waard is, want welbeschouwd was het een vreemd verzoek waarmee ik daar stond: wij hebben op straat een verwarde Iraanse asielzoekster gevonden en kunnen jullie een slaapadres noemen? Vreemd, zeker, maar dat wil niet zeggen dat het onredelijk was.

Er werd een andere agent bij gehaald, aan wie ik het verhaal nogmaals deed, en die me, bijna grof, vertelde dat die vrouw vast wél geld had gehad om zich door smokkelaars het land uit te laten brengen (Alsof er een andere manier zou zijn Iran te verlaten). Ook de surveillanten zouden niet even langs komen in de Brakke Grond om poolshoogte te nemen. En nee, er was geen noodopvang voor vrouwen.

Ik was net op tijd terug in de Brakke Grond om De Veste te bellen. Om precies half acht stonden we gevieren op het terras, telefoon in de aanslag. Wouter kreeg als eerste gehoor, waarna Richard het verhaal deed en weer een aantal bierviltjes volschreef. Sharona legde binnen aan Mosafer uit dat het leek te gaan lukken, maar uit de lichaamshouding van Richard viel af te leiden dat hij slecht nieuws zou brengen. Dat leek mij het aangewezen moment om Henk, een bevriende psychiater, te bellen: zou er plaats zijn in de crisisopvang? Hij zei van niet en suggereerde de zusters Augustinessen, waarvan ik echter wist dat die anno 2007 allemaal met pensioen waren. Henk opperde nog de huisartsenpost, en ik ging bij de balie van het theater het telefoonboek consulteren.

Richard en ik liepen tegelijk het café binnen, en hij bleek ondanks aanvankelijk slecht nieuws alles alweer tot in de puntjes te hebben geregeld. Het slechte nieuws was dat in De Veste alleen mensen slapen die een verblijfsvergunning hebben, het goede dat Mosafer terecht kon bij de Stichting Cordaad, die de vrouwenopvang beheerst waarvan de politie het bestaan had ontkend. Wat des te opmerkelijker was omdat het van het politiekantoor aan de Beursstraat naar Cordaad nog geen tweehonderd meter is. Overigens gaat achter deze stichting niets anders schuil dan de Augustinessenorde, waarvan Cordaad de taken heeft overgenomen.

We wandelden naar de Warmoesstraat, waar Cordaad zich bevindt, en werden even zakelijk als vriendelijk geholpen door twee maatschappelijk werksters. Het invullen van het formulier bleek niet helemaal zonder problemen, want hoe reken je een geboortedatum uit de Iraanse kalender om naar de onze? Richard had op bierviltjes al wat rekenwerk gedaan, maar we aarzelden het resultaat op te schrijven om te vermijden dat er straks verschillende data in Mosafers IND-dossier zouden staan, wat immers meteen tot afwijzing leidt. Uiteindelijk werd ingevuld dat ze ongeveer 54 jaar oud was.

Enkele telefoontjes naar Henk hielpen om duidelijkheid te scheppen over Mosafers antidepressiva. Het gesprek werd zelfs grappig toen de maatschappelijk werksters vroegen welk ontbijt hun gast de volgende dag op haar kamer wilde krijgen –wit of bruin brood? Sharona wist ook even niet hoe ze dat aan iemand uit Iran, waar ze heel ander brood hebben, moest uitleggen. Het ijs was gebroken en voor het eerst zagen we Mosafer lachen. Na afloop van de intake brachten Sharona en een van de maatschappelijk werksters Mosafer naar haar eigen kamer. Richard en ik voldeden de rekening en wachtten beneden, want uiteindelijk waren we in een huis van de zusters Augustinessen, en als man hoor je je daar niet te vertonen bij de slaapvertrekken.

Donderdag

Het enige wat we hadden moeten beloven was dat we Mosafer de volgende dag weer zouden meenemen, en omdat ik degene was die het makkelijkste een dag vrij kon krijgen, was het aan mij om haar te begeleiden naar de Vreemdelingendienst aan de Huizingalaan. Ik belde de mensen met wie ik afspraken had af, en zocht op het Internet op wat de Vreemdelingendienst zoal deed. We hadden al een vermoeden dat Mosafer uiteindelijk naar het Aanmeldcentrum in Ter Apel zou gaan, en ik zocht op de website van de IND hoe dat zou moeten. Ik kreeg de indruk dat we er op goed geluk heen zouden kunnen gaan en telefoontjes op de vroege donderdagochtend bevestigden die conclusie.

