Vloeken als een Hollander
Peter Breedveld

Illustratie: Michel Kok
Vlak na de moord op Theo van Gogh door een moslimextremist, op 2 november 2004, wilde Piet Hein Donner, toen minister van justitie, een strafrechtelijk verbod op smadelijke godslastering’ in ere herstellen. Die wet stamt uit 1932 en is een geesteskind van Donners grootvader, toen minister van justitie, die daarmee reageerde op antigodsdienstige geschriften in vooral de communistische pers.
Maar handhaving was ook toen al problematisch, onder andere omdat het niet duidelijk was of het nou om het beledigen van God ging of om het kwetsen van gelovigen. Het verbod had bovendien weinig draagvlak en werd met een nipte meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen. Er waren zelfs christelijke kamerleden die tegenstemden.
Ezelsproces
De antigodslasteringswet werd voor het laatst in stelling gebracht in het beroemde (of beruchte het is maar van welke kant je het bekijkt) ezelsproces in 1966 tegen schrijver Gerard Reve, die God als een muisgrijze ezel voorstelde met wie hij geslachtsverkeer had. Reve werd vrijgesproken omdat hij zich weliswaar had schuldig gemaakt aan godslastering, maar niet kon worden bewezen dat hij het allemaal smalend’ had bedoeld.
Het is niet eenvoudig om mensen veroordeeld te krijgen wegens godslastering, zo blijkt uit de bijdrage van rechtsfilosoof Arend Soeteman aan het boek Vloeken als een Hollander, dat onlangs is uitgebracht door de Bond tegen het Vloeken. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in de jaren tachtig weliswaar twee films (Das Liebeskonzil en Visions of Ecstasy) en een kortverhaal (De verboden passages) veroordeeld als onnodig grievend’, maar een Franse publicatie waarin de katholieke leer werd bestempeld als voedingsbodem van antisemitisme was in de ogen van het hof een toelaatbare bijdrage aan het maatschappelijke debat. Ook verwierp het Hof een civielrechtelijke veroordeling van een Turkse schrijver, die stelde dat het geweten van de analfabeet een God had geschapen die zich zelfs met het aantal stokslagen voor strafbare feiten bemoeit en dat de profeet Mohammed geweld tot grondslag van zijn beleid had gemaakt.
Alleen als de openbare orde dreigt te worden verstoord, is er een kansje dat het Europese Hof een als godslasterlijk ervaren uiting verbiedt, is Soetemans indruk. Soeteman is zelf ook tegen een wettelijk verbod op godslastering. De vrijheid van meningsuiting houdt niet van moralisten’, schrijft hij. Bovendien moet je vroom gedrag niet willen afdwingen: God heeft er niets aan wanneer wij onze handen vouwen en onze ogen sluiten uit angst op de brandstapel terecht te komen. God wil ons hart.’
Den dood sterven
De twee andere rechtsgeleerden die een bijdrage aan het boek hebben geleverd, Matthijs de Blois en SGP-kamerlid Kees van der Staaij, weten de rechtswetenschap minder goed van hun geloofsbeleving te scheiden dan Soeteman. De Blois beroept zich op het bijbelboek Leviticus in zijn pleidooi voor een verbod op godslastering: Wie des Heren naam lastert, zal den dood sterven, de gehele gemeente zal hem stenigen.’ Van der Staaij beroept zich op de heiligheid van Gods naam. Het is de taak van de overheid als Gods dienares om al wat mogelijk is te doen om de lastering van zijn naam tegen te gaan’, aldus de SGP’er.
De twee juristen putten hoop uit het feit dat het beledigen van gezagsdragers (politiemensen en dergelijke), tot voor kort een soort nationale hobby die in alle lagen van de bevolking met veel enthousiasme werd beleden, tegenwoordig weer keihard wordt aangepakt. Zelfs een afbeelding van een jongetje dat over het politielogo plast is veroordeeld en bestraft door de rechter. Dus waarom zou godslastering niet gewoon weer strafbaar kunnen worden?
Tegenstanders van een verbod op godslastering beroepen zich op de vrijheid van meningsuiting, maar dat wuiven De Blois en Van der Staaij weg: er is immers ook godsdienstvrijheid en die houdt volgens hen tevens in dat aanhangers van een godsdienst blijven gevrijwaard van kwetsende uitlatingen van niet-gelovigen. Wie tegenwerpt dat gelovigen met zo’n wettelijk verbod een speciale bescherming genieten die ongelovigen niet hebben, en dat daarmee dus onze grondwettelijke gelijkheid wordt geschonden, krijgt van De Blois te horen dat gelovigen en ongelovigen niet aan elkaar gelijk zijn. Aan de uitspraak van keizer Tiberius: Deorum iniuriae, Diis curae (Wanneer de goden onrecht wordt aangedaan, is dat hún zorg’) hebben De Blois en Van der Staaij geen boodschap. De eer van God moet door de gelovigen worden verdedigd.
Gevaarlijke gekken
Toen Piet Hein Donner in november 2004 de antigodslasteringswet van zijn grootvader uit de mottenballen had gehaald, wees de Socialistische Partij op het verkeerde signaal, dat Donner daarmee afgaf. Blijkbaar was de minister van mening dat Van Gogh, een notoire godslasteraar, zijn gruwelijke dood aan zichzelf had te danken. Bovendien was het volgens de SP stigmatiserend voor moslims, die kennelijk werden aangezien voor gevaarlijke gekken die meteen aan het moorden slaan zodra iemand hun god lastert (denk in dit verband ook aan de Rotterdamse burgemeester, die in 2004 het bijbelse gebod Gij zult niet doden’ van een muur liet verwijderen omdat hij dat kwetsend voor moslims vond).
De SP steunde evenwel op 22 november 2004 niet de (verworpen) motie van Lousewies van der Laan, toen fractievoorzitter van D66, waarin werd geopperd het verbod op smalende godslastering te schrappen. De Blois en Van der Staaij schilderen Van der Laan af als een soort briesende feeks, maar De Bond tegen het Vloeken heeft ook haar in het boek de ruimte gegeven haar standpunt uit leggen, net als de vertegenwoordigers van de meeste andere politieke partijen.
Daarnaast wordt het vloeken door sociologen, filosofen, geestelijken (inclusief de onvermijdelijke Antoine Bodar) geduid en geanalyseerd, wat Vloeken als een Hollander (de titel verwijst volgens filosoof René van Woudenberg naar een niet bestaand spreekwoord) een zeer compleet en interessant boek maakt. Best verrassend, voor een wereldvreemde club die doorgaans zo eenzijdig en autistisch tegen het vloeken ten strijde trekt.
Vloeken als een Hollander, onder redactie van Matthijs de Blois, Rijk van de Poll en René van Woudenberg. ISBN 978-90-5881-359-6, 152 pagina’s. Prijs: 13,50
Zie ook Smalende godslastering van Willem de Zwijger.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.






RSS