De desinformerende universiteit (1)
Jona Lendering

Illustratie: Luis Ricardo Falero
Atlantis ligt op de Bahama-eilanden. Archimedes vernietigde Romeinse schepen met brandspiegels. Het christendom is ontstaan uit het verkeerde begrip van de cultus voor de vergoddelijkte Julius Caesar. Er zijn geheimzinnige dingen aan de hand bij de grote piramide.
Oudheidkundigen halen deze voorbeelden graag aan om te benadrukken dat ze goed moeten populariseren. De wetenschap dient immers de burger en de universiteiten moeten daarom hun activiteiten uitleggen en pseudowetenschap bestrijden. Het is sympathiek dat oudheidkundigen de genoemde voorbeelden beschouwen als prikkel om goed te populariseren, maar er is een probleem. Deze misverstanden leven helemaal niet.
Ik weet dat, omdat ik een grote website beheer over de oude wereld, Livius.org. Als laagdrempelig aanspreekpunt heb ik sinds 1994 ruim 3700 vragen over de Babyloniërs, Joden, Perzen, Grieken en Romeinen beantwoord. Die heb ik inmiddels geïnventariseerd en het viel me op dat ik steeds minder vragen krijg over pseudogeschiedenis.
Dat kan twee dingen betekenen: óf mensen hebben in de gaten dat mijn website voor hun vragen de verkeerde plaats is, óf de pseudohistorici hebben terrein verloren – een interpretatie die dan mooi parallel zou lopen met het verdwijnen van andere pseudowetenschappen, zoals de ufologie. Ik weet niet welke verklaring de juiste is, maar in beide gevallen blijken mensen in staat wetenschap en pseudowetenschap te scheiden.
Helaas is er geen reden om opgelucht adem te halen, want er is iets voor in de plaats gekomen dat even verontrustend is: verouderde kennis, zoals de welbekende ‘god van de gaten’ die de laatste jaren weer opduikt in discussies over de relatie tussen wetenschap en religie. Het idee is dat lang geleden god werd ingeroepen om zo’n beetje alle natuurverschijnselen te verklaren; met de opkomst van de wetenschappelijke methode bleken de goden steeds minder belangrijk; uiteindelijk kan god alleen nog resideren in de gaten van onze wetenschappelijke kennis.
Dit argument is aan het einde van de negentiende eeuw naar voren gebracht, toen de ideeën van James Frazer over oeroude natuurculten nog populair waren en vóór we veel wisten over de oudste vormen van religie. Inmiddels hebben we duizenden kleitabletten over dat onderwerp en weten we dat de weer- en natuurgoden minder belangrijk waren dan bijvoorbeeld de oorlogsgod en de beschermgoden van het koningschap. Het argument raakte daarom vergeten, maar is in de jaren negentig door evolutiebiologen weer teruggebracht in het maatschappelijk debat.
Zo zien we dus verouderde ideeën terugkomen, en dit soort misverstanden liggen – meetbaar! – steeds vaker achter de vragen die ik te beantwoorden krijg. Voordat ik die 3700 mailtjes natrok, dacht ik dat dit kwam doordat ik vaker zou worden benaderd door lager-opgeleide mensen, maar dit blijkt niet het geval. Misschien zie ik een “unknown unknown” over het hoofd, maar het lijkt erop dat de stijging van dit soort vragen voortkomt uit een reële toename van verouderde informatie, die niet zelden kan circuleren omdat ze opnieuw in omloop is gebracht door een gepromoveerde.
Gelukkig, zou je denken, is oudheidkunde ’s werelds minst relevante discipline. Het kan inderdaad niet veel kwaad. Maar het gebrek aan relevantie betekent óók dat er geen reden is om het niet gewoon goed te doen. Je kunt je van een klimaatwetenschapper, islamoloog, virusonderzoeker of econoom nog voorstellen dat de verleiding om tot bepaalde conclusies te komen onweerstaanbaar is, maar een oudheidkundige staat niet bloot aan zulke verlokkingen. Als zo’n onschuldige discipline dan zelf misverstanden in omloop brengt en bovendien een verkeerd beeld blijkt te hebben van de in omloop zijnde desinformatie, ligt de oorzaak in de universiteit zélf en niet daarbuiten. Het aantal misverstanden over de Oudheid is, om zo te zeggen, de barometer van de gezondheid van het wetenschappelijk bedrijf.
Wordt vervolgd
Historicus Luis Ricardo FaleroJona Lendering won in 2010 de Oikos Publieksprijs. Dit is het eerste deel van een bewerkte versie van zijn dankwoord.





RSS