Frontaal
Naakt
26 april 2010

Blote Borsten

Prediker

mi12
Illustratie: Yana Frank

‘Izz ad-Din’ Ruhulessin is me d’r eentje. Sinds hij zo’n vier jaar terug het licht zag en de Heer vond, kalkt de bekeerde Molukker het wereldwijde web vol met quasi-revolutionaire boodschappen. Van de onderdrukte islamitische gemeenschap die het juk van de Hollanders en hun vanzelfsprekendheden van zich af dient te werpen tot moslim-Uncle Toms die onbekommerd een bikini dragen of gezellig meefeesten in de Gay Parade; overal heeft meneer wel een mening over.

De polderbekeerling ondertekent zijn opstellen steevast met de zelfgekozen titel Izz ad-Din (‘kracht van het geloof’). Logisch wel, want ‘Lonnie’ of ‘Daniel’ klinkt nu niet bepaald Arabisch, en derhalve niet islamitisch genoeg. Hoezo, culturele zelfverloochening?

Ruhulessin combineert de verkondiging van een anti-koloniaal bewustwordingsproces met een orthodoxe levenshouding, die zich qua verdraagzaamheid kan meten met het fundamentalisme van EO-querulant Bert Dorenbos. Het doet nog het meest denken aan de provocaties van Mohammed Faizel Enait, die vanuit zijn salafistische levenswandel tot vergelijkbare maatschappijanalyses komt. Maar waar de Rotterdamse scrabblewoorden-generator vooral het recht van het individu opeist om zich in het publieke domein onverkort als moslimfundamentalist te mogen manifesteren, heeft zijn Nijmeegse evenknie er ook nog een handje van zijn geloofsgenoten voor te schrijven hoe ze zich hebben te gedragen.

Onze Malcolm X-wannabe is daarmee net zo geloofwaardig als een hereboertje die met het marxisme in de hand de bourgeoisie bestrijdt, teneinde het feodalisme weer in te kunnen voeren. Hoe serieus valt een bevrijdingsideoloog te nemen, die Ahmed Salaam en Fawaz Jneid “vooruitstrevende imams” noemt?

Nergens komt het bij Ruhulessin op, zijn marxistische analyses nu eens toe te passen op de religieuze tradities waarmee hij anderen de maat neemt. God, of wat mensen daarvan gemaakt hebben, is immers onaantastbaar. Mensen regels opleggen door God voor het karretje van je overtuigingen te spannen; het is ongeveer de oudste truc in het handboek van de machtsmechanismen. Zo verkondigt de grote emancipator in de Volkskrant dat de hoofddoek gewoon verplicht is voor moslima’s, omdat dit nu eenmaal zo in Gods Woord staat:

 “Moslima’s worden in de Quran expliciet opgedragen om hun haren te bedekken (24:31). Dat is een vastgesteld feit, en de enige onduidelijkheden die bestaan zijn over het wel of niet verplicht zijn van het bedekken van het gezicht (niqab).”

‘Expliciet opgedragen’? ‘Vastgesteld feit’? Dat zijn grote woorden. Van huis uit zelf een Schriftgeleerde, ga ik dan toch even kijken wat er nu daadwerkelijk staat.

Soera 24 (Het Licht), 31:

“En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren en dat zij hun sieraad niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is.

En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten of hun vaders of de vaders van hun echtgenoten of hun zonen of de zonen van hun echtgenoten of hun broers of de zonen van hun broers of de zonen van hun zusters of hun vrouwen of slavinnen over wie zij beschikken of mannelijke volgelingen die geen geslachtsdrift meer hebben of de kinderen die nog niet op de schaamdelen van de vrouwen letten.

En zij moeten niet met hun voeten stampen zodat men weet wat zij voor verborgen sieraad dragen.” (De Koran,  Fred Leemhuis, 2007)

Ziet u het ook? Er is in dat hele vers niets te vinden over hoofdharen, manen, of lokken. Wel van alles over schaamdelen en borsten, en een enigmatisch ‘sieraad’ dat bedekt moet worden.

Wat zou er bedoeld kunnen zijn met dat ‘sieraad’? De laatste regel suggereert dat het om een letterlijk sieraad zou gaan, waarvan het rinkelen bij het stampvoeten verraadt dat het gedragen wordt. Dan blijft echter onduidelijk waar alle seksuele connotaties en restricties op slaan in de zinnen ervóór. Wat is er zo opwindend aan een enkelband of halssnoer? Waarom zou een kleuter of seksloze hoogbejaarde die wel mogen zien en een gezonde jonge kerel niet?