Bewapend met een “point it“-fotoboekje, een Farsi-woordenboek en een trui die mij iets te klein was maar Mosafer nog zou passen, stond ik klokslag half-tien weer aan de Warmoesstraat, waar ik in de wachtkamer wat Augustijnse lectuur doorbladerde tot Mosafer binnen werd gebracht. Ik vroeg om een kopie van de intake-papieren omdat daarop de medicatie stond beschreven, en kreeg die mee nadat me op het hart was gedrukt dat ik ermee moest omgaan zoals met alle privacy-gevoelige informatie. Cordaad deugt.

De zegeningen der mobiele telefonie zijn immens. Ik belde Sharona, die als draadloze tolk dienst deed en Mosafer uitlegde dat ik haar rechtstreeks naar het Aanmeldcentrum zou brengen, dat we eerst naar het station zouden wandelen, daarna met drie treinen drie uur onderweg zouden zijn, dat ik tijdens de reis mijn colleges moest voorbereiden, dat ze een lunch van me zou krijgen, dat ze geacht werd die ook op te eten, en dat ze in het vervolg de taroof moest laten varen, de aangeboren onpraktische bescheidenheid die Iraniërs eigen is en volkomen onproductief is wanneer je de IND moet overtuigen dat er iets ernstigs aan de hand is (de avond ervoor hadden Richard en ik een envelop met geld via de Augustinessen laten geven, opdat Mosafer het niet van ons zou hoeven aannemen – en weigeren). Beleefdheid is een schone zaak, maar in Iran overdrijven ze.

Eigenlijk is Amsterdam een marteling als je er doorheen wandelt met iemand die je niet kunt aanwijzen hoe mooi het is. Voor het eerst in maanden hadden we een zonnige ochtend. De Beurs van Berlage leek mooier dan anders. De klok van de Oude Kerk klonk prachtig. Een besnorde kapitein van een rondvaartboot begroette een collega. Er werd warme chocolademelk verkocht. En er viel niets over te vertellen.

Ik kocht eersteklaskaartjes omdat ik niet wilde dat Mosafer tussen de ketende pubers en telefonerende provincialen zou zitten, en we reisden in betrekkelijke rust naar Amersfoort. Terwijl ik mijn onderwijs voorbereidde, bestudeerde zij de taalgidsjes. Pas in de trein naar Zwolle realiseerde ik me dat ik op mijn laptop foto’s van Persepolis had staan, die ik haar dus maar liet zien. Misschien had ik dat niet moeten doen, want ze begon te huilen, en via de draadloze Sharona begreep ik dat ze veel verdriet had dat ze haar land had moeten verlaten. Mosafer is niet om een trivialiteit op de vlucht geslagen.

Na Zwolle volgden Dalfsen en Ommen, Mariënberg (had ik nog nooit van gehoord) en Hardenberg. Waarom kon ik verdorie niet zeggen tegen Mosafer dat het landschap langs de Overijsselse Vecht gewoon mooi was?! Richard belde om te vragen hoe het ging en praatte nog even met Mosafer, die van alles te vertellen had – wat door Richard laconiek werd vertaald als “uitgebreide Iraanse dankbaarheidsformules”. In Coevorden haalde ik de lunch te voorschijn en ik zag opgelucht dat Mosafer haar broodje oude kaas opat. Na station Dalen (ook al nooit van gehoord) en Nieuw Amsterdam bereikten we dan Emmen.

Ik kocht een strippenkaart voor Mosafer. Er moest een bus rijden, maar die kon ik niet vinden. En omdat ik geen zin had lang te wachten in de vrieskou, besloot ik een taxi te nemen. Ik vroeg me af hoe asielzoekers hier de weg ooit moesten vinden. De officiële procedure is dat de Vreemdelingendienst in de stad waar ze aankomen ze een treinkaartje geeft, maar zelfs ik als Nederlander had in Amersfoort al even moeten zoeken naar de juiste overstap, en dat zal een buitenlander nog wel moeilijker afgaan. Laat staan dat zo iemand de bus zou kunnen vinden in Emmen.

