Islam, mijn islam (1)
Dave Sim

Illustratie: Michel Kok
Nadat ik een jaar lang de bijbel en de koran had bestudeerd, leek het me het meest voor de hand liggen om naar een christelijke kerk te gaan. Mijn familie is tot een generatie – of twee – geleden altijd christelijk geweest. Ik ben niet joods, al schijnt mijn overgrootvader van moederskant joods of halfjoods te zijn geweest. Mijn grootmoeder zat als christen bij verschillende gemeenten en uiteindelijk heeft ze de kerk helemaal achter zich gelaten. Nu stelt ze zich tevreden zoals de meeste vrouwen met een stille eerbied voor de Natuur (met een hoofdletter) als middelpunt van een soort humanistische levensbeschouwing. Mijn overgrootvader was behanger en schilder. Hij voorzag in zijn onderhoud door een kar door de straten van Edinburgh te duwen, een manier van broodwinning die veel voorkwam onder de Joden in die stad aan het einde van de negentiende eeuw. Maar zijn eventuele Joods-zijn lijkt geen enkele invloed te hebben op de herinnering die mijn grootmoeder aan hem bewaart.
Ik besloot het eens bij de Anglicaanse kerk te proberen. Zes maanden lang heb ik vrijwel geen enkele zondagdienst gemist. Eén van de priesters (er waren er drie) was een vrouw. Ik vond het zeer christelijk van mezelf dat ik deze bijna-blasfemische (goed dan, volkomen blasfemische) situatie verdroeg: een tot priester gewijde vrouw die een preek verzorgt. Mijn kruis om te dragen (hèhèhè). Eén van de vele, zoals naderhand zou blijken.
Tegenover iedere aangename verrassing (Heilig, Heilig, Heilig’, waar kende ik dat lied toch van?) stond er een half dozijn die me deed wensen dat ik mijn eigen crucifix of flesje wijwater had meegenomen (achteruit, allemaal! Ik heb hier een crucifix en wijwater! Ik zal niet aarzelen ze te gebruiken!). De laatste druppel was voor mij de Heilige Communie. Toen iedereen in de rij ging staan om zich over te geven aan een potje metaforisch kannibalisme probeerde ik me zo ruimdenkend mogelijk op te stellen. Ik hield mezelf voor dat dit ritueel van onbetwistbare waarde was, ik zei mijn eigen gebed op en ik probeerde (vergeefs) het feit te negeren dat de Communie alleen in de enigszins ambigue (althans, in mijn ogen) synoptische evangeliën voorkomt (de Jezus uit het evangelie van Johannes wast de voeten van zijn discipelen: niks transsubstantiatie).
Maar ik zat daar vooral zeer, zeer, zeer, zeer verontwaardigd te zijn namens de Joden. De Joden, met hun strikte/striktere/zo-strikt-dat-je-bijna-plotzt-spijswetten (Geen. Bloed. Want het bloed is de ziel en gij zult niet de ziel met het vlees eten’). En dan toch en dan toch!… Eeuwenlang hebben de christenen de Zonen van Jacob ervan beschuldigd tijdens geheime rituelen het vlees en bloed van christelijke baby’s te verslinden en daar stonden die gojim, keurig in de rij, op hun beurt te wachten voor het noshen van een stuk van het kindje Jezus.
Oy gevalt.
Dat was het breekpunt. Er waren meerdere strootjes, die op zichzelf de rug van de kameel niet braken, maar die toch al wel een deuk in zijn bult maakten. De karigheid van de schriftlezingen, om iets te noemen. Eén lezing uit de Thora (neem me niet kwalijk, het Oude Testament) en één uit het Nieuwe Testament. Eén hoofdstuk of één psalm (Psalmen? Waar lezen ze psalmen voor? O ja, natuurlijk! David is Jezus’ betbetbetovergrootvader in de negende graad). Deze week hoofdstuk 3 van profeet A. Volgende week lezen we hoofdstuk 9 van profeet X die zevenhonderd jaar voor of na profeet A leefde.
Hoe zeg je zweepslagen’ in het Hebreeuws?
Ik ging dan naar huis om Jesaja te lezen, kost zes of zeven uur. De Schrift is voor mij een maaltijd en geen snack. Doe in hemelsnaam die stukjes Jezus weg en lees eens een keer iets helemaal uit!