Het ligt zodoende meer voor de hand dat het ‘sieraad’ van de vrouw betrekking heeft op de borsten, die gaan dansen wanneer een vrouw met de voeten stampt, en zich dan onder de kleding aftekenen, waarmee het ‘verborgen sieraad’ herkenbaar wordt. Dat zou meteen ook alle seksuele connotaties rond het ‘sieraad’ verklaren. “En zij moeten sluiers over hun boezem dragen // en hun sieraad niet openlijk tonen”, moet dan opgevat worden als een parallelisme, waar tweemaal hetzelfde gezegd wordt in iets andere bewoordingen.

Is het denkbaar dat vrouwen in pre-islamitische, Arabische stammen gewoon waren in hun blote tieten door de woestijn te lopen? Niet alleen is dat denkbaar, het blijkt ook uit de klassieke korancommentaren, als we koranvertaler Mohammed Assad mogen geloven:

“The noun khimar (of which khumur is the plural) denotes the head-covering customarily used by Arabian women before and after the advent of Islam.

According to most of the classical commentators, it was worn in pre-Islamic times more or less as an ornament and was let down loosely over the wearer’s back; and since, in accordance with the fashion prevalent at the time, the upper part of a woman’s tunic had a wide opening in the front, her breasts were left bare.

Hence, the injunction to cover the bosom by means of a khimar (a term so familiar to the contemporaries of the Prophet) does not necessarily relate to the use of a khimar as such but is, rather, meant to make it clear that a woman’s breasts are not included in the concept of “what may decently be apparent” of her body and should not, therefore, be displayed.

(The Message of the Qur’an, Translated and explained by Muhammad Asad, Surah 24:31, n38)

Dr. Ibrahim Syed, die een reformistisch-islamitische denktank aanvoert en het koranische hoofddoekgebod naar het land der fabelen verbant, verwijst naar een artikel in de Concise Encyclopedia of Islam, waaruit hetzelfde blijkt:

“When the pre-Islamic Arabs went to battle, Arab women seeing the men off to war would bare their breasts to encourage them to fight; or they would do so at the battle itself, as in the case of the Makkan women, led by Hind at the Battle of Uhud…….While modesty is a religious prescription, the wearing of a veil is not a religious requirement of Islam, but a matter of cultural milieu.”

(Cyril Glasse, The Concise Encyclopedia of Islam, Harper and Row Publishers, New York, 1989, p. 156 and p. 413).

Voor een student Islam en Arabisch die met zijn heilige boek wappert om anderen zijn orthodoxie op te dringen, blijkt Ruhulessin verbazingwekkend slecht op de hoogte wat er nu eigenlijk wel en niet in de koran staat. Wanneer we zelf nagaan wat het bewuste vers precies bevat, blijft van de claim dat daar expliciet wordt opgedragen de haren te bedekken, weinig over.

“Dat is een vastgesteld feit”, had onze jeugdige farizeeër er nog aan toegevoegd. Vastgesteld door wie? O juist, door mannelijke commentatoren die de koran net als Ruhulessin lazen door de bril van de traditie en de overleveringen. Ja, dat verklaart een hoop. Het bewijst alleen niets over wat de koranpassage zelf zegt.

En het helpt niet te beginnen over de Arabische tekst die ineens heel wat anders aan het licht zou brengen. Syed biedt een woord-voor-woord-vertaling van het sleutelvers, waaruit zonneklaar blijkt dat vrouwen hier gezegd wordt hun sluier over hun boezem (en dus niet noodzakelijk over hun hoofdharen) te draperen. Kun je wel zeggen dat het hoofddoekgebod daarbij automatisch is inbegrepen, maar dat is dan een kwestie van hermeneutiek: hoe lees je de koran?

Het aardige van deze exercitie is, dat ze niet alleen laat zien dat orthodoxe scherpslijpers als Ruhulessin nauwelijks de moeite nemen om na te gaan wat de koranverzen waar ze zich op beroepen nu eigenlijk zeggen; maar dat het ook de wind uit de zeilen neemt van islamofobe zwatelaars als Benno Barnard, die menen dat er aan de koran niets te interpreteren zou vallen, aangezien God in de koran rechtstreeks spreekt en het dus “nooit anders bedoeld [kan] hebben dan zó”.

Het doet je echter wel afvragen bij wie Ruhulessin zijn colleges koranexegese gevolgd heeft. Of zou dat gebruikelijk zijn onder Arabisten, dat je gewoon maar roept dat er zus of zo staat?

Prediker (oogst van 1976) denkt met weemoed terug aan de tijd dat hij zijn zekerheden kon ontlenen aan een heilig boek, waar alle waarheden die er toe zouden doen in besloten lagen.

Prediker