Voorbij Ter Apel zagen we enkele groepjes mensen wandelen, duidelijk geen Drenten of Groningers, en ik begreep dat we in de buurt van het Aanmeldcentrum waren. Niet veel later stonden we bij de poort. Twee jongens die ik in Amsterdam onmiddellijk als Marokkanen zou hebben geïdentificeerd vroegen of we “new” waren, en gebaarden dat we bij de verkeerde poort waren afgezet en dat we even verderop het terrein opkonden. Een portier legde vriendelijk uit waar we heen moesten lopen, en nadat de draadloze Sharona had vertaald wat we nu precies gingen doen, wandelden we naar de aangeduide witte stacaravans. Al snel stonden we temidden van enkele tientallen mensen die weinig om handen leken te hebben. Maar er hing geen vervelende sfeer, zoals je in Amsterdam tussen de hangjongeren wel hebt. Ik zag Mosafer lachen naar de zwarte kinderen in het speeltuintje.

In een grote barak, voorzien van een poging tot kerstboom, werden we opgevangen door mensen van de bewakingsdienst. Het was een komen en gaan van mensen, maar niemand had haast en ik geloof dat ik ongewild ben voorgedrongen. Er kwamen geen klachten – iedereen had de tijd. Een mevrouw schreef Mosafers achternaam over van een van Richards bierviltjes, deduceerde dat de nieuwkomer Farsi sprak en begreep dat ik aarzelde met het noemen van Mosafers geboortedatum, zodat ook hier ‘is ongeveer 54 jaar oud’ in de stukken kwam. Even later begeleidde een bewaker ons naar Mosafers caravan, waar een kacheltje overuren leek te draaien. Een kale ruimte, maar voorzien van een bed en sanitair. Ze zal er enige privacy hebben, tot ze misschien een huisgenote krijgt. De man gaf haar een dik pakket met een lunchpakket, lakens, dekens, zeep en een handdoek. Ik had het idee dat de bewakers goede mensen waren, die het beste probeerden te maken van wat al met al een nogal saaie wachtruimte was.

De draadloze Sharona bleek andermaal mijn gewicht (130 kilo) in goud waard te zijn. Ik wees Mosafer het gebouw aan waarvan ik had begrepen dat er eten werd geserveerd, en Sharona vertaalde wat ik zei; ik wees de medische afdeling aan, en Sharona legde het uit. En ze vertaalde dat Mosafer niet in het eigenlijke Aanmeldcentrum was, maar op het terrein van de noodopvang, en dat een medewerker van het COA haar over een dag of twee zou komen ophalen om haar naar het Aanmeldcentrum te brengen, waar de IND haar verhaal zou opnemen.

En dat was het dan. Mosafer en ik namen afscheid en ik begreep van de draadloze Sharona dat onze beschermelinge ons met engelen vergeleek. Het leek me niet het moment voor een refutatie van deze theologie. Ik voelde me wat raar. Na een dag samen te hebben gereisd was ze in feite nog een volkomen onbekende. Ik weet dat ze ongeveer 54 jaar oud is, uit Isfahan komt, getrouwd is geweest, drie kinderen heeft, antidepressiva gebruikt, geen paspoort van de autoriteiten heeft gekregen en in haast door smokkelaars Iran is uitgebracht. Al haar bezittingen zitten in een schoudertas en een koffertje, en ze weet nog niet wat het betekent dat ze overmorgen de asielprocedure indraait. Ik drukte haar nog een telefoonkaart in handen, gaf de nummers van Sharona en mijzelf, en dat was eigenlijk alles wat er nog kon worden gedaan.

Met wat Aziaten wandelde ik het terrein af. De portier vroeg belangstellend of alles was gelukt en wees me waar ik de bus zou kunnen vinden. Ik heb niet het idee dat ik Mosafer tussen de onmensen heb achtergelaten. Sharona zou me later vertellen dat de vriendelijkheid van de bewakers, het feit dat ik op het terrein was gekomen en dat de mensen het terrein weer konden verlaten haar verbaasden. In haar tijd en in Zevenaar was dat anders geweest.

Op woensdagavond had Richard al opgemerkt dat als je religieus van aard was, je makkelijk de hand van de Voorzienigheid kon zien in het feit dat Mosafer uitgerekend iemand had aangesproken die een oud-vluchtelinge kende en iemand met kennis van de daklozenopvang. Mosafer zelf noemde ons engelen. Wat ik haar niet wilde (en hoefde) zeggen, was dat zulke opmerkingen mij altijd wat storen, omdat het impliceert dat je jezelf waard acht dat God er de natuurwetten voor opschort. Ik voelde me ook wat ongemakkelijk bij de “uitgebreide Iraanse dankbaarheidsformules”. Zó speciaal was het niet wat we deden. Wat de Amsterdamse politie daar ook van moge denken – in het op zes na rijkste land ter wereld hoort het simpelweg niet te gebeuren dat een vrouw van ongeveer 54 jaar op straat moet slapen.

