Frontaal
Naakt
11 mei 2011

Anisa

Hedwig Vos


Illustratie uit Die Schönheit

Maar al te vaak heb ik een mening die ik later weer bij moet stellen. Wie nooit van mening is veranderd, heeft zelden iets geleerd. Dus ik schaam mij er niet voor dat ik van mening verander. Wel schaam ik me voor mijn eerdere gedachten. Gedachten en meningen over het Nederlandse asielbeleid en dat daar dan goed over is nagedacht en dat het wel zal kloppen.

Het gaat om Anisa. Anisa is met haar gezin in 1997 uit Afghanistan gevlucht. Ik ken haar redelijk goed en wist van haar langdurige asielprocedures. Ik zag hoe zij psychisch leed onder de procedures en de onzekerheid of zij, haar man en drie kinderen hier mochten blijven. Ze vertelde er wel eens over en ik had met haar te doen. Maar ik dacht dat de overheid er goed over had nagedacht en dat het klopte. En dat ik dus niets voor haar kon doen.

Soms heb je een beetje toeval nodig. Of lot. Of wat dan ook. In ieder geval las ik het blog van Peter Breedveld over de Afghaanse vluchteling Mohammed Rafiq Naibzay. Over het feit dat Naibzay een 1F-status heeft en dat hij oorlogsmisdadiger zou zijn omdat hij als administratief medewerker voor de Afghaanse Veiligheidsdienst gewerkt heeft.

Het begon me te dagen, dit kwam me bekend voor. Inderdaad, Anisa heeft in Afghanistan ook onder de Veiligheidsdienst gewerkt. Haar logistieke afdeling werd van de ene op de andere dag ondergebracht bij de Veiligheidsdienst en opeens had ze de functie van kapitein, vanwege haar universitaire graad. Toen de oorlog in Afghanistan uitbrak, haar oudste dochter door een granaatinslag blind werd aan één oog en haar vader vermoord was door de Taliban, moest ze vanwege haar eigen positie en die van haar echtgenoot vluchten.

Uiteindelijk kwam ze in Nederland terecht. Daar heeft ze er geen geheim van gemaakt dat ze voor de Afghaanse Veiligheidsdienst gewerkt heeft. Waarom zou ze ook. Ze had tenslotte geen mensen vermoord of gemarteld. Ze werkte op de logistieke afdeling die pas later een afdeling van de Veiligheidsdienst werd. Ze moest hier op straffe van detentie blijven werken.

Om een lang verhaal kort te maken, op basis van een Pakistaans ambtsbericht heeft zij de 1F-status verkregen, is zij een ongewenste vreemdeling en krijgt zij in Nederland geen verblijfsvergunning. Haar echtgenoot en kinderen inmiddels wel.

De inhoud van het ambtsbericht staat voor de Nederlandse overheid niet ter discussie. Anisa wordt als schuldige beschouwd en kan het tegendeel niet bewijzen. Want daar wordt niet naar geluisterd. Ik ben geen jurist, maar dit klinkt oneerlijk.

Net als Naibzay heeft Anisa jarenlang als vrijwilliger in Nederland gewerkt. En net als hij moet ze nu vluchten voor de Nederlandse overheid. Weer vluchten. Terwijl ze al zoveel heeft meegemaakt.

Ik heb haar dossier hier naast me op de bank liggen. Ik word er stil van. Het zit barstensvol brieven van advocaten, de IND, het COA, maar vooral brieven van haar kinderen. Brieven aan de koningin en aan de minister president. Aan verschillende ministers, aan de ombudsman. En ook brieven van hun scholen, van vriendjes en vriendinnetjes, handtekeningen van buurtgenoten. En brieven van de vrijwilligersorganisatie waar Anisa en haar man werken. Brieven van artsen en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik dacht altijd dat asielprocedures eerlijk verliepen en dat mensen ‘doorprocederen’ omdat ze weigeren het onvermijdelijke te accepteren. Maar nu snap ik dat, in ieder geval wat Anisa betreft, doorprocederen voorkomt uit de weigering van Nederland om haar schuld ter discussie te stellen. En die frustratie maakt, samen met de schaamte die ik voel over mijn eerdere naïviteit, dat ik dit verhaal wil vertellen.

Misschien dat het helpt.

Hedwig Vos is huisarts, promovendus, moeder, chocoholic en PvdA’er.