Frontaal
Naakt
18 november 2007

Selfhating Arab

Hanna Bouaicha

Gerome9def (479k image)
Plaatje van Jean-Léon Gérôme

Thuis in Nederland na een half jaar Jeruzalem. Tijd voor een terugblik. Hoewel het natuurlijk fijn is om mijn vertrouwde intieme contacten in Nederland weer dichterbij te hebben, kan ik het onbestemde gevoel niet kwijtraken. Een gevoel van: ‘Wat doe ik hier, ik mis iets.’ Jeruzalem was ook een beetje thuis geworden. De laatste maand in Israël begon ik langzaam afscheid te nemen, en dat viel me zwaar. Iemand vroeg wat ik in hemelsnaam heb met Israël? Een goede vraag, die ik ook niet één-twee-drie kan beantwoorden, maar waar ik wel over nadenk.

Ik zal er niet omheen draaien. Mijn liefdesverhouding met Israël vraagt om een speciale reflectie vanwege mijn afkomst, specifiek mijn Marokkaans-islamitische afkomst. Want, zoals gesteld; ‘Arabier en geïnteresseerd in Joden, bij voorbaat verdacht’. De potentiële verdenking kwam vooral van buitenaf en heeft me op verschillende momenten ook wel pijn en ongemak opgeleverd.

Het meest verschrikkelijke was misschien wel mijn persoonlijke ervaring van pure discriminatie. Toen ik afgewezen werd voor een woonruimte en mijn zesde zintuig me overtuigend zei dat dit was vanwege mijn Arabische afkomst (om dat te kunnen aannemen zonder opgevoerde directe bewijslast, moet je waarschijnlijk van het gediscrimineerde soort zijn).

Al was het een incident, dit is als concreet voorbeeld en ik zal verder niet uitwijden over impliciete signalen van enige afkeuring jegens mijn (Arabische) persoon die ik verder heb waargenomen. Maar mijn afkomst heeft vooral mezelf beziggehouden tijdens mijn identiteitscrisis, iets wat me als Marokkaan in Nederland uiteraard niet vreemd was. In Israël kreeg dit een nog veel gecompliceerdere dimensie. Inmiddels heb ik de identiteitscrisis geaccepteerd als een continue en voortdurend verschijnsel dat niet op een dag is opgelost. De vraag wie ik ben zal me nog lang bezighouden.

Dus ondanks een vernederende ervaring van discriminatie, impliciete vormen van uitsluiting, en vermoeiende innerlijke strijd rondom mijn identiteit in relatie tot mijn omgeving, toch heb ik een liefdesverhouding met Israël gekregen. Om te beginnen heb ik in een relatief korte tijd een soort loyaliteit ontwikkeld ten aanzien van de staat, dat zelfs zionistische vormen aanneemt. Het debat over het politieke conflict is niet iets waar ik me graag in meng, mede omdat ik daarover een pessimistisch perspectief heb en geen vertrouwen dat er vrede zal komen. Toch heb ik me ook enige politieke voorkeur laten ontvallen waarbij ik neig naar Israëlische kant. Maar het meest opvallend is mijn affiniteit met de Joodse cultuur. Waar komt dit alles vandaan?

Het eerste wat in je opkomt, is de primaire psychologische verklaring van ‘rebellie’ en om toepasselijke woorden te gebruiken, zou je me ook een ‘selfhating Arab‘ kunnen noemen. Als Israël, en zeker Jeruzalem iets met je doen dan is het wel de prikkeling tot ‘soul searching‘. Je ontkomt bijna niet aan zelfreflectie, al is het maar in contrast met de intense en kleurrijke pluriformiteit in deze zowaar origineel-kosmopolitische hoofdstad. Uiteraard heb ik mezelf de vraag gesteld of ik niet slechts rebelleer tegen mijn afkomst? Het is waar. Maar het is ook te simpel gesteld, en slechts een gedeelte van mijn waarheid.

Het contrast van ‘het Arabische’ met wat ik voor het gemak ‘een vorm van Westerse beschaving’ noem, is nergens zo duidelijk zichtbaar als in Israël. Hoe Israël in staat is geweest om in deze korte zestig jaar, onder continue dreiging, met een wereldwijde verzameling ‘ratatouille-Joden’ omgetoverd tot eensgezinde-en-eensgerichte ‘Israëliërs’, zo’n land op te bouwen, is naar mijn mening echt een klein wonder. Eerder benoemde ik de Joodse ‘solidariteit’ ter verklaring van dit succes, iets wat onder Arabieren ontbreekt. Als ik rondloop in Israël zie ik zoveel: infrastructuur, bedrijvigheid, kunst, persvrijheid, diversiteit, veiligheid, en meer… waar je trots op kunt zijn. Mijn bewondering creëert affiniteit.

Als ik rondloop in een gemiddeld Arabisch land zie ik ook cultuur en kunst waar ik trots op kan zijn, maar dit gaat gepaard met destructieve krachten waar ik me juist voor schaam. Dit gevoel creëert afstand. Als ik dan twee volkeren dicht bij elkaar zie zoals in Israël en de Palestijnse gebieden, is het contrast heel helder. En dan gaat het in eerste instantie niet om de vergelijking op ontwikkelingsniveau maar voor mij om een mentaliteitsverschil.

Op een zeker moment ik liep ik door de straten van Jeruzalem en overviel me een gevoel van: ‘Ik zou hier kunnen wonen.’ Dat heb ik niet vaak in het buitenland. Een tijdje heb ik gedacht dat het de ultieme combinatie was van een zekere moderniteit in een ‘oosters jasje’. Toch is dat niet het enige, want dat is op zich niet uniek in de regio. Ik realiseer me dat het gaat om één belangrijk verschil. Het gevoel van vrijheid en veiligheid. Het klinkt tegenstrijdig, zeker in Israëlische context, maar deze dingen gaan samen.

De waardering voor het gevoel van zowel vrijheid als veiligheid is een verworvenheid die ik te danken heb aan het feit dat ik Nederland ben opgegroeid. Deze concepten waren eigenlijk altijd vanzelfsprekend, wat het nog krachtiger maakt. Als deze vanzelfsprekendheid in Nederland onder spanning komt te staan, zoals de laatste jaren met de dreiging rondom de vrijheid van meningsuiting en islamitisch fundamentalisme, worden we pas in een achteraf-reactie bewust en defensief ten aanzien van ‘onze’ cultuur. Voor mij zijn deze waarden een intrinsiek deel van mijn systeem en ook een noodzakelijke behoefte geworden.

Als ik dan het avontuur opzoek op onbekend exotisch terrein, zoek ik naar herkenning. Het gevoel van vrijheid en veiligheid herken ik in Israël. Alleen de kwestie van veiligheid is daar niet hetzelfde. Het is er wel. Ik heb me nergens op de wereld zo veilig gevoeld als in Israël. Maar jammer genoeg is deze veiligheid enigszins ‘geforceerd’. De veiligheid waar ik initieel naar refereer is niet ten opzichte van externe dreiging, maar de interne veiligheid om in vrijheid te kunnen zijn wie je bent.

Hoe essentieel ook, maar vrijheid en veiligheid zijn randvoorwaarden. De kern van wat me aantrekt in Israël maar vooral Jeruzalem, is de intensiteit. Het spanningsveld. Het gevoel dat je leeft! En het leven daar prikkelt je continue. Meestal kies je niet waar je verliefd op wordt. Je wordt het gewoon, zoals ik verliefd werd op Israël. Het is natuurlijk altijd spannend of je liefde wordt beantwoord. Maar ik weet dat individuen nooit losstaan van hun omgeving.

Het is dan ook een illusie om te verwachten dat ik door deze geliefde wordt beoordeeld op wie ik ben als individu. Mijn individu staat representatief voor een verhaal, en voor velen is dat in zeker opzicht altijd verbonden met de vijand uit een ander verhaal. Dat is de pijnlijke paradox die ik moet accepteren. Misschien speelt deze onbereikbaarheid een rol in de aantrekking tot deze liefde? Ondanks de mogelijke onbereikbaarheid is er nog genoeg om naar te blijven verlangen. Als ik hier in de regen fiets en mijmer over hoe het was, dan mis ik vooral de stenen van Jeruzalem. Ik sus mijn gevoel met de geleende woorden:

‘L’Shana Haba’ah b’Yerushalayim’.

Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt heeft ze de afgelopen maanden regelmatig bericht vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzocht.

Algemeen