Jona Lendering is historicus, de man achter de website Livius en mede-oprichter van Livius Onderwijs, waar cursussen worden gegeven over de oude Mediterrane samenlevingen. Lees zijn boek over oorlogsverslagen in de klassieke oudheid, Oorlogsmist.

Jona Lendering, 17.12.2007 @ 12:03

 

 

[Home]
 

8 Reacties

op 17 12 2007 at 13:12 schreef Compli:

Een larmoyant stukje.
En ik weet zeker dat iedereen je – ondanks jouw overtuigende bezwaren – zal prijzen om je edelmoedige daad van naastenliefde.

op 17 12 2007 at 13:16 schreef Hansje Castorp:

geweldig en roerend verhaal. Leuk geschreven ook. Helaas is mij wel duidelijk geworden dat je, als je een onbekende gaat helpen, daar heel veel tijd mee kwijt kan zijn. Dat is een hoop ongemak waar je je mee inlaat.

offtopic
Laat mij in hetzelfde kader van ‘en de wereld kan dus toch wél mooi zijn’ vermelden dat ik, na uren bellen met de helpdesk van @home, erin geslaagt ben om een complexe situatie op te lossen. Ondertussen weet ik precies hoe de database van @home werkt (niet zo goed dus, om precies te zijn.)

op 17 12 2007 at 18:05 schreef Paardestaart:

"Larmoyant"?
De rauwe werkelijkheid is hard compli; dat jij d’r nog niet tegenaan bent gelopen wil niet zeggen dat hij niet bestaat. Je mag pas zulke grote woorden gebruiken als je ook helemaal naar heerjezusveen bent gereisd om een ander te stutten en te steunen

op 17 12 2007 at 20:01 schreef Alvaro:

Dat aanmeldcentrum hoort daarom in Amsterdam. De deur ernaast het Uitmeldcentrum.

op 17 12 2007 at 22:59 schreef Compli:

Grappig en treurig tegelijk dat jij meent te weten of ik al dan niet ‘tegen de rauwe werkelijkheid ben aangelopen’ of ‘een ander heb gestut en gesteund’, Paardestaart. Gelukkig heb ik van niemand toestemming nodig als het gaat om woordkeuze.

Wel vind ik het een prachtig gekozen woord van de heer Lendering, wiens vader mij in een grijs verleden de fijnere kneepjes der Nederlandse taal trachtte bij te brengen. Tevergeefs uiteraard, getuige mijn misplaatste hergebruik van het woordje in mijn commentaar.

op 18 12 2007 at 03:57 schreef Eric:

mooi kerstverhaal!

op 18 12 2007 at 19:50 schreef Paardestaart:

O – pardon Compli..Ik had de inleiding van Jona niet gelezen, en werd kwaad omdat het dan zo makkelijk klinkt – larmoyant.
Dubbele bodem gemist – mijn excuses..

op 18 12 2007 at 22:27 schreef Compli:

Geeft niets, Paardestaart.
Ben overigens wel benieuwd hoe het inmiddels is met de zo voortvarend opgevangen vluchtelinge.

Nieuwe reactie
Naam:
E-mail:
Homepage:
  Afbeelding invoegen
 

 


Home

Archief

Superpeter

Gesprek tussen Francisco van Jole en Uw Hoofdredacteur in De Nacht van Jole (30 oktober 2014)

Meest gelezen in september

O Dit land is krankzinnig geworden
O Ongenuanceerde hufter
O Ik neem nergens afstand van
O Naakt is gezellig
O The Post Online: door Nazi's, voor Nazi's
O Antisemitisme en islamofobie gaan hand in hand
O YouPorn
O Allahu Akbar
O De wereld volgens Anders Breivik
O Laten we het eens over Nazi's hebben

Meest gelezen in 2013

O Fnexit
O YouPorn
O De kut van Sunny Bergman
O Holland for foreigners: can't you take a racist joke?
O Jodenhaat
O Frontaal Naakt Leeft!
O Griezel
O Islamsatire
O 'Fuck off ben je niet goed bij je kankerkop stinkhoer'
O De oorlog tegen bijstandsmoeders

Vermaakt u zich een beetje met deze site? Laat uw waardering blijken met een kleine donatie (grote mag ook!) op rekeningnummer 393 444 961 van de Rabobank in Rijswijk (NL59 RABO 0393 4449 61 - SWIFT BIC RABONL2U) o.v.v. 'Frontaal Naakt'.

Mail!
Stuur uw loftuitingen en steunbetuigingen naar Frontaal Naakt.

Gratis!
Ontvang gratis de Frontaal Naakt nieuwsbrief.

Blurbs!

"How does it feel to be famous, Peter?" (David Bowie)

"Nu weet ik het zeker. Jij bent de antichrist." (Sylvia Witteman)

"Ik ben dol op Peter. Peter moet blijven." (Sheila Sitalsing)

"Schrijver bij wie iedereen verbleekt, weergaloos, dodelijk eerlijk. Om in je broek te piesen, zo grappig. Perfecte billen." (Hassnae Bouazza)

"Ik moet enorm lachen om alles wat Peter Breedveld roept." (Naeeda Aurangzeb)

"We kunnen niet zonder jouw geluid in dit land" (Petra Stienen)

"Jij levert toch wel het bewijs dat prachtige columns ook op weblogs (en niet alleen in de oude media) verschijnen." (Femke Halsema)

"De scherpste online columnist van Nederland" (Francisco van Jole)

"Elk woord van jou is gemeen, dat hoort bij de provocateur en de polemist, nietsontziendheid is een vak" (Nausicaa Marbe)

"Als Peter Breedveld zich kwaad maakt, dan wordt het internet weer een stukje mooier. Wat kan die gast schrijven." (Hollandse Hufters)

"De kritische en vlijmscherpe blogger Peter Breedveld" (Joop.nl)

"Frontaal Naakt, waar het verzet tegen moslimhaat bijna altijd in libertijnse vorm wordt gegoten." (Hans Beerekamp - NRC Handelsblad)

"De grootste lul van Nederland" (GeenStijl)

"Verder vermaak ik mij prima bij Peter Breedveld. Een groot schrijver." (Bert Brussen)

"Landverrader" (Ehsan Jami)

"Voorganger van de Linkse Kerk in Hersteld Verband." (Carel Brendel)

"You are an icon!" (Dunya Henya)

"De mooie stukken van Peter Breedveld, die op Frontaal Naakt tegen de maatschappelijke stroom in zwemt." (Sargasso)

'De website Frontaal Naakt is een toonbeeld van smaak en intellect.' (Elsevier weekblad)

"Frontaal Gestoord ben je!" (Frits 'bonnetje' Huffnagel)

"Jouw blogs maken hongerig Peter. Leeshonger, eethonger, sekshonger, geweldhonger, ik heb het allemaal gekregen na het lezen van Frontaal Naakt." (@JoycePants)

'Fucking goed geschreven en met de vinger op de zere plek van het multicultidebat.' (jury Dutch Bloggies 2009)

'Frontaal Naakt is een buitengewoon intelligent en kunstig geschreven, even confronterend als origineel weblog waar ook de reacties en discussies er vaak toe doen.' (jury Dutch Bloggies 2008)

'Intellectuele stukken die mooi zijn geschreven; confronterend, fel en scherp.' (Revu)

'Extreem-rechtse website' (NRC Handelsblad)

'Peter schrijft hartstochtelijk, natuurlijk beargumenteerd, maar zijn stijl volgt het ritme van zijn hart.' (Hafid Bouazza)

'Complimenten voor Frontaal Naakt. Scherpe confrontatie, zelfs als die soms over grenzen van smaak heen gaat, is een essentieel onderdeel van een gezonde democratie.' (Lousewies van der Laan)

'De meeste Nederlanders zijn van buitengewoon beschaafde huize, uitzonderingen als Peter Breedveld daargelaten.' (Anil Ramdas)

'Peter Breedveld verrast!' (Nederlandse Moslim Omroep)

'Breedveld is voor de duvel nog niet bang' (Jeroen Mirck)

'Nog een geluk dat er iemand bestaat als Peter Breedveld.' (Max J. Molovich)

'Godskolere, ik heb me toch over je gedróómd! Schandalig gewoon.' (Laurence Blik)

Links!


 

RSS RSS