Frontaal
Naakt
7 december 2006

De heerser

Henk Steenhuis

cd_20 (32k image)
Illustratie: Ilah

Er is een nieuwe vertaling verschenen van Il Principe, het bekendste werk van Niccolo Machiavelli. In een eerdere vertaling uit 1976 heette hetzelfde boek De heerser. De titels komen u ongetwijfeld bekend voor, maar wellicht hebt u het boek nog niet gelezen. Net als bij andere klassieke boeken denkt u misschien: zal wel moeilijk zijn. Of saai.

Dit zijn twee misverstanden.

Il Principe is bijzonder toegankelijk en het is evenmin saai. Machiavelli vertelt op onverstoorbare wijze hoe een heerser moet handelen om zijn macht te behouden. Hij geeft hierbij voorbeelden uit de oudheid en uit zijn eigen tijd (15e eeuw). Maar wie bereid is al lezend na te denken, verkeert niet perse in andere tijden. Integendeel. Dan kunt u zomaar denken: dit gaat over Saddam Hussein. Of misschien wel over uw directe chef als u ergens ter wereld op een kantoor werkt. Machiavelli is overal.

Enkele citaten.

Iemand die licht wordt aangepakt, wreekt zich, terwijl iemand die zwaar geweld wordt aangedaan zich niet meer kan wreken. Daarom moet men de mensen zo hard straffen dat men hun wraak niet meer hoeft te vrezen.

Met moet nooit een wantoestand laten voortbestaan om een oorlog te ontlopen.

Er bestaat geen betere methode om bezit te consolideren dan volledige vernietiging. Want als iemand de baas wordt van een stad die gewend is in vrijheid te leven en hij haar niet vernietigt, moet hij erop rekenen zelf door haar vernietigd te worden.

Het volk is wispelturig van aard: het is makkelijk om het van iets te overtuigen, maar moeilijk om het die overtuiging te laten behouden. En daarom moet een en ander zo geregeld zijn dat de mensen, wanneer ze niet meer geloven, met geweld tot geloven gedwongen kunnen worden.

Zij die alleen maar door een gelukkige samenloop van omstandigheden van gewoon burger heerser worden, kost het weinig moeite om het te worden, maar veel om het te blijven.

Wie meent dat machtige personen oude beledigingen vergeten doordat ze nieuwe weldaden ontvangen, vergist zich.

Als men zijn medeburgers vermoordt, zijn vrienden verraadt en geen trouw, respect of geloof kent, kan men toch moeilijk van morele kracht spreken. Genoemde zaken kunnen iemand wel macht bezorgen, maar geen roem.

Onrechtvaardigheden moet men allemaal tegelijk begaan om te bereiken dat ze minder gevoeld worden en dus minder krenkend zijn. Maar weldaden moet men, om te maken dat ze beter gevoeld worden, een voor een bewijzen.

Voor een heerser is het noodzakelijk het volk te vriend te houden. Want anders heeft hij in tegenspoed niets waar hij op terug kan vallen.

Een heerser die het kwaad niet in de beginfase onderkent, is niet een werkelijk wijs en verstandig man.

Iemand, in welke machtspositie hij zich ook bevindt, is nooit veilig wanneer hij niet beschikt over eigen troepen.

Een man die zich altijd en overal goed betoont, gaat noodzakelijk te gronde temidden van zovelen die niet goed zijn. Daarom moet een heerser, wanneer hij zich wil handhaven, leren om niet goed te zijn.

Het weggeven van andermans geld en goed schaadt je aanzien niet, maar versterkt het. Alleen het weggeven van je eigen bezit berokkent je schade.

Het is veiliger om gevreesd dan om bemind te worden. Want van de mensen kan men in het algemeen zeggen dat ze ondankbaar, wispelturig en huichelachtig zijn, dat ze wegvluchten voor gevaar en belust zijn op geldelijk gewin.

De ervaring leert dat juist die machthebbers die zich aan hun woord weinig gelegen lieten liggen, grote dingen tot stand hebben gebracht en op sluwe wijze de geest van de mensen hebben weten te bespelen.En tenslotte zijn ze zelfs hen die zich op eerlijkheid baseerden, de baas geworden.

De mensen zijn zo onnozel en ze richten zich zo op hun directe behoeften dat iemand die bedriegt, altijd wel iemand vindt die zich wil laten bedriegen.

De mensen oordelen gewoonlijk meer naar wat ze met hun ogen zien dan naar wat ze met hun handen voelen. Want zien kan iedereen, voelen lukt maar weinigen. Iedereen ziet wat je schijnt, weinigen voelen wat je bent.

Verachtelijk wordt hij [de heerser] wanneer men hem voor wispelturig, lichtzinnig, verwijfd, lafhartig en besluiteloos houdt.

Iemand die de macht in handen heeft, moet zich weinig van samenzweringen aantrekken wanneer het volk hem goedgezind is. Maar wanneer het hem vijandig gezind is en hem haat, moet hij voor alles en iedereen bang zijn.

Zij die de hoogste macht uitoefenen, moeten de onplezierige dingen laten opknappen door anderen, terwijl ze zelf de plezierige voor hun rekening moeten nemen.

Gezien het feit dat een machthebber er niet aan kan ontkomen dat hij door een of ander gehaat wordt, moet hij er voor alles krachtig naar streven dat hij niet door iedereen gehaat wordt.

De intelligentie van een heerser leidt men in eerste instantie af uit de mensen waarmee hij zich omringt.

Een verstandig heerser moet een methode bedenken waardoor zijn onderdanen altijd en onder alle omstandigheden zijn gezag en zijn persoon nodig hebben. Pas dan zullen ze hem altijd trouw zijn.

Henk Steenhuis is hoofdredacteur van het vrijzinnige opinieblad HP/De Tijd.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home