Terrorisme, drugshandel en illegale immigratie

Illustratie: Mirjam Vissers
Sara Carter, winnares van de Eugene Katz Award 2006 van het Center for Immigration Studies, schreef in december een artikel over de laatste ontwikkelingen op immigratiegebied. Ze laat overtuigend zien dat het onvermogen van de Amerikaanse regering tot een deugdelijke grensbewaking en een integer, helder immigratiebeleid, een groot gevaar oplevert voor de nationale veiligheid en die van de individuele burgers. Carter citeerde ook mij: De bureaucraten begrijpen niet wat voor gevaarlijk spel ze spelen met het leven van de Amerikanen als ze niks doen om de problemen aan de grens te fiksen.’
Er staat een zeer verontrustende opmerking in haar stuk: De geïnterviewden zeggen dat de FBI en de CIA geen gebruik maken van informatie van de grenspatrouille en het drugshandhavingsorgaan DEA om de verbanden tussen de drugshandel, illegale immigratie en terroristische organisaties te kunnen onderzoeken.’ Helaas moeten deze bronnen anoniem blijven om hun baan te behouden.
Hoe is het mogelijk dat wetshandhavers of geheim agenten het simpele feit niet snappen dat open grenzen de bewegingen van criminelen, dealers en terroristen vergemakkelijken?! Wederom Carter: Bewijs over vreemdelingen uit bijzondere landen’ die de grens met Mexico gebruiken om de Verenigde Staten binnen te komen, wordt geheim gehouden voor het grote publiek. Volgens inlichtingenrapporten van de DEA is het verband tussen terrorisme en narcotica welbekend sinds de aanslagen van 11 september 2001 in New York, Washington-DC en Pennsylvania. Volgens federale agenten willen de bureaucraten niet erkennen dat er groot gevaar dreigt zo lang de wetgever de problemen aan de grenzen niet onder ogen ziet. Volgens een DEA-ambtenaar kunnen terreuraanslagen als die in 2004 plaatshadden in Madrid eenvoudig worden nagedaan, waarbij de zuidwestelijke grens van de VS de beste plek is om de mensen die zo’n plan willen uitvoeren, binnen te smokkelen.’
Toch braken de president, leden van de regering en een aantal Congresleden (van beide partijen en zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden) voortdurend totale onzin uit over een programma voor gastarbeid dat miljoenen illegale vreemdelingen aan officiële papieren en een geldige verblijfsstatus zou moeten helpen; vreemdelingen met een voor ons onbekende identiteit, over wie de regering ook niets te weten kán komen.
Het debat gaat maar door over de noodzaak al dan niet een hek te bouwen langs de Amerikaans-Mexicaanse grens. In een aantal tv-programma’s ben ik geïnterviewd over die hekken, terwijl zo veel andere aspecten van het immigratiesysteem absoluut niet op orde zijn.
Volgens Sara Carter hield een illegale vreemdeling bijna een week vol dat hij Mexicaans staatsburger was totdat hij, om onduidelijke redenen, eindelijk toegaf dat hij een valse naam had gebruikt en loog over zijn nationaliteit. Hij was helemaal geen Mexicaan, maar kwam uit Egypte, een zogenaamd bijzonder land’. Dat houdt in dat Egypte op de lijst staat van landen met een buitengewoon veiligheidsrisico, waar terroristen vandaan komen. Als uiteindelijk zou kunnen worden vastgesteld dat Alfonso Salinas eigenlijk Ayman Sultane Kamal is, dan is mijn vraag: hoe veel van dergelijke gevallen uit bijzondere landen’ zijn daadwerkelijk al de VS binnengekomen? Hoe weet je wie iemand is als je geen betrouwbare manier hebt om zijn identiteit te bepalen?
Dit is geen onredelijke vraag. Als we mensen voor het eerst ontmoeten, vragen we gewoonlijk: hoe heet je? Onze identiteit bepaalt wie we zijn. Het begrip een goede naam’ hebben, betekent dat de bezitter van die goede naam ook een goede reputatie heeft opgebouwd. Als je het mij vraagt, begrijpt iedereen wat hiervan het belang is, vooral als we zaken doen met mensen of er een persoonlijke relatie mee willen. Van oudsher verhullen criminelen hun identiteit en hun kwalijke bedoelingen door valse namen te gebruiken.
In mijn loopbaan was ik tien jaar geleden betrokken bij een onderzoek van de DEA, de politie van Houston en andere instanties. Ik werd toegevoegd aan de speciale eenheid voor georganiseerde misdaad en drugshandhaving (OCDETF) in New York, als geheim agent vanuit de immigratie- en naturalisatiedienst INS.
Ik kreeg een telefoontje van de eenheid in Houston, Texas. Ze waren bezig met een onderzoek naar een drugspand, een gebouw waar drugssmokkelaars of dealers hun handelswaar en geld verbergen. Een man met donkere huidskleur verliet het pand met een doos. De agenten uit Houston hielden het busje van de verdachte aan voor een verkeersovertreding en zagen op de vloer een afgezaagd geweer liggen. Ze arresteerden hem meteen voor overtreding van de wapenwet en ontdekten ook een hoop contant geld in het busje. De doos bleek een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs te bevatten. De verdachte sprak geen Engels, dus probeerde een van de agenten hem in het Spaans te ondervragen het drugspand lag in een wijk met veel illegale Mexicanen. Ook droeg hij kleren van een Mexicaans merk. Spaanse-taalcursussen behoorden tot de basisopleiding van de geheim agenten van de INS voordat het DHS [Department of Homeland Security, dienst binnenlandse veiligheid, red.] werd opgericht, een dienst die ik nu Department of Homeland Surrender [dienst binnenlandse capitulatie, red.] noem.
