De VVD is liberaal. Mag ze?
Jona Lendering

Het land was weer eens te klein voor alle verontwaardiging dit weekend. Om de SGP te paaien trok de VVD haar steun in aan een wetsvoorstel om het verbod op godslastering in te trekken. Dat werd hypocriet gevonden, maar dat verwijt is onterecht. Je kunt de VVD van alles kwalijk nemen, maar het verwijt van hypocrisie berust op een verkeerd van het liberalisme.
Hoe zat het ook alweer? We gaan even een paar eeuwen terug.
In de Middeleeuwen gold het maken van winst als iets wat moreel niet door de beugel kon. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen viel dat iemand die een brood over had, aan een arme geld vroeg voor dat brood. Winst was zondig. Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een belangrijk filosofisch probleem, temeer daar zonneklaar was dat God wilde dat er handel werd gedreven: anders had Hij de grondstoffen wel gelijkmatiger verdeeld. De eerste oplossing om het nemen van winst moreel te rechtvaardigen was dat kooplieden stevig aalmoezen dienden te geven, een latere oplossing was de uitvinding van het Vagevuur.
Dat de economie werd opgevat als ingebed in een moreel kader, was zo’n gekke gedachte nog niet. Het is een redelijk natuurlijke attitude. Mij viel althans op dat menigeen, toen de economie een paar jaar geleden in zwaar weer raakte, vooral de graaizucht van de bankiers wilde bestraffen: een door-en-door moralistisch voornemen.
Terug naar de geschiedenis. In zijn moraaltheologische geschriften negeerde Calvijn de hele discussie over ‘de goede koopman’. In plaats daarvan stelde hij dat handel op zichzelf niet gerechtvaardigd behoefde te worden, en dat het zaak was de schadelijke effecten in te perken.
De crux is hier dat handel – op zichzelf – werd beschouwd. Het nemen van winst was niet langer ingebed in een moreel kader, het werd beschouwd als iets dat er gewoon was. Deze gedachtesprong opende de weg naar het kapitalisme. De Duitse socioloog Weber opperde zelfs dat deze ethische neutralisering van de winst het kapitalisme heeft veroorzaakt. Mij lijkt dat wat cru (het is een vorm van essentialisme), maar ook Webers criticus Tawney, een ooit beroemde Britse historicus, erkende dat de gedachtesprong die het kapitalisme mogelijk maakte, was gemaakt binnen het calvinisme.
De bevrijding van de economie uit de morele kaders bleek een succes en gaf de westerse wereld een beslissende voorsprong op de rest van de wereld. Aanvankelijk voelden de rijken zich wat beschroomd: overvloed en onbehagen. Wat nodig was, was een rechtvaardiging van de uit de moraal bevrijde economie, en die kwam er: The Wealth of Nations van de Schotse moraalfilosoof Adam Smith, verschenen in 1776. Hij stelde dat het streven naar winst een “private sin” is, die voor de maatschappij als geheel goede gevolgen kan hebben. Immers, winstbejag leidde tot concurrentie, concurrentie leidde tot investeringen in effectievere technieken, en dat leidde weer tot grotere welvaart.
Smith legde zo de grondslagen voor het liberalisme. Het staat de mens vrij winst te nemen. Hij wees er echter ook op dat er een mechanisme was dat leidde tot zelfcorrectie. Een ondernemer die te grote winstmarges op zijn producten legde, zou ze duurder aanbieden dan zijn concurrenten en uit de markt worden gewerkt. Je economische vrijheid is totaal, maar je moet er verstandig gebruik van te maken. De ondernemer die zijn eigenbelang begrijpt, neemt niet teveel winst. Cru samengevat: een ondernemer moet kijken hoe ver ’ie kan gaan.
Zo worden excessen vermeden, zonder dat de economie aan een moreel kader wordt onderworpen. Het liberale gedachtegoed is, in deze zin, niet moreel. Het rechtvaardigt zich door haar succes: economische groei. Het enige wat de overheid moet doen, is de condities garanderen waarin vrij ondernemen mogelijk is.
Dit geldt, met wat slagen om de arm, ook voor andere aspecten van het menselijk bestaan. Je vrijheid van meningsuiting is onbegrensd, maar het staat anderen vrij een stuk tegen de door jou geventileerde meningen te schrijven. In een goede discussie zou dan vroeg of laat de beste mening wel boven komen. Het enige wat de overheid moet doen, is de condities garanderen waarin de discussie vrij blijft; in de praktijk wil dit zeggen dat er rechters zijn die smadelijke beweringen toetsen. Maar je hebt de vrijheid te kijken hoe ver je kunt gaan: je hoeft je pas achteraf te verantwoorden.
Je vrijheid eindigt waar de vrijheid van de ander begint. Als de belangen botsen, is het aan de overheid de condities te garanderen waarin botsende vrijheden elkaar minimaal snijden. Daarbij moet de overheid streven naar een zo groot mogelijke vrijheid op een zo groot mogelijk aantal terreinen voor een zo groot mogelijk aantal mensen.
Ietwat badinerend samengevat is liberalisme dus een stelsel dat je toestaat zo ver te gaan als je wil, waarbij men ervan uitgaat dat je je eigenbelang voldoende kent om excessen te vermijden. De caféhouder maakt dus geen gebruik van zijn vrijheid 1000 euro te vragen voor een glas bier, de columnist gebruikt de vrijheid van drukpers zo dat hij zich niet wegens laster bij de rechter moet verantwoorden en de bokser oefent zijn vrijheid met zijn armen te zwaaien niet uit op straat. De liberaal vertrouwt erop dat mensen hun eigenbelang herkennen. Hij stelt geen morele kaders voor de bierprijs, het geschreven woord of het pugilisme. Dat wil niet zeggen dat liberalen geen persoonlijke erecode zouden hebben – dit is een belangrijke nuance – maar het liberalisme is wars van moralisme.
Je kunt liberalen veel verwijten. Op mij komt het bovenstaande nogal utopisch over en ik vermoed dat de nadruk op concurrentie nogal wat saamhorigheid uit de samenleving heeft gehaald. Het verwijt van hypocrisie is echter onterecht. Dan veronderstel je namelijk dat liberalen zich iets aan moraliteit gelegen zouden laten liggen. Maar de kern van de zaak is dat het liberalisme anti-moreel is. Wie de VVD hypocrisie verwijt, rekent haar af aan de hand van een maatstaf die ze niet erkent. Het staat liberale politici vrij zo ver te gaan als ze willen.
De maatstaf die voor liberalen relevant is, is het welbegrepen eigenbelang. Het staat de VVD vrij de SGP te paaien, maar is het in het voordeel van de VVD die vrijheid zo ver uit te oefenen dat ze zich distantieert van een alleszins liberaal wetsvoorstel? Ik zou me kunnen voorstellen dat de VVD bij de komende verkiezingen iets heeft uit te leggen – maar ik vermoed dat de liberalen denken dat ze, door de SGP te paaien, bewerkstelligen dat de komende verkiezingen nog heel ver weg zijn.
Jona Lendering is kapitalist. Hij bezit 30 procent van de aandelen van een kleine onderneming en heeft wel eens op de VVD gestemd. Hij rookt ook sigaren.





RSS