Doof
Josje

“Het zal wel de enige diploma zijn die ze behaalt in haar leven”. Dat zei een meester van de basisschool tegen mijn moeder, toen ik mijn eerste zwemdiploma binnen mocht halen. Wist die man veel, wie hij tegenover zich had!
Bij mijn geboorte liep ik de bacterie op die hersenvliesontsteking veroorzaakt. Na drie lange maanden in het ziekenhuis mocht ik dan eindelijk beginnen met mijn nog prille leven. Er leek verder niets aan de hand met mij. De twijfel bij mijn ouders sloeg pas later dat jaar toe, toen ik, slapend in de kinderwagen, totaal niet reageerde op het knallende vuurwerk bij het wisselen van Oud naar Nieuw. Bij anderhalf jaar was het duidelijk: mijn gehoor werkt niet meer.
Een paar maanden geleden pas begreep ik van mijn moeder dat haar wereld was ingestort bij het aanhoren van de diagnose. Zij vertelde het niet eens met zoveel woorden. Maar ik – inmiddels zelf moeder – begreep wat zij mij wilde vertellen. Mijn moeder die al die jaren erop toegezien had dat ik zoveel mogelijk in de ‘horende’ maatschappij zou kunnen participeren, toonde zich van haar kwetsbare kant.
De pogingen tot die participatie hebben er toe bijgedragen dat ik op dit moment mijn plek heb vergaard in de ‘horende’ maatschappij. Dat wil zeggen dat ik een uitstekend betaalde baan heb, waarin ik alleen maar samenwerk met horende collega’s. Verder kan ik op een prima niveau communiceren, dat wil zeggen: ik ben verstaanbaar en ik kan liplezen. Ik sta dus zeker mijn mannetje tussen de horenden. Dankzij het doorzettingsvermogen en het vertrouwen van mijn ouders heb ik als eindpunt een H.B.O.-diploma kunnen halen.
En toch kleeft er niet alleen positiefs aan mijn participatie. Mijn doof-zijn is nu eenmaal anders. Het hoort niet. Het is niet normaal. Het voldoet niet aan de uniformiteit waar de maatschappij naar streeft. Mensen die mij niet kennen, schrikken altijd als zij mij ineens horen praten. Ik zie er immers wel normaal uit! Mijn spraak is monotoon, en ik plaats de klemtonen verkeerd. De ‘z’ in woorden kan ik moeilijk uitspreken, en waar ik ‘u’ wil zeggen, komt er soms ‘oe’ uit mijn mond. En zo verder.
Het spreekt eigenlijk al voor zich dat de meester van de basisschool (in het speciaal onderwijs) mij zeer weinig tot geen kansen toedichtte in het leven. Zo heb ik nog veel meer mensen in mijn leven mogen kennen.
Dit gaat geen klaagzang worden, of een herhaling van zetten van hoe zielig die gehandicapte mensen wel niet worden bezien.
Ik wil met dit stuk de Westerse maatschappij bekritiseren. Alles wat anders is, is niet normaal. Dat zie ik niet alleen bij mijzelf en mijn eveneens gehandicapte medemens, maar ook bij de Joodse mensen, moslims, hindoes, boeddhisten, etcetera. Zelfs bij Geert Wilders zie ik dat! Hoewel ik het niet met hem eens ben, gaat het mij wel aan het hart dat Wilders’ leven naar de haaien is, omdat hij niet normaal is. Hij voldoet niet aan de gangbare normen van de maatschappij. En dan ga ik mij echt afvragen wat dan wel gangbaar is.
Is het gangbaar om mensen die net anders zijn, uit de weg te gaan of zelfs volledig uit te sluiten? Het is niet gangbaar dat iemand roept dat alle moslims het land uit moeten. Dat hoofddoeken verboden moeten worden. Maar is het óók gangbaar om zo iemand niet de eigen mening uit te laten spreken? Om zo iemand als een paria te bezien?
Is het wel normaal dat er iemand staat voor waar hij voor staat? Is het wel normaal dat iemand net iets anders is?
Het is geen wonder dat mijn moeder het gevoel had dat haar wereld was ingestort. Niet op het achterhoofd gevallen, besefte zij heel goed hoe de maatschappij, de wereld, de meeste mensen mij zouden bezien.
Josje is op-en-top Josje. Vrolijk, slim, nieuwsgierig, op een leuke manier naïef, houdt van de zon op haar huid, rode lippenstiftdraagster, houdt van open kijk op de wereld. Hééft doof, dus ís niet doof.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS