De Zoon van Kuifje
Peter Breedveld

De beroemdste journalist ter wereld, De Brusselse reporter Kuifje, stapte op 10 januari 1929 op de trein naar de Sovjet Unie, voor zijn eerste avontuur. In niets leek hij toen nog op de Kuifje die we nu kennen. Agressief en bevooroordeeld liep hij rond in een verhaal dat bol staat van de anti-Sovjetpropaganda. Het was een strip die wel paste bij de kleinburgerlijke, katholiekreactionaire krant Le Vingtième, waarin hij verscheen. Kuifje en zijn geestelijke vader, Hergé, waren nog ver verwijderd van de oosterse mystiek van Kuifje in Tibet of het geraffineerde Kammerspiel van De juwelen van Bianca Castafiore.
Hergé overleed in 1983. Over hem en zijn werk zijn in de loop der jaren rond de honderd boeken verschenen, maar wie hij werkelijk was is altijd een raadsel gebleven. Hoe fout was hij nu bijvoorbeeld geweest in de Tweede Wereldoorlog? De tendentieuze, ongenuanceerde smaadschriften over dit onderwerp zijn net zo weinig te vertrouwen als de verklaringen van bewonderaars, die schouderophalend doen over het feit dat Hergé in de oorlog voor de foute krant Le Soir werkte. Hergé was een naïeve, wereldvreemde man, zeggen ze, die niets van politiek moest weten. Op de officiële Kuifje-website wordt er fijntjes op gewezen dat Raymond Leblanc, die vlak na de oorlog met Hergé het weekblad Kuifje oprichtte, in het verzet had gezeten. Conclusie: Hergé heeft een schoon blazoen.
Antisemitisch
De Fransman Benoit Peeters, zelf schrijver van een uitermate succesvolle stripcyclus, De Duistere Steden, bekijkt de zaken objectiever in de uitstekende biografie Hergé, zoon van Kuifje. Peeters bijt als eerste Hergé-bewonderaar echt door de zure appel heen en spaart de meester niet. Hergé’s werkgever, Le Soir, wás een foute krant vol antisemitische en pro-Duitse propaganda, concludeert Peeters. Dat Hergé voor deze krant werkte, was ook niet een eenvoudig toeval, veroorzaakt door Hergé’s vriendschap met hoofdredacteur Raymond de Becker. Hergé onderhandelde namelijk ook over de exclusieve rechten voor de publicatie van Kuifje in het Vlaams met Het Algemeen Nieuws, een krant die al net zo fout is als Le Soir.
En dan zijn er de antisemitische karikatuur die Hergé in 1942 heeft gemaakt als illustratie van een antisemitisch verhaal van fabelschrijver Robert de Vroylande en de antisemitische grappen in (de oorspronkelijke versie van) het Kuifje-verhaal De Geheimzinnige Ster. Hergé zou er later over zeggen dat hij jodengrappen maakte zoals hij ook grappen maakte over Schotten en Duitsers en dat hij niet wist wat de Nazi’s in 1942 met de joden deden. “Als ik van die gruwelen had geweten, zou ik bepaalde tekeningen nooit gemaakt hebben”, zei hij in 1972 tegen de joodse journalist Henri Roanne, die een film over hem maakte. Om er daarna aan toe te voegen: “Misschien heb ik het ook niet wíllen weten”.
Na de oorlog dreigde Hergé wegens collaboratie te worden veroordeeld, net als vele andere medewerkers van Le Soir. Zijn vriend, de schilder Jacques van Melkebeke, die tijdens de oorlog min of meer dezelfde activiteiten aan de dag legde als Hergé, kreeg tien jaar gevangenisstraf. Een kunstredacteur van Le Soir, Marcel Dehaye, werd levenslang uit zijn burgerlijke en politieke rechten ontzet, hoewel zijn artikelen uitgesproken apolitiek waren. Hergé ontsprong echter de dans, omdat hij ‘onschuldige tekeningen voor kinderen’ had gemaakt.
Verzetsheld
Het is Kuifje die Hergé heeft gered. Kuifje was aan het eind van de oorlog zo populair dat de Belgen blijkbaar niet meer zonder hem konden. In een verzetsblaadje verscheen aan het eind van de oorlog een pastiche op de strip, waarin Kuifje en zijn vriend Haddock in niet mis te verstane bewoordingen afstand nemen van hun geestelijke vader. “Van mij heeft Hergé nooit een Duitse herder kunnen maken” zegt Kuifjes hond Bobby in de strip. “Alsof de tekenaar moet worden aangevallen om zijn personages overeind te houden”, schrijft Peeters.
Hergé kan dankzij de tussenkomst van verzetsheld Raymond Leblanc, die dolgraag een weekblad rond Kuifje wil beginnen, meteen na de oorlog weer aan het werk. Hergé gebruikte Leblanc later zelfs om zijn vrienden bij Le Soir, ondanks hun veroordeling, ook weer aan het werk te krijgen. “Uiteindelijk had die verdomde Hergé me zonder het te zeggen omringd door een menigte ex-collaborateurs!”, vertelde Leblanc later in een interview.
Hergé was fout geweest, daarover geen twijfel. Maar hij was geen nazi en ook geen racist. In de jaren dertig maakte hij het Kuifje-verhaal De scepter van Ottokar, waarin de Anschluss van Oostenrijk door Duitsland aan de kaak wordt gesteld en de slechterik een synthese is van de dictators Mussolini en Hitler. En terwijl Hergé in Kuifje in Congo de zwarte Afrikanen had afgeschilderd als naïeve wilden die beschaving moest worden bijgebracht, had hij zich op aandringen van een aantal paters eerst verdiept in China alvorens aan het verhaal De Blauwe Lotus te beginnen. In dat verhaal worden de Chinezen dan ook een stuk respectvoller bejegend.
Na de oorlog was Hergé begaan met het lot van een in Duitsland gelegerde Amerikaanse soldaat van Indiaanse afkomst, die was weggelopen en tot twintig jaar dwangarbeid veroordeeld. Hergé schreef als auteur van Kuifje een brief aan de Navo-bevelhebber waarin hij begrip vroeg voor de Indiaanse afkomst van de jongen. De soldaat kwam uiteindelijk vrij.
Wereldburger
Hergé was een vat vol tegenstrijdigheden. Hij was een dictator die zelfs zijn vrienden niet spaarde voor zijn vernietigende kritiek. Hij was een egoïst die zijn eerste vrouw onnodig veel pijn deed. Maar hij beantwoordde ook de brieven van al zijn lezers. “Niet reageren zou verraad zijn aan hun dromen”, zei hij. Hij hielp mensen die hij nauwelijks kende een carrière op te starten door ze geld te lenen.
Het is Kuifje geweest waardoor Hergé zich ontwikkelde van een reactionaire, bekrompen burgerman tot een ruimdenkende kosmopoliet die begaan was met het lot van zijn medemens. Door Kuifje kwam Hergé vanaf het eerste album steeds in aanraking met mensen die hem wezen op zijn verantwoordelijkheden, die hem kennis lieten maken met andere volkeren, andere culturen, oosterse filosofieën, met de kunst. “Album na album heeft Kuifje Hergé geschoold en hem naar onvoorstelbare horizonten geleid”, schrijft Peeters. Daarom is Hergé niet de geestelijke vader, maar de zoon van Kuifje.
![]()
![]()
Een volgende keer: hoe kan het dat Marten Toonder aanzienlijk rijker uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn kwam dan hij was toen die oorlog begon?
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS