Frontaal
Naakt
27 september 2007

De langste naaktstranden

Willem de Zwijger

Monnais (85k image)

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) schreef een dik rapport over identiteit, vooral naar aanleiding van de discussie over het dubbele paspoort van enkele bewindslieden. Het grootste deel moet ik nog printen en daarna lezen, maar in- en uitleiding stemmen mij niet optimistisch.

In Nederland staat de nationale identiteit sinds enige jaren weer prominent op de publieke, politieke en wetenschappelijke agenda. Recentelijk is bijvoorbeeld een canoncommissie in het leven geroepen om de Nederlandse identiteit te helpen definiëren. De vraag naar wat Nederland is en wie ‘wij’ zijn wordt ingegeven door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen zoals globalisering, europeanisering, individualisering en multiculturalisering. Met name de multiculturele samenleving is in Nederland het kristallisatiepunt geworden van de zoektocht naar de Nederlandse identiteit.

Het gezeur over identiteit is geboren uit angst en onzekerheid, en in de zoektocht ernaar wordt teruggegrepen op het verleden, de identiteit is statisch en nationalistisch, daar komt het op neer.

Robert Putnam, die tot zijn eigen progressieve verdriet in zijn onderzoek vond dat diversiteit alleen maar tot problemen leidt, wordt in het WRR-rapport genoemd maar er wordt snel over heen gepraat. Piet de Rooy, die constateerde dat er pas onlangs een echt idee van Nederland is ontstaan, wordt bepaald selectief behandeld: de nadruk ligt op het verleden van Nederland als ‘republiek van rivaliteiten’, terwijl de aardigheid bij de Rooy nu juist in ligt in de moderne, homogene cultuur van gelijkheid die daaruit voortkwam.

De WRR ziet natuurlijk wenkende perspectieven: door meervoudige identificatieprocessen kan iedereen zich hier thuisvoelen zonder afstand te hoeven nemen van hun wortels. Footprints, in WRR-jargon.

Het ligt allemaal veel simpeler. Onze gezamenlijke identiteit heeft zich ontwikkeld tot het punt dat we de langste naakstranden van de wereld hebben, het laagste percentage ongewenste zwangerschappen, de verst ontwikkelde vrijheid van meningsuiting, het laagste niveau van racisme en het hoogste niveau van verdraagzaamheid. Er blijft het nodige te wensen over, maar dit even als kenschets.

De historische canon, de commissie-van Oostrom zegt het zelf, staat helemaal niet in het kader van de Nederlandse identiteit. Het is veel meer een reactie op diverse vormen van nieuw en nieuwer leren, waardoor uiteindelijk helemaal niks meer wordt geleerd. Van een Nederlandse identiteit die zich op het verleden baseert is helemaal geen sprake. Die identiteit is er pas in zijn huidige, sensationele vorm sinds de jaren ’60 en ’70: een cultuur waarin seksualiteit bevrijd is, en godsdienst – de eeuwige tegenstander van seksualiteit in het algemeen en vrouwen in het bijzonder – definitief aan banden is gelegd.

Evenmin is de discussie over de Nederlandse identiteit ingegeven door nationalisme. Het hele concept is ons volledig vreemd. De brede afkeer van de huidige praktijk van de Europese Unie, bijvoorbeeld, is niet geboren uit nationalisme of gericht tegen internationale samenwerking, laat staan tegen vlaggen en volksliederen, maar vloeit voort uit de liefde voor een zuiver democratisch proces en een afkeer van misleiding en duistere besluitvorming. We willen graag weten wat er zo grensoverschrijdend en Europees is aan kwikbarometers, of aan bodem, en zo lang daar geen antwoord op komt, zetten we de hakken in het zand.

Het gaat, WRR, voor alle duidelijkheid, helemaal niet om een nationale identiteit. Het gaat om de identiteit van de Nederlanders. Het gaat om cultuur, om de vanzelfsprekendheid, voorspelbaarheid en vrijzinnigheid van de manier waarop we dagelijks met elkaar omgaan. De hedendaagse meerderheidscultuur van de seculiere, westerse tolerantie mag dan door James Kennedy welhaast als dictatuur worden ervaren – dit is hoe wij leven.

Waarom dan dat gedoe over identiteit? Uit angst voor globalisering, Europa en migranten? Natuurlijk niet. Uit onverstoorbaarheid. We geven geen meter van onze naaktstranden op (en we willen ook geen religieus geïnspireerde onderbroeken in de sauna), en geen millimeter van onze vrijheid van meningsuiting, of van de scheiding van kerk en staat.

De WRR is ver afgedwaald van haar doel uit de tijd van den Uyl. Waar het Sociaal en Cultureel Planbureau, ook in die tijd opgericht, zich nog rekenschap geeft van de werkelijke sociale en culturele stand van zaken, houdt de WRR zich bezig met ideologisch geïnspireerde misinterpretaties die gebaseerd zijn op wensdenken. De WRR vraagt zich niet af wat Nederland werkelijk beweegt, maar vertelt ons wat we in haar opvatting zouden moeten willen.

De werkelijkheid is dit. Nederland geeft zijn identiteit, dat wil zeggen zijn cultuur, niet op. Die cultuur is, in al haar betrekkelijkheid, homogener en vooruitstrevender dan ooit tevoren, ze bevalt ons buitengewoon goed en er komt niets en niemand tussen. Dat is een wetenschappelijk relevant gegeven dat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in zijn denkproces als uitgangspunt moet nemen.

Willem de Zwijger is ‘de stem van politiek incorrect links’. Hij rijdt een poenige SUV.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home