Vrouwen
Multatuli

Foto: Jock Sturges
Wat hebt gy gemaakt van de wereld, o christenen? Ik wend het oog af van uw walgelyke Historie… die gy hebt vervalscht en omgeknoeid bovendien: ad Majorem Dei gloriam. Dien Konstantyn noemt ge groot, en de rest is even waar als die grootheid. Ik wend het oog af van de Geschiedenis, om het te richten op iets wat ge niet verdraaien niet verkerkvaderen kunt, op uw huisgezinnen, op uw vrouwen, op uw dochters. Wat hebt ge dáárvan gemaakt. Wat hebt ge gemaakt van de vrouw?
Om u staande te houden op een door ‘t recht van den sterkste veroverd standpunt, maakt ge dagelyks uw vrouwen tot huishoudwerktuigen of erger, en uw dochters tot Kaspar Hauser‘s, tot Javanen. Ik erken dat gy uw vrouwen nog slechter behandelt dan uw bybel voorschryft, en dat niet alles wat er valt aantemerken op den vernederden toestand der vrouw, te wyten is aan mozaïsche of apostolische voorschriften. Nergens lees ik: laat uw vrouw dom blyven’ of: zorg dat uw dochters geene begeerte scheppen uit wetenschap.’ Maar er staat toch: gy vrouwen, weest uw mannen onderdanig.’ En, eenmaal die onderdanigheid aannemende, volgt de rest vanzelf. Zoolang in Zuid-amerika de slaverny bestaat, zóólang zullen ook natuurlykerwyze de slavenhouders hun slaven ‘t lezen verbieden. ‘t Voorschrift van onderdanigheid wettigt tevens de alleen mogelyke middelen, waardoor ze kan gehandhaafd worden.
Dit immers staat er, dat de vrouwen onderdanig moeten zyn. Tot hoeverre? Waar is de grens? Dàt staat er niet, er wordt niet gesproken van grens. De apostel laat het over aan de diskretie van de heeren.
En al ware dit zoo niet, bezie ze eens goed, die heeren der schepping, de mannen! Ga ze na in die diskretie, in hun nietig streven, in hun bekrompenheid, in hun onkunde, hun lafhartigheid… en vraag uzelf of ‘t oorbaar is en rechtvaardig, dat de andere helft van ‘t menschdom zoo maar voetstoots moet onderdanig wezen aan die helft?
De eisch der mannen op dit stuk toont reeds dat die vordering ongegrond is. Om heer te zyn in ‘t zedelyke behoorde men te beginnen met het begrypen van rechtvaardigheid, en ‘t is ònrechtvaardig de vrouw, als zoodanig, te stellen beneden den man. Verbeeld u, Cornelia, Sappho, Charlotte Corday, de Stael, Beecher-Stowe, onder den eersten den besten kwajongen!
Maar wie moet dàn heerschen? ‘t Antwoord is zeer eenvoudig: er wordt niet geheerscht.
- Goed! Maar wie behoort het meest invloed te hebben?
- Wel… die ‘t verdient.
- Nogeens goed, maar… wie verdient het?
- Wie ‘t meest ontwikkeld is als mensch. De geslachtsdeelen hebben hiermee evenmin te maken als de kleur van ‘t haar.
- Maar… als hy of zy die ‘t meest ontwikkeld is als mensch, niet slaagt in ‘t verkrygen van den invloed die hem of haar zou toekomen?
- Dan twyfel ik aan die meerdere ontwikkeling, en raad hem of haar ernstig aan, zich verder te ontwikkelen.
Multatuli (1820) is de grootste schrijver aller tijden. Maar goed dat-ie dood is, anders was-ie ook allang door tien man gedachtepliesie van zijn bed gelicht. Het is een schande dat zijn verzamelde Ideën niet continu worden herdrukt, maar gelukkig is daar de Digitale Bieb.
Algemeen, 18.07.2008 @ 10:54
[Home]
4 Reacties
op 18 07 2008 at 17:18 schreef babs:
Erg goed stuk. Moet nodig eens wat van hem gaan lezen. Zou opnieuw uitgegeven moeten worden in modern Nederlands hij ipv hy, delen ipv deelen.
op 19 07 2008 at 02:16 schreef Asmodeus:
De eigenzinnige spelling van Multatuli was in zijn tijd niet conform de regels. Vertaling zou verminking betekenen, bovendien een te taaie kluif voor degene die het moet uitvoeren. Bewerking en verklaring is ook lastig, maar niets mis mee.
Ruimte scheppen voor schisma’s en pittige discussies…
Reve komt trouwens ook niet door de 21e eeuwse spellingscontrole.
op 19 07 2008 at 03:51 schreef Asmodeus:
Verkerkvaderen? Vertalen? Een taak waar de doorsnee docent Nederlands niet tegen opgewassen is.
"Polemist? Wat is dat?" De reactie van een der dwergen die mij de les hebben gelezen. Een scholier moest tevergeefs uitleggen hoe een pennestrijder door zijn meer bekwame vakgenoten benoemd wordt, ten overstaan van een klas vol ongeïnteresseerde en onbegripvolle lotgenoten. Kramers niet binnen bereik.
Conclusie: het woord bestaat niet…
Publieke vernedering deert mij niet. Geen complex of trauma aan overgehouden, wel de overtuiging dat zulke wanpresteerders hun altijd-koffietijd, zuurlinkse gekanker en te lange vakanties eigenlijk niet verdienen. De zeldzaam niet zeurende tegenpolen des te meer, ze moeten het immers niet van hun collega’s hebben.
Een docente Nederlands zag geen enkele parallel tussen Lodewijk Stegman (‘Ik heb altijd gelijk’, Hermans) en Pim Fortuyn. Onvoldoende.
Enkele jaren later studeert een student af. Met een aan deze vergelijking gewijd proefschrift.
Toch geslaagd, al was het iemand anders.
Geen voldoening, want ik was al overtuigd van mijn gelijk. Toch een leuk gespreksonderwerp, mochten we elkaar ergens treffen…
op 23 07 2008 at 12:37 schreef Jos Heitmann:
De negentieneeuwse schrijfwijze alhoewel de belangstelling voor deze eeuw uitgedoofd is, dient men gewoon te leren. Gaat men moderniseren dan zij ook voetnootsgewijs de betekeniswijze der woorden toe te voegen, een verklarende inleiding en slotschrift aan te plakken en een biografische schets met des schrijvers betekenis in zijn tijd weer te geven. Dan de receptie van des schrijvers denken tot het moment van de onthulling van het standbeeld door niemand minder dan koningin Beatrix.






















RSS