Maar de verdachte verstond geen woord Spaans. Na een grondige inspectie van het voertuig vonden de agenten tot hun verbazing een gehavend Israëlisch paspoort in de bekleding. Ik werd erbij gehaald omdat ik goede professionele relaties had met de Israëlische nationale politie; zo stuitte ik in 1976 op een terroristisch complot om een Israëlische olieraffinaderij te vernietigen. Na enige tijd overhandigde de Israëlische overheid me het complete dossier van de verdachte, waardoor we ook andere leden van de desbetreffende drugsorganisatie in beeld kregen. De man had reeds grote hoeveelheden drugs over de Mexicaanse grens vervoerd.
De samenwerking met de Israëli’s was van onschatbaar belang.
Dit verhaal illustreert hoe moeilijk het kan zijn de ware identiteit van criminelen vast te stellen. Het is dan ook verbazingwekkend dat het vak Spaans niet eens wordt aangeboden aan de agenten van de immigratie- en douanedienst ICE. Ze krijgen zelfs geen enkele vreemde taal, terwijl de meeste vreemdelingen geen Engels spreken.
Hoe kunnen die lui hun werk doen als ze niet eens met illegalen kunnen práten?
Onze wijdopen grenzen mogen dan prachtig zijn voor de handel, voor de nationale veiligheid en de bescherming van onze burgers zijn ze een ramp. Geen verstandig mens zou hebzucht boven de veiligheid van zijn gezin plaatsen, maar dat is precies wat onze politici en veel bureaucraten die door de politiek op sleutelposities van belangrijke overheidsdiensten worden benoemd maar al te graag doen.
Neem Congreslid Sylvestre Reyes. Dat hij, zeker met zijn achtergrond als lid van de grenspatrouille, de werkelijkheid van de indringers niet wil zien, is zorgwekkend. Maar nog erger is dat hij niets wist van Hizb’Allah of het verschil tussen de Shia- en de Soenni-sekte, laat staan dat hij weet wie van beide banden heeft met al-Qaida. Ik bedoel dit niet zozeer persoonlijk, ik heb het over het behoud van ons land. We moeten onze leiders wakker schudden!
Jaren geleden las ik het boek The Peter Principle, waarin werd gesteld dat mensen in organisaties promotie maken tot boven hun niveau van competentie. Dat kan slecht aflopen en heeft menigmaal tot verliezen of een faillissement geleid. We zien dit niet alleen in bedrijven, maar ook bij de overheid. Als je faalt in het bedrijfsleven, kun je altijd iets nieuws beginnen. Maar wat als ons land failliet gaat?
Wat gebeurt er met de Amerikanen als er een massale terroristische aanslag komt?
Ik vermoed dat er al heel wat illegale vreemdelingen uit het Midden-Oosten zijn geweest die zich voordeden als Latijnsamerikaans staatsburger en zo het land binnenkwamen. Als de VS een gastarbeidersregeling maakt, zullen zij zich graag aanmelden voor amnestie. Dan hebben ze meteen een nieuwe, schone’ identiteit en kunnen ze zich beter verbergen, in afwachting van de instructies voor een aanslag.
Maar vlak ook de gewone criminaliteit niet uit. Vreemdelingen die vrijkomen na gevangenisstraf (in plaats van meteen te worden gedeporteerd) komen zes keer zo vaak met de politie in aanraking als andere ex-gevangenen.
Gekozen politici en bureaucraten hebben een publieke vertrouwensfunctie. Ze moeten dat vertrouwen elke dag waarmaken en hebben daarover een eed afgelegd. Politici die onze grenzen niet veilig kunnen maken en geen waterdicht immigratiesysteem kunnen bedenken, gooien het leven van de Amerikanen te grabbel en daarmee de toekomst van ons land. Wij, het volk’, moeten hen helpen dit te leren begrijpen. Ik verzoek alle Amerikanen die dit lezen kennis te maken met hun gekozen vertegenwoordigers en hen eraan te herinneren voor wie ze werken en wat van hun wordt verwacht.
Hoe meer je ze schrijft, des te eerder zullen ze je boodschap horen (al zijn er nogal wat bij die zich doof en blind houden). De veiligheid van onze grenzen is geen zaak voor de Democraten of de Republikeinen, het is een Amerikaanse kwestie!
Michael Cutler is verbonden aan het Center for Immigration Studies, een denktank die erop wijst dat het Amerikaanse publiek niets van ongebreidelde immigratie moet hebben, en schrijft op Counterrerrorismblog. Hij heeft 30 jaar bij de Amerikaanse immigratiedienst gewerkt, onder andere als geheim agent in de strijd tegen de internationale drugshandel. Hij trad verschillende keren op als getuige in hoorzittingen van het Congres over de handhaving van de immigratiewet en droeg informatie aan voor de commissie die het onderzoek naar 9/11 leidde. Cutler is gespecialiseerd in de risico’s van ongecontroleerde immigratie voor de Amerikaanse veiligheid, de gevolgen voor de rechtshandhaving, strategieën voor het tegengaan van illegale immigratie en de risico’s van een algemene amnestie voor illegale vreemdelingen.
10 januari 2007 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS