Frontaal
Naakt
22 januari 2013

De Reaguurder

Hans Post


Illustratie: Igor G. Panov

Hans Post is online-nieuwsverslaafd. De symptomen? Ingevallen wangen; nachten zonder slaap aan de laptop gekluisterd; ogen waaruit het licht is verdwenen. ‘Als ik wil, kan ik er zo een maand mee stoppen,’ zegt hij. Maar zijn trillende, om de muis geklemde hand doet anders vermoeden. Zie hier een excerpt uit zijn online logboek – de ijldromen van een nieuwsjunkie in de ontkenningsfase.

Ik ben boos. Woest ben ik. Eigenlijk al jarenlang. Mijn hoofd is een gevangenis, waarin ik schuimbekkend aan de tralies trek, met bloeddoorlopen ogen.

Onmacht

De kwaadheid waar ik aan lijd – want lijden mag je het wel noemen – wordt veroorzaakt door onmacht. Een bijzonder type onmacht. Het is de onmacht om de loop van de Nederlandse geschiedenis te beïnvloeden. De onmacht om op wetten te stemmen. De onmacht om gehoord te worden door mijn medeburgers, gerespecteerd.

Zo dicht schurken mijn verzengende kwaadheid en onmacht tegen elkaar aan, dat ze rondzingen. Een hoge pieptoon, steeds venijniger, steeds ondraaglijker. Ik douw mijn handen tegen mijn oren.
Ik ben een reaguurder. De onmacht en kwaadheid waar ik het over heb zijn de onmacht en kwaadheid van de reaguurder.

De reaguurder heeft een bijzondere gave. Maar daar betaalt hij een hoge prijs voor. Het is de gave om de politiek te doorgronden. Hij doorziet wat voor anderen verborgen blijft: politieke complotten, misdaden, leugens. Het tergt hem. Alleen zijn liefde voor het vaderland houdt hem op de been – dat dierbare land, dat kankerland – Nederland, dat hij langzaam naar de verdoemenis ziet gaan.

Onbegrepen

De reaguurder is een onbegrepen diersoort. Maar geen bedreigde diersoort. Met drommen begeven de reaguurders zich op het internet. Dag en nacht. Als je ze zou wegplukken vanachter hun toetsenborden en neerzetten in Den Haag, dan zou het zwart van ze zien, op het Binnenhof, aan het Lange Voorhout, in de buitenwijken tot aan zee – in elk zijstraatje, op elke duintop.

Geen bedreigde diersoort, maar onbegrepen: dat wel. Ze worden genegeerd door Henk en Ingrid: ‘wie heeft het nou over politiek?’ Ze worden weggehoond door Diederik-Jan en Fleur: ‘wie heeft het nou over politiek zonder ervoor betaald te worden?’ Henk, Ingrid, Diederik-Jan en Fleur gaan liever lekker winkelen of zo. Hun avonden slijten ze achter de buis.

De reaguurder slijt zijn avonden achter ‘de buis 2.0’: het internet, de draaikolk van online opinie-sites. Daar browst hij naar artikelen – zijn eigen mening als een slagersmes in de hand. Zo ook ik. Urenlang. Tot mijn ogen op stokjes staan. Een klik hier, een onbeheersbare ergernis daar. En plotseling gebeurt het. Het gebeurt altijd een keer. Ik ben er onbewust naar op zoek. Ik open een artikel dat mijn borst zozeer doet verkrampen, dat ik wel moet reaguren.

Kleine lijkkisten

Reaguurders hangen onder hoofdartikels in korte commentaren. Waar het hoofdartikel met rechte rug op de webpagina staat, trots, arrogant, daar kwijnen de reaguurders weg in de zompige grond daaronder, in bedompte, kleine lijkkisten, soms wel tot een meter diep. Dat claustrofobie ze bij de keel grijpt, is niet verwonderlijk. En dat die claustrofobie omslaat in onmacht en haat evenmin. Panisch rammen de reaguurders om zich heen, op het toetsenbord, met uitgeslagen klauwen.

Schuimbekkende complottheorieën slingeren ze de wereld in. Een slagveld aan dodelijke spelfouten. Gruwelijk verminkte zinnen. En een gerafelde logica, die als een loopbrug gevaarlijk heen en weer zwaait over het ravijn van hun eigen waanzin.

De wereld van de reaguurder is een griezelige sprookjeswereld. Het is een wereld waarin je schreeuwt, maar er komt geen geluid uit je mond. De mensen kuieren langs je heen – je krijst met opgeheven armen – maar ze slenteren genietend voort, babbelen eens wat onder elkaar. Alsof je niet bestaat. Dat is de ergste nachtmerrie.

Lege handen

De macht is in Nederland netjes verdeeld. De uitvoerende macht valt aan directeuren, rechters en de hoge heren in Den Haag. En dan heb je de opiniërende macht – laat ik het zo maar noemen. Die valt aan beroepsjournalisten van divers pluimage – presentatoren, columnisten – mensen met een vlotte pen en heldere denktrant.

De reaguurder blijft met lege handen achter. Theoretisch gezien is hij – de mondige burger – de vijfde macht. Maar de vijfde macht is een illusie. Mogen reaguren en mogen stemmen, eens in de vier jaar, op een voorgekauwde lijst regenten: dat is weinig meer dan een ritueel, waarmee de burger zijn macht uit handen geeft, nog voor hij het heeft uitgeoefend.

Aan wiens kant staat ú eigenlijk? Kom op, beken kleur. Aan de kant van de redelijkheid van de macht? Ga uw gang. U voelt dan vast de aandrang om de reaguurder te bespotten: die stumperds toch! Kijk eens naar die scheefgegroeide bijzinnen, giftige hatelijkheden, algehele domheid.

Gebazel in de marge

Maar wees dan wel zo eerlijk en geef toe: het gebazel van de reaguurder is gebazel in de marge. Letterlijk.

Het is het snerpende geluid van machteloosheid.

Hans Post noemt zichzelf ‘een hardwerkende Nederlander,’ met ‘een robuuste set normen en waarden.’ Hij ontkent ten stelligste betrokken te zijn geweest bij de gewelddadige rellen rond de kroning van Beatrix op 30 april 1980 in Amsterdam. ‘Toen was ik víer,’ briest hij verongelijkt.

Hans Post
Reageren? Mail de redactie.