Home » Archief » Muhammad rasul Allah


[19.08.2009]

Muhammad rasul Allah

Richard Kroes

ukiyoe2

Het werd hoog tijd dat er eens een goed overzicht kwam van alle niet-traditionele, revisionistische en dissidente ideeën over het ontstaan van de islam, en dat overzicht is er nu: Eildert Mulder en Thomas Milo’s De omstreden bronnen van de islam.

Er was trouwens al een gedeeltelijk overzicht: Hans Jansens De Historische Mohammed. Een tweedelig werk waarin Jansen zowel het traditioneel islamitische verhaal over Mohammed behandelt als kritische en ‘hyperkritische’ theorieën van westerse wetenschappers. Dat overzicht beperkt zich echter tot de biografie van de profeet en wordt bovendien ontsierd – met name in het tweede deel over de verhalen uit Medina – door Jansens persoonlijke, nogal negatieve, meningen over de islam als godsdienst. Het boek van Mulder en Milo is niet alleen vollediger en objectiever, het is vooral veel béter.

Om te beginnen is het boek bijzonder goed geschreven: vlot en met merkbaar enthousiasme en plezier. Beide auteurs zijn geen islamologen of anderszins professionals op het gebied van de islam, maar hebben wél voldoende kaas gegeten van de materie om de ideale tussenpersonen te zijn tussen islamwetenschappers en de geïnteresseerde leek. Zo weten de beide schrijvers bij allerlei lastige taalkundige kwesties verklarende vergelijkingen te geven uit het Nederlands of Engels. Dat doen ze zeer consequent en dat werkt erg verhelderend.

Het boek is een bewerking van een serie artikelen die eerder in dagblad Trouw verscheen. Daarin worden revisionistische theorieën uit vooral de Duitse wetenschappelijke wereld behandeld. Er worden gedurfde vragen aan de orde gesteld als: hoe betrouwbaar is de historische informatie uit de islamitische bronnen eigenlijk? Heeft Mohammed wel bestaan? Is de koran niet veel jonger – of juist veel ouder – dan moslims beweren? Is de islam wel op het Arabisch schiereiland ontstaan? Hadden basiswoorden als ‘islam’, ‘koran’, ‘mohammed’ en ‘moslim’ in de 7e eeuw eigenlijk wel dezelfde betekenis als moslims er nu aan toekennen?

Het boek begint met de werkzaamheden van de Duitser Gerd-Rüdiger Puin aan de oudste koranmanuscripten ter wereld uit Sanaa in Jemen. Manuscripten die her en der variaties in de tekst van de koran laten zien. Daarna komen de theorieën van Christoph Luxenberg en Günther Lüling aan bod.

Beide laatste wetenschappers zijn actief in Duitsland en poneren de theorie dat de koran is gebaseerd op Christelijke liturgische teksten in het Syrisch-Aramees. Lüling is inmiddels door de wetenschappelijke wereld kaltgestellt en wordt – mede vanwege zijn nogal theologische invalshoek – niet meer serieus genomen. Luxenberg is de man die het verhaal de wereld in hielp dat de 72 paradijsmaagden, die islamitische martelaars bij de hemelpoort zouden opwachten, eigenlijk alleen maar druiven zijn. Een latere – strikt Arabische – herinterpretatie van een oorspronkelijk Syrisch-Aramese koranpassage zou daarvan de oorzaak zijn. Dat mechanisme zou op veel meer plekken in de korantekst tot misverstanden en misinterpretaties hebben geleid. Die hypothesen kunnen rekenen op felle kritiek, die door Mulder & Milo ook wordt behandeld. Luxenberg richt zich veel meer op de taalkunde en is niet door de wetenschappelijke wereld kaltgestellt. Hij heeft er mede voor gezorgd dat allerlei onderzoeksthema’s in de islamologie weer op de agenda gezet zijn.

