Die gedanken sind frei ook voor allochtonen
Peter Breedveld

Illustratie uit Dave Coopers Overbite.
Niet-westerse immigranten moeten de kernwaarden van onze moderne samenleving’ onderschrijven, staat in de Beleidsnotitie Integratie van niet-westerse migranten in Nederland die de VVD in 2004 publiceerde. Het CDA deelt die mening: Respect, tolerantie en vrijheid van meningsuiting zijn kernwaarden in de Nederlandse cultuur. Iedereen die in dit land woont, heeft de opdracht om deze kernwaarden in praktijk te brengen en te bewaken’ (Investeren in integratie – 2003). Ook de PvdA schrijft: Integratie betekent ook dat alle burgers zich houden aan de regels en normen van de Nederlandse democratische rechtsstaat’ (Integratie en immigratie: Aan het werk! – 2005). Zelfs GroenLinks, de multicultipartij bij uitstek, accepteert afwijkende opvattingen over emancipatie, de scheiding van kerk en staat en homoseksualiteit niet: Wij nemen daar hard afstand van en willen dat veranderen’ (Het hoofd koel, het hart warm -2004).
Politieke partijen van links tot rechts verschillen nauwelijks in opvatting over wat een goede Nederlandse burger is, concludeert Thomas Spijkerboer, hoogleraar vreemdelingenrecht, in zijn nieuwe boek Zeker weten – Inburgering en de fundamenten van het Nederlandse politieke bestel’. Hij is teleurgesteld in de debatten, die in het parlement zijn gevoerd over de inburgering van immigranten: Je zou hopen dat er in een publiek debat wordt uitgegaan van tegenstellingen, zodat er iets te discussiëren valt, maar hier zijn alle partijen het erover eens dat allochtonen bepaalde Nederlandse geloofsartikelen onderschrijven.
En hiermee, vindt Spijkerboer, dreigt één van de fundamenten van onze vrije samenleving te worden aangetast. In zo’n samenleving horen burgers geen absolute waarheden te worden opgedrongen. Naar mijn idee is een democratische rechtsstaat gebaseerd op het besef dat wij juist níet weten wat goed, waar en schoon’ is. Het parlement mag pas ingrijpen als een ondemocratische partij aan de macht dreigt te komen en niet eerder. Voorlopig maak ik me ongeruster over de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders dan over de invoering van de sharia, want daar heeft nog geen enkele partij zich voor uitgesproken.
Het idee voor zijn boek is min of meer bij toeval ontstaan. Ik was bezig met een reeks colleges over vreemdelingenrecht, toen ik op het Internet stuitte op de VVD-notitie over inburgering. Dat vind ik een mooi, degelijk verhaal, fantastisch om te lezen, ook al ben ik het er niet mee eens. Zonder meer een knap stuk, dat echter ontspoort als het gaat over onderwijsbeleid. Want dan blijkt de VVD, hoewel ze voor individuele vrijheid zegt te zijn, tegen de vrije keuze van allochtone ouders voor bepaalde scholen te zijn.
Het staat er in de VVD-notitie zo: ‘De meerderheid van de allochtone ouders beschikt niet over de nodige kennis en inzichten om het ingewikkelde Nederlandse schoolaanbod het hoofd te bieden.’ Dreigen ouders een verkeerde keuze te maken, stelt de VVD, dan moet de overheid kunnen ingrijpen. Dat doet me denken aan autocratische samenlevingen waar de overheid bepaalde kandidaten van de kieslijst haalt omdat de kiezers anders wel eens een verkeerde keuze zouden kunnen maken, stelt Spijkerboer.
Hoewel hij zelf lid is van GroenLinks voelt hij zich in deze kwestie verwant met de ChristenUnie, die als enige Nederlandse politieke partij nattigheid voelt en zich beroept op klassiek-liberale waarden en het besef dat een publieke moraal alleen werkt als de eigen grenzen daarvan worden gekend. Al bekleedt de CU haar visie wel voorzien van een spruitjesachtige folklore, bijvoorbeeld als ze met Koninginnedag als integratiemiddel komt aanzetten.
Alle burgers in Nederland, betoogt Spijkerboer, mogen hun eigen gedachten hebben, ook als die homofoob, seksistisch of antidemocratisch zijn. Onze democratie is daar sterk genoeg voor. Ik ga nog verder: ze functioneert bij de gratie van de volledige vrijheid van gedachten, als iedereen mag vinden wat hij wil. Je mág conservatieve ideeën hebben over vrouwenrechten. Juist als je bepaalde burgers laat voelen dat hun ideeën niet door de beugel kunnen, als je bij voorbaat al je wantrouwen uitspreekt, creëer je een draagvlak voor extremisme.
Toch wringt daar iets, want er zijn groepen burgers die zich werkelijk ten doel stellen de democratie te ondermijnen. Moet je die dan maar hun gang laten gaan? De wet is daar duidelijk over, zegt Spijkerboer. Stel dat iemand zou zeggen dat zijn geloof hem gebiedt om banken te overvallen, dan geldt zijn vrijheid van geweten niet meer. Motieven interesseren de rechter dan niet: banken overvallen mag niet, mensen doodslaan wordt bestraft.
Dat extremisten mensen in hun omgeving ronselen en dat er zo gestaag een groot, daadwerkelijk gevaar voor de democratie ontstaat, daar is Spijkerboer niet bang voor. In de jaren zeventig had je extreemlinkse terreur, groepen als de Rote Armee Faction. De overheid ging daar toen rationeel mee om: zet de geheime dienst op de jongens en meisjes met de uzi’s, laat de meelopers ongemoeid. Er was een breed draagvlak onder de bevolking voor die aanpak, en het heeft geholpen. Uiteindelijk is er van die bewegingen weinig meer overgebleven dan een paar kwijnende zielepoten in de gevangenis. Waarom zou dat in het geval van moslimextremistische groepen niet ook zo werken?
Met zijn nieuwe boek lijkt Spijkerboer zich een uitstapje te hebben veroorloofd naar een gebied buiten zijn eigen deskundigheid: die van de rechtsfilosofie. Dat is wel waar, maar via het vreemdelingenrecht kom ik vaak in andere disciplines terecht. Toen ik me voor een vorig boek verdiepte in de dossiers van vrouwelijke vluchtelingen, bevond ik me op het vlak van de sociologie. Dat hoort een beetje bij mijn vak, want via de rechten van vreemdelingen krijg je uiteraard te maken met allerlei aspecten van het leven van vreemdelingen.
Iets anders: de GroenLinkse Spijkerboer huldigt met zijn betoog een standpunt dat afwijkt van zijn partijgenoten en bevindt zich in het gezelschap van traditionele tegenstanders: de ChristenUnie en de libertariërs. Maar het zijn toch vooral klassiek liberale ideeën die ik hier verkondig, protesteert hij. Juist de ChristenUnie houdt het onderscheid tussen de overheid en de burgers van een land scherp in de gaten. Bij de andere partijen lijkt dat te zijn vervaagd. Ik kan me zo voorstellen dat de vrijheid van denken onder het oude Nederlandse zuilensysteem meer werd geaccepteerd dan nu. Juist toen beseften de vertegenwoordigers van die verschillende katholieke, protestantse, liberale en socialistische zuilen dat ze allemaal een minderheid vormden.
Het is een denkfout van de VVD, vindt Spijkerboer, dat Nederland vroeger een homogene samenleving was en dat de multiculturele samenleving een ongewenst verschijnsel is. Dat is niet zo. Vroeger was er net zoveel verschil van opvattingen als nu. En of je het nu leuk vindt of niet, die niet-westerse allochtonen maken deel uit van onze samenleving. Daar zullen we het hoe dan ook mee moeten doen.
Het boek Zeker weten – Inburgering en de fundamenten van het Nederlandse politieke bestel’ van Thomas Spijkerboer wordt gepresenteerd op maandag 14 mei om 20.30 uur in De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam. Na de presentatie volgt een discussie met VU-antropologe Halleh Ghorashi, socioloog Ruud Koopmans en Paul Scheffer onder leiding van Michael Zeeman. De entree bedraagt 5 euro, kaartjes te bestellen via www.debalie.nl.
Eerder gepubliceerd in Ad Valvas, weekblad van de Vrije Universiteit.





RSS