Frontaal
Naakt
11 september 2008

Jezus in de islam

Richard Kroes

Mata_Hari_02 (157k image)

Wat een Geert Wilders al niet kan veroorzaken. Begin dit jaar werden de bewoners van Amsterdam-West verrast door het boekje Jezus in de Islam in hun brievenbus. Vijftigduizend exemplaren zijn er verspreid in de hoofdstad. De tekst op de achterflap is – ik kan het moeilijk anders zeggen – schattig en hartverwarmend:

Dit boekje wordt u gratis aangeboden als een geschenk, in reactie op de beledigingen van ons geloof en de Koran door fanatici. In de geruststellende wetenschap dat de ruime meerderheid van de Nederlanders het niet eens is met deze extreme polarisering en openstaat voor een vreedzame dialoog.

Was getekend, de el-Tawheed moskee, u weet wel, het instituut dat doorgaans niet in het nieuws komt met schattige en hartverwarmende acties. Zo’n flaptekst getuigt van openheid, gematigdheid en zelfbeheersing. Het laat precies het tegenovergestelde zien van wat ‘men’ van de el-Tawheed moskee zou verwachten, zeker als reactie op Fitna. Nu zal volledig doorgeseculariseerd hoofdstedelijk publiek niet staan trappelen om een boekje over Jezus in de islam te lezen. Dat is maar goed ook, want de toon van de flaptekst past volstrekt niet bij de inhoud van het boekje.

Het is geschreven door Ahmed Deedat (1918-2005) en gruwelijk slecht vertaald door Abdoul Jabar van de Ven. Deedat is een Indiase moslim die het grootste deel van zijn leven in Zuid-Afrika heeft gewerkt als islamitisch apologeet. Werkjes als Is de bijbel het woord van God?, Mohammed in de bijbel, Werd Jezus gekruisigd? en Jezus in de Islam zijn door hem geschreven. Deze boekjes bestaan eigenlijk uit lezingen of debat-verslagen. Ietwat polemische boekjes dus. Ook video’s van debatten die Deedat hield, onder andere met de beruchte televangelist Jimmy Swaggart, mogen zich verheugen in een grote populariteit onder moslims.

Jezus in de Islam begint met de nogal nadrukkelijke mededeling dat moslims groot respect hebben voor Jezus, meer dan christenen dat hebben voor Mohammed. Er wordt niet bij gezegd dat christenen wat dit betreft wel eens een voorbeeld aan moslims zouden kunnen nemen, maar wel dat de meeste christenen niet op de hoogte zijn van dat grote respect voor Jezus in de islamitische wereld. Respect voor mannen van een paar eeuwen geleden is makkelijk beleden, respect voor wie nu leeft, is andere koek. Het geldt in Deedat’s werkje in ieder geval niet christenen of joden. Joden ‘ontlenen hun blinde racisme aan de bijbel’ (blz. 19), de christelijke idee van de Drie-eenheid is de oorzaak van racisme (blz. 44-45), christenen zijn kinderachtig (blz. 66) en godslasteraars (blz. 55).

Deedat meent het geloof van christenen in slechts 72 pagina’s wel even aan mootjes te kunnen hakken. Dat lukt hem ook, want hij discussieert uitsluitend met fenomenale sukkels: dominees die de context van bijbelpassages niet kennen of niet weten wat er in de grondtekst staat. Deedat kent de bijbel uiteraard uit zijn hoofd en nog in de grondtaal ook. Op bladzijde 33 weet hij op subtiele wijze de indruk te wekken dat hij Grieks kent, door uitgebreid in te gaan op de aankoop van een Grieks-Engels Nieuw Testament. Maar op Op bladzijde 60 beweert hij doodleuk dat het Grieks ho theos ‘de God’ betekent, en ton theos ‘een god’. Hij verbindt daar de conclusie aan dat christelijke bijbelvertalers de boel belazeren. Iedereen die een week gymnasium heeft gehad, weet dat beide uitdrukkingen exact hetzelfde betekenen, namelijk ‘God’ en slechts in twee verschillende naamvallen staan; en dat het bovendien niet ton theos, maar ton theon moet zijn…

In een hoofdstuk over de aankondiging van Jezus’ geboorte door de engel Gabriel aan Maria, vraagt Deedat zich af wat de uitdrukking ‘verwekt, niet geschapen’ uit de christelijke geloofsbelijdenis nu precies betekent. Deedat beweert er in veertig jaar niet in geslaagd te zijn ook maar één christelijke godgeleerde te vinden die dat kon uitleggen. Op één Amerikaanse christen na die het presteerde om het te verklaren als ‘gedekt’ zijn door God (Op bladzijde 43). Weer zo’n fenomenale sukkel.

In werkelijkheid gaat het hier om twee verschillende dingen: de maagdelijke geboorte van Jezus rond het begin van de jaartelling en het karakter van de relatie die in eeuwigheid tussen God de Vader en God de Zoon bestaat. De uitdrukking ‘verwekt, niet geschapen’ gaat uitsluitend over dat laatste. Maria en Jezus spelen er geen rol in. De uitdrukking is vooral een ontkenning van de stelling dat de God de Zoon een schepsel zou zijn. Genitum, non factum zingen katholieken iedere zondag. Dat wordt in het Nederlands doorgaans vertaald met ‘geboren, niet geschapen’. God de Zoon is geen schepsel, maar uit God de Vader ‘geboren’ of ‘voortgekomen’. Bij het nijpende gebrek aan doorgestudeerde christenen had Deedat het in een encyclopedie kunnen opzoeken en vertaler Van de Ven had het toch op zijn minst even bij zijn ex-geloofsgenoten kunnen navragen (‘verwekt, niet gemaakt’ is een vertaling van het Engelse begotten, not made).

Ook over de islam is Deedat merkwaardig slecht geïnformeerd. Op bladzijde 22 ontkent hij Jezus’ zoonschap van God met het theologische argument dat het woord van Allah nog niet Allah zélf is. Vreemd genoeg realiseert hij zich niet dat juist die formulering exact weergeeft wat orthodoxe moslims over de koran geloven: het eeuwige, ongeschapen woord van God, dat als zodanig een noodzakelijk attribuut van Zijn wezen is. Alleen God is immers eeuwig en ongeschapen en Zijn Woord is dat dus ook. Deedat afficheert zich zonder dat hij het lijkt te beseffen als een mu’tazilitische ketter.

Was dit boekje binnenshuis gebleven dan was het niet meer geweest dan bevooroordeeld gepreek voor eigen parochie, geschreven vóór moslims óver christenen. Het is helemaal niet geschreven voor christenen en heeft ook niet als doel een dialoog te voeren, in tegenstelling tot wat de flaptekst suggereert. Als propaganda naar buiten gebracht, is het niets minder dan ordinair boerenbedrog door lieden die geen kennis hebben.

Toch is het nuttig dat dit schrijfsel naar buiten gebracht is. Het laat namelijk goed zien dat in de ogen van sommige moslims jodendom en christendom de islam actief dwars zitten. Deedat kan zich daar behoorlijk over opwinden, bijvoorbeeld als hij de formulering ‘verwekt, niet gemaakt’ bespreekt:

De verstandige christen zegt dat de woorden niet letterlijk betekenen wat er staat, maar waarom zeg je het dan? Waarom creëer je onnodig een conflict tussen de 1,2 miljard Christenen en de ruim 1 miljard Moslims in de wereld door zinloze uitlatingen te doen? (blz. 43)

Je vraagt je inderdaad af waar de concilievaders van Nicaea in 325 n.Chr. de euvele moed vandaan haalden om geen rekening te houden met een club die drie eeuwen later in het leven werd geroepen. Het zijn die naar de oppervlakte opborrelende emoties die van het boekje méér maken dan alleen boerenbedrog: het is stemmingmakerij. Dat wordt heel duidelijk als Deedat het eerste wonder bespreekt dat Jezus verrichtte: water in wijn veranderen op een bruiloftsfeest (blz. 27-29). Dat is geen prettig idee voor wie gelovig moslim is.

Deedat verbindt er een korte, verontwaardigde uitwijding aan over alcoholisme, waarin ook het verhaal over Lot en zijn dochters uit Genesis 19 het moet ontgelden. Lot heeft het, in tegenstelling tot in het jodendom en christendom, in de islam geschopt tot profeet. Het verhaal dat hij door zijn dochters dronken gevoerd zou zijn en ‘beslapen’ om hen aan nageslacht te helpen, is voor moslims onverteerbaar. Als christen of jood ben je dan al snel de lasteraar van een profeet. In een voetnoot waarvan niet helemaal duidelijk is of hij van Deedat zelf is of van de vertaler wordt dat nog benadrukt:

Dit staat zo in de Bijbel, maar een oprecht moslim kan -, en mag dit NOOIT geloven! Dit is slechts één van de vele lasteringen die in de Bijbel staan over de edele Profeten (vrede zij met hen allen) zelfs over de Almachtige Allah!!!

Aan het verhaal van Lot kunnen inderdaad makkelijk nog meer voorbeelden toegevoegd worden, allemaal ‘lasteringen’ van islamitische profeten: een dronken Noach, David die vreemdgaat met Batsheba en en passant de dood van haar man orkestreert, een stotterende Mozes, koning Salomo die vreemde goden aanbidt, een gekruisigde Jezus.

Hier werd het mij even zwaar te moede. Dat had vooral te maken met de actuele gebeurtenissen op het moment dat ik het boekje las: het openbaar ministerie liet Gregorius Nekschot arresteren. Zonder de voortdurende eis van moslims om respect jegens hun profeet en zonder de acties van moslims om die eis kracht bij te zetten, zou dat nooit gebeurd zijn. Nu bleek me ineens dat moslims, consequent calvinistisch als ze hier te lande nu eenmaal zijn, die eis ook uit kunnen strekken over lieden die weliswaar binnen de islam als profeet erkend worden, maar die in tegenstelling tot Mohammed niet het exclusieve eigendom van moslims zijn.

U hoeft maar een katholieke kerk binnen te lopen om het al eeuwen oude prototype van een Gregorius Nekschot te aanschouwen: één van de meest geachte islamitische profeten bloedend met een doornbos op zijn hoofd, bedekt met zweepslagen, halfnaakt vastgespijkerd aan een houten balk en hartstikke deaud. Sterker nog: u hoeft niet eens een katholieke kerk binnen te lopen, in Limburg hangt op ieder kruispunt wel zo’n Gregorius Nekschot…

Richard Kroes is oudheidkundige. Hij studeerde Geschiedenis en Klassieke Archeologie aan de Amsterdamse Vrije Universiteit en specialiseerde zich daarbij in brugfunderingen uit de Romeinse Tijd.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home