Eén van die onderzoeksthema’s is een tekstkritische uitgave van de koran. Waar de Tenach inmiddels aan zijn vijfde tekstkritische editie toe is en het Nieuwe Testament aan zijn 27e, is er voor de koran zelfs niet een begin mee gemaakt. Het Berlijnse onderzoeksprogramma Corpus Coranicum lijkt daar nu verandering in te gaan aanbrengen. Mulder en Milo behandelen dit onderzoek voornamelijk aan de hand van de subsidieaanvraag. Die aanvraag is aanleiding om een verschil toe te lichten tussen de ‘revisionistische’ wetenschappers en de meer mainstream islamologen. Die laatste lopen – althans volgens de revisionisten – veel teveel aan het handje van traditionele moslims en bedrijven een vorm van zelfcensuur, om die traditionele moslims maar niet voor het hoofd te stoten. De subsidieaanvraag van Corpus Coranicum ademt diezelfde ‘zelfcensuur’, aldus de auteurs.

Niet alles is Duits wat de klok slaat. Ook het onderzoek van de Israëliërs Jehuda Nevo en Judith Koren komt aan de orde. Deze archeologen hebben alle vroeg-Arabische inscripties en heiligdommen in de Negev geïnventariseerd.

Dat leidde tot verrassende resultaten. Zo bleek Mohammed pas veel later in inscripties te worden vermeld dan je zou verwachten. Ook moskeeën bleken niet altijd, zoals eigenlijk hoort, op Mekka georiënteerd te zijn en leefde in de achtste eeuw de bouw van polytheïstische tempeltjes op. Dat strookt niet helemaal met het traditionele islamitische verhaal. Ook de Deense Patricia Crone komt aan de orde. Zij toonde in 2005 behoorlijk overtuigend aan de Mekka in de zevende eeuw nooit een karavaan-handelsstad kan zijn geweest en dat strookt helemaal niet met de islamitische visie.

Ronduit fantastisch zijn de theorieën van de Duitse numismaat Volker Popp. Op basis van afbeeldingen en inscripties op munten komt hij tot een totaal andere visie op het begin van de islam. Deze zou in Iran zijn ontstaan onder heterodoxe, christelijke Arabieren die het Perzische Sassanidenrijk niet van buitenaf, maar van binnenuit overgenomen zouden hebben. ‘Mohammed’ zou – in de betekenis van ‘geprezen’ – geen eigennaam van een persoon zijn, maar een aanduiding van Jezus. Mulder en Milo’s verhaal over deze numismaat is mede zo spannend, omdat de beide schrijvers iedere kritische opmerking over Popps ideeën sparen tot de laatste anderhalve pagina’s van het betreffende hoofdstuk. En in die anderhalve pagina worden behoorlijk kritische noten gekraakt.

De revisionistische theorieën worden ook in een breder kader geplaatst. Zo komen tevens de ideeën van een Iraanse soefi aan bod, die helemaal niet spectaculair blijken te verschillen van die van de revisionisten. Ook laten Mulder en Milo zien dat veel revisionistische theorieën niet zo nieuw zijn als wel gedacht wordt: veel van de in het boek beschreven ideeën hebben een lange voorgeschiedenis.

Een aanrader dus! Al is hier en daar kritiek wel op zijn plaats.

Het boek wordt her en der ontsierd door kleine, onnodige foutjes (‘Arameese genocide’, ‘numismatoloog’) die de auteurs niet kunnen worden aangerekend, maar waar uitgever Meinema een redacteur voor in had moeten schakelen. Het lijkt een plaag voor populair-wetenschappelijke boeken de laatste jaren: er wordt bezuinigd op redactie.

Een zekere onevenwichtigheid is het boek ook niet vreemd. Zo hebben de auteurs bijzonder veel gesproken met leden van de Duitse revisionistische school, maar veel minder met bijvoorbeeld de mensen achter Corpus Coranicum. De kritiek op dat onderzoeksprogramma is voornamelijk gebaseerd op de subsidieaanvraag, maar die zijn bedoeld om commissies te plezieren. Dat betekent dat alle leden van die commissie zich in de aanvraag moeten kunnen vinden. En ook subsidieverlenende commissies zijn op hun beurt weer op een vergelijkbare manier samengesteld: de leden vormen in hun combinatie ook weer een compromis. Een subsidieaanvraag moet dus wel – wil hij succesvol zijn – een compromistekst zijn, waarin alle vertegenwoordigde visies zich kunnen vinden. Dat zorgt er niet zelden voor dat de subsidie uiteindelijk opgaat aan onderzoek dat niet is beschreven in de aanvraag.