Ik geef toe, ik zit hier een beetje de draak te steken. Heel onbehoorlijk van me, maar ik doe het niet omdat ik geen respect heb voor Jezus of zijn Boodschap aan de wereld, integendeel. Maar iedere keer dat ik een tekortkoming zie in de verschillende christelijke kerken en denominaties, Jim en Tammy Faye Bakker, Creflo Dollar (u denkt dat ik die naam zelf verzin), wordt het moeilijker voor me een moderne incarnatie van het christendom te vinden die ik niet volkomen weerzinwekkend vind.
Maar toch, de bottom line is dat Jezus werd vastgespijkerd aan twee enorme stukken hout, met drie enorm grote spijkers, en er is geen moment geweest in de laatste jaren van zijn leven dat hij zich illusies maakte over het lot dat hem wachtte. Zelfs als je gelooft dat stemmen in zijn hoofd hem geruststelden en hem verzekerden dat alles goed zou komen en het hem mogelijk maakten (aanmoedigden? dwongen?) te blijven voortgaan, de ene voet voor de andere, op het smalle, rechte pad naar die twee enorme stukken hout en die drie enorm grote spijkers, dan is daar geen voorstelling van te maken.
Moed? Er is geen woord groot genoeg om zúlke moed te beschrijven. Geloof? Er is geen woord groot genoeg om zúlk geloof te beschrijven. Daarom vind ik dat christelijke navelstaren altijd zo onbegrijpelijk en afschuwelijk. Was Jezus God?’ Was hij de zoon van God?’ Was hij half mens, half God?’ In hoeverre was hij mens en in hoeverre God?’
Waar hébben jullie het over? Er bestaat een geschreven verslag van de Grootst Mogelijke Daad van Moed en Geloof ooit verricht door een
Laten we als kerkleiders bijeen komen in Nicae en erover stemmen, zodat we voor eens en voor altijd kunnen bepalen in hoeverre Jezus nou mens was en in hoeverre God.
Erover STEMMEN? STEMMEN? Ja. We zijn nu driehonderdvijfentwintig jaar verder en het begint een serieus probleem te worden. Nieuwsgierige geesten vragen er naar.
Erover. Stemmen. Wat een ontzettend gojse manier van doen.
Jezus had zo’n absoluut en onwrikbaar vertrouwen in wat hij deed, in wat hem was gezegd te doen, dat hij bleef voortgaan in een rechte lijn, jaren achtereen, wetende, dat hij enorme spijkers door zijn polsen heen geslagen zou krijgen en nog een enorme spijker door zijn enkels en dat hij omhoog getrokken zou worden terwijl hij zijn hele gewicht aan de versplinterde resten van zijn polsen trok en aan de versplinterde resten van zijn enkels totdat die verpletterende last hem uiteindelijk doodde.
Het ziet ernaar uit dat het concept van de Drie-eenheid wint, nog even de laatste telling voordat we de winnaar uitroepen
Moed. En Geloof. Dat is het, voor mij. Wat er de laatste tweeduizend jaar verder nog aan is vastgeplakt maakt het, zoals u ziet, erg moeilijk voor me om die Moed en dat Geloof te contempleren zonder grappen te maken over de (voor mij? Eerlijk gezegd? Weerzinwekkende) freakshow die ervan is gemaakt.
De koran verzekert ons dat Jezus nooit aan het kruis is gestorven. Het is een vervangingsoffer dat aan dat kruis is gestorven metaforisch, zoals het geitenbokje dat met zijn hoorns vastzat in het struikgewas en aan Abraham werd gegeven om te offeren in plaats van zijn zoon Isaac (wat, zoals de koran ons eveneens verzekert, niet Isaac overkwam maar Abrahams andere zoon, Ishmael, die Abraham had verwekt bij zijn Egyptische slavin, Hagar. De islamieten hebben hier wel een punt. In het bijbelboek Genesis krijgt Abraham de opdracht zijn énige zoon te offeren. Het was Ishmael die tot zijn veertiende Abrahams enige zoon was. Isaac was zijn tweede zoon, of, zo u wilt, één van zijn twee zoons) De koran verzekert ons ook (herhaaldelijk) dat de oplossing van dit geschil tussen de Thora, de evangeliën en de koran zal plaatsvinden in het hiernamaals.
Mochten ze me straks zomaar binnenlaten, dan zal ik een aantekeningenboek vol vragen bij me hebben.

Dave Sim (1956, Ontario) heeft bijna dertig jaar lang een maandelijkse comic gepubliceerd, Cerebus. Hij is één van de grondleggers van het Comic Book Legal Defense Fund, dat het opneemt voor stripmakers, -uitgevers en -verkopers wier vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. De serie essays Islam, my Islam verscheen in Cerebus 276 tot en met 282.
5 oktober 2006 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS