Etnische bubbels zijn niet per se schadelijk
Yannick Coenders en Timo Koren

Zondag schreven we een brief aan maatschappijhistoricus Zihni Özdil. Hij schreef ons een brief terug. We hebben genoten. Van zijn brief, van de discussie op Twitter, de sterke inhoudelijke kritiek van reaguurders en van de persoonlijke verwijten die hij ons maakt.
Zihni noemt ons: ‘Multiculti betuttelaars’; ‘twee handen op één buik met de PVV’; een ‘groter gevaar dan de PVV’; we hebben ‘net leren plassen’; we willen ‘karaktermoord’ plegen, gebruiken leugenachtige frames en schreven een lachwekkende brief. De Zihni-strooit-verwijten-bingokaart konden we tweemaal afstrepen. Hij had voor zichzelf ook een passende kwalificatie bedacht: Godfather 3.
Het zou ons niet om de inhoud gaan. En dat terwijl we zoveel waardevolle, inhoudelijke kritiek hebben gekregen. Daar gaan we graag op in.
Integratie versus assimilatie
Een interessante reactie kregen we van twitteraar @Guher_A. Zij stelt dat wij integratie en assimilatie door elkaar gebruiken. Ze heeft gelijk: integratie veronderstelt een bepaalde mate van wederkerigheid, terwijl assimilatie eenrichtingsverkeer is.
Dit is een belangrijk analytisch verschil dat helaas te weinig wordt gemaakt. Dat we ons daar schuldig aan hebben gemaakt, komt door de manier waarop de discussie wordt gevoerd. Integratie en assimilatie zijn in het publieke debat inwisselbare termen geworden, die beide uitgaan van een eenzijdig proces. @Guher_A stelt terecht dat wij in ons stuk teveel uitgaan van de gevestigde terminologie. Het neemt niet weg dat de ideeën van Zihni vaak vergelijkbaar zijn met de integratieretoriek die beleidsmakers als Asscher gebruiken.
Etnische bubbels
Op Facebook bekritiseerde socioloog Laurens Buijs ons. Hij stelt dat competenties niet in isolement bestaan. Ook hij heeft gelijk. Wij geven in ons stuk te weinig blijk van de manier waarop competenties binnen een sociaal kader worden gevormd. Het gaat ons vooral om de selectieprocedure van grote bedrijven.
Zihni zegt dat je je aan hun wens moet aanpassen (het corps is daarbij zijn ongelukkig gekozen metonymie). Wij vinden dat die bedrijven – die Zihni een hand boven het hoofd houdt omdat ze diversiteitsbeleid voeren – daar in Nederland actiever mee bezig moeten zijn. Zoals Peter Breedveld zegt: ‘Bedrijven moeten in een bredere vijver vissen.’
In de reacties onder ons stuk stelt ene Babs dat Nederland wat dit betreft achter ligt. Maar hij stelt ook: ‘Vooral bedrijven in een streng gereguleerde markt kunnen zich nog veroorloven corpsvriendjes te blijven uitzoeken (…) Voor alle anderen geldt: ontwikkel je talenten en de meest succesvolle bedrijven zullen zich aan jou aanpassen.’ Dit kan volgens hem ook als je je organiseert als etnische groep.
Sociaalwetenschapper Min Zhou stelt dat de organisatiestructuur van de Koreaanse en Chinese immigrantengemeenschap in Los Angeles de basis heeft gelegd voor groter sociaal-maatschappelijk succes. Socioloog Loïc Wacquant stelt zelfs dat juist de sterke organisatie en concentratie van zwarte Amerikanen in getto’s de Civil Rights-movement mogelijk heeft gemaakt.
Pleiten we dus voor segregatie of gettovorming? Nee, maar het laat wel zien dat ‘etnische bubbels’ niet per definitie schadelijk zijn.
Cultureel burgerschap
Een andere reactie komt van Jelmer Renema, die het idee van burgerschap van Zihni Özdil verdedigt: ‘Het waardevolle aan die manier van denken is dat het een uitweg biedt uit de impasse tussen botte culturele assimilatie enerzijds en multiculturaliteit, die (zo is de redenering) in de praktijk altijd op tweederangs burgerschap neerkomt.’ Ook wij vinden, net als Zihni, dat het om burgerschap moet gaan. Het is zijn culturele invulling van dat burgerschap waar wij tegen ageren.
Dit is overigens niet ons enige bezwaar. Ook zijn focus ligt verkeerd. Burgerschap moet door de overheid worden toegekend, wat je daar vervolgens zelf mee doet, is aan jou. Als er aan rechten gemorreld wordt, juichen wij elk verzet daartegen toe. Zoals bijvoorbeeld de Rotterdamse partij NIDA in dit stuk doet.
Wij verweten Zihni Özdil dat hij verschillen essentialiseert: een islamitische zwartekousenmentaliteit (een hyperbool) gaat niet samen met een baan in de zakelijke top. Hij vindt dat we hem daarin selectief quoten, omdat hij zegt dat ook een ‘Brabantse heikneuter’ zich tijdens de studie moet verbreden. Hij verdedigt zich tegen de claim dat hij te veel uitgaat van etnische verschillen, door een ander vermeend etnisch verschil sterk aan te zetten.
‘Brabantse heikneuter’ is ook een etnisch stereotype, waarmee het beeld van de ‘wereldvreemde provinciaal’ bevestigd wordt. In Tilburg en Eindhoven kun je ook op universitair niveau studeren, we hopen dat het ook vanuit daar mogelijk is de zakelijke of anderzijds maatschappelijke top te bereiken. En dan hebben we het nog niet eens over de Brabantse hogescholen. Zeg dan gewoon: iedereen moet zich verbreden tijdens zijn studie.
Intenties
We willen nog ingaan op twee verwijten die Zihni ons maakt. Hij vindt dat wij een gedichotomiseerd wereldbeeld hebben van hetzij allochtonen bashen hetzij allochtonen betuttelen in de naam van multiculturalisme. Daarmee probeert hij ons zijn wereldbeeld op te dringen. Aan de hand van dit wereldbeeld lijkt Zihni namelijk zijn eigen positie te bepalen: in het midden.
Dat wij kritisch zijn naar het multiculturalisme, had hij kunnen weten als hij op de link had geklikt naar het stuk van Maurice Crul dat wij aanhalen. Het heeft de titel: ‘Multiculturalisme is dood, rechtspopulisme is achterhaald’. Maar goed, hij lijkt beter dan onszelf te weten hoe wij ons positioneren.
Etnische zuivering
Tenslotte twijfelde hij aan onze intenties. Dat mag. Twijfel is iets goeds: neem niet zomaar iets voor waar aan. Wij twijfelen ook weleens aan zijn intenties. Bijvoorbeeld toen hij zich door GeenStijl liet interviewen – zoals Quinsy Gario schrijft ‘niet je nieuwe antiracistische vrienden’.
Het gaat ons niet primair om het medium, maar om de boodschap die Zihni Özdil erop verkondigt. Hij formuleert deze zo dat het mooi in het straatje van GeenStijl past: vrijheid van meningsuiting voorop, doe geen aangifte tegen Wilders, de rest van het politieke bestel is hypocriet. Zo stelt hij vrijheid van meningsuiting voor het bestrijden van een politicus die oproept tot etnische zuivering.
Racisme bestrijden
We vinden dat hij zijn principiële bezwaar onvoldoende onderbouwt: hij legt niet uit wat het verschil is tussen de woorden van Wilders en een racistische daad. Zoals communicatiewetenschapper Teun van Dijk stelt: woorden kunnen ook uitsluitend werken, omdat de taal van de elite doorslaggevend is in wie toegang heeft tot het publieke discours en wie niet. Jeroen van Rooij legt dat in dit artikel over Hafid Bouazza ook mooi uit.
Als laatste willen we nog zeggen: wij hebben niet het antwoord op hoe de multiculturele samenleving in te richten. Dat willen we geenszins pretenderen. Wel vinden we dat het bestrijden van racisme een topprioriteit is – daarin zijn we het ook met Zihni eens (en daarom is het ook knullig ons van karaktermoord te betichten, we willen hem niet de mond snoeren). Zoals gezegd: we hebben genoten van de discussie, wat geleerd en soms hardop gelachen.
Timo Koren (@TimoKoren) en Yannick Coenders (@Yantje90) zijn masterstudenten Social Sciences. Zij maken het blog Lekker Stereotyperen, te volgen op Tumblr en Facebook.





RSS