Mulder en Milo onderkennen dit ook: de hoofdmoot van het onderzoek bij Corpus Coranicum bestaat uit de inventarisatie van een enorm vooroorlogs fotoarchief van oude koranmanuscripten. Dat archief komt niet voor in de subsidieaanvraag, terwijl de vondst ervan (het archief is een tijd verloren gewaand) als een schok door de wereld van de islamologie ging.

Het Leidse onderzoek naar vroeg-Arabische papyri valt evenzeer een onverdiend tekort aan aandacht te beurt, terwijl het voeren van een interview een stuk makkelijker was geweest: het onderzoek staat onder leiding van de Nederlandse hoogleraar Petra Sijpestijn. Zij wordt wel genoemd, maar komt nauwelijks aan het woord.

Ook de ideeën van Fred Donner uit de jaren zeventig, de eerste die opperde dat de koran misschien wel veel ouder was dan de islam, ontbreken volkomen. Mogelijk is dat een gevolg van de aandacht die de schrijvers hebben voor de Duitse revisionisten: Donner doceert in Chicago.

Het boek geeft veel aandacht aan de inhoudelijke resultaten van wetenschappelijk onderzoek maar weinig tot geen aan de achterliggende methode. Het is lastig te bepalen of dat een onbewuste omissie of een bewuste keuze van de auteurs is geweest.
Dat blijkt onder andere bij de behandeling van de ideeën van de numismaat Volker Popp. Waar in het hele boek wetenschappers aan het woord gelaten worden die zonder meer solide zijn of in ieder geval het voordeel van de twijfel verdienen, moet Volker Popp afgeschreven worden als een volslagen fantast. Mulder en Milo weten aan het einde van hun verhaal een aantal inhoudelijk rake kritiekpunten te leveren, maar behandelen het belangrijkste niet: Popp bezondigt zich aan zware methodische fouten. Kort samengevat: vanuit een standpunt herinterpreteert hij alle waargenomen feiten zodanig dat ze dat standpunt ondersteunen en dat verhaal presenteert hij vervolgens als een standpunt dat door de feiten wordt ondersteund. Maar hij verzuimt aan te geven waarom die andere interpretatie van de feiten eigenlijk noodzakelijk is. Wie dat laatste niet doet, krijgt al snel het terechte verwijt dat hij cirkelredeneert of – nog erger – dogmatisch bezig is.

Popp baseert zijn theorieën op ‘wat de munten zeggen’ en dat is – aldus de auteurs – een veel objectievere bron dan wat geschiedschrijvers, vaak eeuwen na dato, hebben opgeschreven. Eigenlijk zou ‘wat de munten zeggen’ dus vóór moeten gaan op het traditionele islamitische verhaal, dat op geschiedschrijving is gebaseerd. Dat is in principe waar, maar methodisch toch behoorlijk aan de magere kant. ‘Wat de munten zeggen’ is namelijk niet zomaar eenvoudig vast te stellen door ‘te kijken wat er op staat’. Munten hanteren een zeer beknopte taal van niet al te complexe beelden en slogans, voor meer is op een munt geen plek. De interpretatie van die ‘munttaal’ is nog niet zo eenvoudig als hij lijkt. Is een afgebeeld beest een hond of een geit? Staat een hond voor het begrip ‘trouw’ of voor het huisdier van deze of gene god? Slaat ‘Victor’ op een Romeinse munt op een overwinning aan de Rijngrens of op het beslechten van een interne twist? En is de naakte man met knuppel die erbij staat een Germaan, de halfgod Hercules of slaat hij op ‘barbarij’ in het algemeen? Mulder en Milo missen dit aspect van de vaak moeizame interpretatie van ‘munttaal’, en menen dat munten zo’n beetje ‘voor zichzelf spreken’. Dan heeft Popp natuurlijk vrij spel.

Ook bij de behandeling van de ideeën van Luxenberg zien de auteurs methodische bezwaren over het hoofd. Luxenberg krijgt regelmatig het verwijt dat hij een Christelijke agenda hanteert. Terecht merken Mulder en Milo op dat het niet gaat om ’s mans motivatie, maar om de kracht van zijn argumenten. Toch is dit kritiekpunt terecht. Luxenberg hanteert namelijk een methode van herlezing van koranpassages, die hij toetst door te bekijken of zijn herlezing ‘beter’ is. Wanneer een herlezing beter overeenkomt met bijbelse voorbeelden, dan is die herlezing ‘beter’ dan de traditionele. Hoewel een dergelijke methode heel goed bruikbaar is, ligt het voor de hand dat een onderzoeker dan gaat ontdekken dat er aan de koran allerlei bijbelse teksten ten grondslag liggen, niet omdat dat klopt, maar omdat de gebruikte methode die uitkomst veroorzaakt. Grappig genoeg zeggen Mulder en Milo ergens anders ook letterlijk dat de kritiek op Luxenberg onder andere is dat zijn uitkomsten besloten liggen in zijn methode, maar ze leggen het verband met het verwijt van de ‘christelijke agenda’ niet.

Voor een eerste overzicht van revisionistische theorieën kan enige onevenwichtigheid in de keuze van onderwerpen geen majeure fout genoemd worden. Ook de focus op de resultaten en het tekort aan aandacht voor de methode van wetenschappelijk onderzoek is dat niet. Voor hetzelfde geld maak je er een extreem leesbaar boekwerk alsnog onleesbaar mee, want op droge, theoretische overwegingen zit niet iedere lezer te wachten. Het boek heeft slechts één majeure fout en dat betreft paradoxaal genoeg een detail.

Mulder en Milo geven in het voorwoord van hun boek aan dat ze graag ook moslims willen aanspreken. Dat doen ze trouwens goed: nergens vind je de afkeurende of tendentieuze uitspraken die de boeken van Jansen voor moslims onverteerbaar en voor niet-moslims zo vermoeiend maken. Ze beperken zich tot een – meeslepende – beschrijving van hun bevindingen en proberen daarin zo eerlijk mogelijk te zijn, ook een verfrissend verschil met Jansen overigens.

Maar op de omslag van het boek staan in kleur een aantal zaken afgebeeld die in het boek aan de orde komen: op de achterzijde een christelijk fresco van aartsvaders in de hemel die heiligen druiven voeren, op de voorkant een detail van een oud koranmanuscript en een munt. Die munt is van een Arabisch-Sassanidische vorst uit het jaar 75 van de islamitische jaartelling. Volgens de toelichting op de achterzijde van het titelblad ‘blijkt uit niets dat hij moslim is’. Wie Arabisch kan lezen, ziet echter al snel dat het randschrift op de munt eindigt met Muhammad rasul Allah, ‘Mohammed is de boodschapper van God’, het slot van de islamitische geloofsbelijdenis, zoals eenieder inmiddels weet.

In het boek wordt wel uiteengezet dat er een theorie bestaat die ervan uitgaat dat het Arabische muhammad gelezen kan worden als ‘geprezen’ en niet als eigennaam, dat de frase vertaald kan worden als ‘geprezen is de boodschapper van God’, en dat hij slaat op Jezus. Als dat klopt, dan zou deze afgebeelde munt niets zeggen over het islamitisch gehalte van de vorst die hem liet slaan. Maar zeker is dat allerminst: het is een hypothese. Mulder en Milo geven op diezelfde theorie ook ongezouten kritiek: uitgerekend de oudste bekende tekst muhammad rasul Allah (aan de binnenkant van de rotskoepel in Jerusalem) citeert sura 33 uit de koran. Dat is één van de slechts vier passages in de koran waar het woord muhammad in voorkomt en uitgerekend de enige waarin dat woord muhammad wel een eigennaam moet zijn, en dus niet gelezen kan worden als ‘geprezen’. Dat is echter enkele honderden pagina’s het boek in.

Zover zal de gemiddelde moslim niet komen: wie de voorkant van het boek goed bestudeert en het bijschrift bij de munt leest, heeft al genoeg goede redenen om het boek als irrelevant terzijde te leggen. Dat is een blunder en doodzonde, want als het boek van Mulder & Milo iets nadrukkelijk niet is, dan is het wel irrelevant.

Richard Kroes werkt als archeoloog bij een adviesbureau in Leiden en geeft daarnaast les over het ontstaan van de islam bij Livius Onderwijs.

Richard Kroes, 19.08.2009 @ 14:24

[Home]
 

15 Reacties

op 19 08 2009 at 16:53 schreef gentle giant:

Hulde, Mohammed, wat is het warm.

op 19 08 2009 at 17:50 schreef gentle giant:

Wat zegt de Koran over skinny dippen btw?

op 19 08 2009 at 20:16 schreef huuskesgait:

Alwéér over die Ieslaaaam. Houdt dat gezeur dan nooit op?
Goodgoan: Huuskesgait

op 19 08 2009 at 21:07 schreef vander F:

Alsof een gereformeerde aan het verstand is te peuteren dat de bijbel door vele mensen is geschikt en geschreven.

Dat wordt weer brandende ambassades.

op 19 08 2009 at 21:14 schreef arie:

Mooi, zeg.
Een boekbespreking over een boekbespreking over de Donald Duck.

op 19 08 2009 at 21:21 schreef Peter:

Alsof een gereformeerde aan het verstand is te peuteren dat de bijbel door vele mensen is geschikt en geschreven.

Gereformeerden weten dat al, hoor.

op 20 08 2009 at 09:58 schreef André Richard:

Arie: niet de Donald Duck, maar Disney-fans!

op 20 08 2009 at 10:39 schreef arie:

Eigenlijk ben ik gewoon geirriteerd dat ik -alweer- een enorme lap tekst over die kromzwaardcultuur heb gelezen.
Terwijl de volgelingen van de profeet nog steeds in het donker zitten.

op 20 08 2009 at 10:41 schreef Peter:

Het staat je vrij de teksten op deze site niet te lezen, Arie. En ons te verschonen van je gratuite gekanker.

op 20 08 2009 at 19:29 schreef Gielah:

Helaas valt daar heden ten dage nergens aan te ontkomen: je breekt je nek over de artikelen over de vastenmaand Ramadan ( alsof Nederlanders daar ook maar iets mee van doen hebben), de boerkini, waarin men zelfs Nederlandse meisjes en vrouwen voortaan gehuld zouden moeten gaan, Tariq met de gespleten tong,die nu zo boos is omdat we hier zijn brug naar Iran niet zo zien zitten, Denemarken dat al zo’n beetje door de baardmannen ingenomen schijnt te zijn, Malmö in Zweden, waar de lieve schattige moslimjeugd een soort derde wereldoorlog tegen bejaarde mensen van boven de 80 is begonnen en de politie die fragiele oude mensjes niet te hulp durft te schieten, Noorwegen, waar de Noorse meisjes meer en meer ten prooi vallen aan groepsverkrachtingen door volgelingetjes van allah ( omdat die zo decadent en dom zijn om niet geheel en al ingepakt over de Noorse straten te gaan) enz. enz. Het is… kortom.. cultuurverrijking alom!
Waar kun je aan dit soort berichtjes ontkomen?
In de Libelle?
Het zou me niet eens verbazen, als ze daar ook al recepten voor heerlijke maaltijden na zonsondergang zouden afdrukken… want ook die redactrices willen natuurlijk ook goed en braaf en vooral POSITIEF zijn..
Dus waar zou de geachte arie heen moeten?
Hersenspoeling kent geen grenzen, hier te lande.
Met onze hartelijke dank aan álle politieke partijen van de laatste 30 jaar, uitgezonderd natuurlijk die ene, die zo hinderlijk integer, fatsoenlijk en nog een beetje echt Nederlands is… en NIET om te kopen.

op 20 08 2009 at 21:27 schreef serum:

Heerlijk dat gekanaliseer op deze site van gefrustreerde Nederlanders die denken dat ze de wiel hebben uitgevonden, een werkeloze niemanddalletje van een “journalist” die zijn “raison d’etre” vult met zijn nudistensite waar zijn stokpaardje en obsessie lijkt te zijn vor moslims, je zou er bijna iets Freudiaans in zien.

op 23 08 2009 at 22:02 schreef Thomas Milo:

De uitgever Meinema heeft een verkeerde, afgekeurde toelichting bij de omslagillustraties geplaatst. Ter correctie staat er al vanaf de publicatie van ons boek een uitgebreide toelichting op deze URL:
http://www.uitgeverijmeinema.nl/shop_details.php?productId=22768, in de vorm van een Flash-presentatie met de – alweer onjuiste – titel “Fragment”.

Thomas Milo

op 24 08 2009 at 10:57 schreef Richard Kroes:

Beste Thomas,

Wat ontzettend jammer! Ik had al het vermoeden dat Meinema niet bijster veel zorg aan het boek besteed had (o.a. ook jullie beider biografie op een los inlegvel), maar zoiets is wel heel lullig (pardon my French).
Ik hoop dat het boek een tweede druk beleven mag (dat is het zeker waard) en dat het dan in ieder geval gecorrigeerd wordt.

op 25 08 2009 at 01:56 schreef Thomas Milo:

Bij wijze van pilot project doe ik nota bene zelf af en toe lekker ingewikkeld wetenschappelijk zetwerk, maar daar laten de uitgevers iedere frats die ik uithaal wel eerst even keuren door de auteur – die is de baas. En terecht.

Er komt zeker een herdruk, en we hebben al een waslijst met blunders :-)

Sjalaam,

t

op 17 01 2014 at 15:29 schreef Koen J.:

Klinkt ongeloofwaardig, lijkt op een sprookje. Een muntje? Wat grappig en los van hoe men archeologisch iets interpreteert. Gaan we dmv een muntje een hele geschiedenis betwisten? En los van de geschiedschrijving, hoeveel muntjes zijn er en hoeveel archeologische interpretaties daarvan zijn er die een revisionistische archeologische interpretaties van een wees muntje teniet doen? Kom op! Geen gezond verstand is in staat om een leger van islamologen sinds de 10e eeuw belachelijk te maken !

Nieuwe reactie
Naam:
E-mail:
Homepage:
  Afbeelding invoegen
 

 


Home

Archief

 

Become a Patron!

 

Let op: Toelating van reacties en publicatie van opiniestukken van anderen dan de hoofdredacteur zelf betekent geenszins dat hij het met de inhoud ervan eens is.

 

pbgif (88k image)

 

Vermaakt u zich een beetje met deze site? Laat uw waardering blijken met een kleine donatie (grote mag ook!): NL59 RABO 0393 4449 61 (SWIFT BIC RABONL2U) o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.

 

pbgif (88k image)

 

(Advertentie)

 

pbgif (88k image)

 

Meest gelezen in november

O Waarom De Telegraaf nog net zo fout is als in 1942

O De troost van Masterchef Australië

O Komt een zwarte op de redactie

O Waarom NRC Handelsblad een kutkrant is

O Sinterklaas is fascisme

O Jordan Peterson en de Ridders van de Vrije Meningsuiting

O Sylvana Simons de eenpersoonsrevolutie

O Simion Blom heeft gelijk

O Waarom de Trouw-redactie een farizeeërshol is

O Klaas Dijkhoff is alleen maar de beul

 

Meest gelezen ever

O YouPorn

O Verplicht naakt douchen op school, jongens en meisjes bij elkaar

O ‘FUCK OFF ben je niet goed bij je kankerkop stinkhoer’

O Smerige kutnicht

O Fact-check: ging Adil Rashid vrijuit omdat hij moslim is? Neen.

O Konijntje Castricum

O Journalistieke principes

O Frontaal Naakt leeft!

O Holland for foreigners: Can’t you take a racist joke?

O Komt een Arabier bij Zomergasten

 

pbgif (88k image)

 

CONTACT
Stuur uw loftuitingen en steunbetuigingen naar Frontaal Naakt.

 

NIEUWSBRIEF
Ontvang gratis de Frontaal Naakt nieuwsbrief.

 

pbgif (88k image)

 

BLURBS
“How does it feel to be famous, Peter?” (David Bowie)

“Ik vind dat je beter schrijft dan Hitler” (Ionica Smeets)

“Wie verlost me van die vieze vuile tiefuslul?” (Lodewijk Asscher cs)

“Pijnlijk treffend” (Sylvana Simons)

“Echt intelligente mensen zoals Peter Breedveld.” (Candy Dulfer)

“De Kanye West van de Nederlandse journalistiek.” (Aicha Qandisha)

“Vieze gore domme shit” (Tofik Dibi)

“Ik denk dat de geschiedenis zal uitmaken dat Peter Breedveld de Multatuli van deze tijd is.” (Esther Gasseling)

“Nu weet ik het zeker. Jij bent de antichrist.” (Sylvia Witteman)

“Ik ben dol op Peter. Peter moet blijven.” (Sheila Sitalsing)

“Ik vind hem vaak te heftig” (Hans Laroes)

“Schrijver bij wie iedereen verbleekt, weergaloos, dodelijk eerlijk. Om in je broek te piesen, zo grappig. Perfecte billen.” (Hassnae Bouazza)

“Ik moet enorm lachen om alles wat Peter Breedveld roept.” (Naeeda Aurangzeb)

“We kunnen niet zonder jouw geluid in dit land” (Petra Stienen)

“Jij levert toch wel het bewijs dat prachtige columns ook op weblogs (en niet alleen in de oude media) verschijnen.” (Femke Halsema)

“De scherpste online columnist van Nederland” (Francisco van Jole)

“Elk woord van jou is gemeen, dat hoort bij de provocateur en de polemist, nietsontziendheid is een vak” (Nausicaa Marbe)

“Als Peter Breedveld zich kwaad maakt, dan wordt het internet weer een stukje mooier. Wat kan die gast schrijven.” (Hollandse Hufters)

“De kritische en vlijmscherpe blogger Peter Breedveld” (Joop.nl)

“Frontaal Naakt, waar het verzet tegen moslimhaat bijna altijd in libertijnse vorm wordt gegoten.” (Hans Beerekamp – NRC Handelsblad)

“De grootste lul van Nederland” (GeenStijl)

“Verder vermaak ik mij prima bij Peter Breedveld. Een groot schrijver.” (Bert Brussen)

“Landverrader” (Ehsan Jami)

“Voorganger van de Linkse Kerk in Hersteld Verband.” (Carel Brendel)

“You are an icon!” (Dunya Henya)

“De mooie stukken van Peter Breedveld, die op Frontaal Naakt tegen de maatschappelijke stroom in zwemt.” (Sargasso)

‘De website Frontaal Naakt is een toonbeeld van smaak en intellect.’ (Elsevier weekblad)

“Frontaal Gestoord ben je!” (Frits ‘bonnetje’ Huffnagel)

“Jouw blogs maken hongerig Peter. Leeshonger, eethonger, sekshonger, geweldhonger, ik heb het allemaal gekregen na het lezen van Frontaal Naakt.” (Joyce Brekelmans)

‘Fucking goed geschreven en met de vinger op de zere plek van het multicultidebat.’ (jury Dutch Bloggies 2009)

Frontaal Naakt is een buitengewoon intelligent en kunstig geschreven, even confronterend als origineel weblog waar ook de reacties en discussies er vaak toe doen.’ (jury Dutch Bloggies 2008)

‘Intellectuele stukken die mooi zijn geschreven; confronterend, fel en scherp.’ (Revu)

‘Extreem-rechtse website’ (NRC Handelsblad)

‘Peter schrijft hartstochtelijk, natuurlijk beargumenteerd, maar zijn stijl volgt het ritme van zijn hart.’ (Hafid Bouazza) ‘Complimenten voor Frontaal Naakt.

‘Scherpe confrontatie, zelfs als die soms over grenzen van smaak heen gaat, is een essentieel onderdeel van een gezonde democratie.’ (Lousewies van der Laan)

‘De meeste Nederlanders zijn van buitengewoon beschaafde huize, uitzonderingen als Peter Breedveld daargelaten.’ (Anil Ramdas)

‘Peter Breedveld verrast!’ (Nederlandse Moslim Omroep)

‘Breedveld is voor de duvel nog niet bang’ (Jeroen Mirck)

‘Nog een geluk dat er iemand bestaat als Peter Breedveld.’ (Max J. Molovich)

‘Godskolere, ik heb me toch over je gedróómd! Schandalig gewoon.’ (Laurence Blik)  

 

pbgif (88k image)

 

 

pbgif (88k image)

 

 

LINKS

 

 

 

RSS RSS