Hollandse worst
Prediker

“Dat het bij Wilders om de islam als ideologie zou gaan, is inmiddels erg ongeloofwaardig geworden. Wilders gooit tegenwoordig moslims, Marokkanen en niet-Westerse allochtonen op één hoop. Zelf maakt hij allang geen onderscheid meer tussen etniciteit en geloof.” – Peter Breedveld
Annelies van der Veer zou serieus moeten overwegen zich in te schrijven voor het programma Wedden Dat. Annelies Van der Veer heeft namelijk een uitzonderlijk talent. Zelfs uit het winkelpubliek bij de biologische slager weet ze de moslim nog aan te wijzen. Heb je als tienjarig jochie een pestbui omdat je van je moeder een ons worst moet halen terwijl je net op het punt stond level 7 te bereiken van je favoriete computerspel, dan leidt deze moslimjaagster uit je botte weigering te reageren op het aanbod van een gratis stukje worst feilloos af dat het wel zal zijn omdat het niet halal is.
Natuurlijk: niet halal, dat zal het zijn geweest. Daarom kom je ook honderd gram worst bij die smerige heidenen halen: omdat je ouders je intense walging hebben bijgebracht voor de ongelovigen en hun ranzige spijzen. Logisch toch? Toch ruikt Annelies van der Veer op meters afstand ogenblikkelijk dat je moslim bent en wat je motieven zijn voor je onbeschoftheid. En ze is blijkbaar niet de enige. Zelfs de vrouw achter de toonbank heeft, zo vertelt Van der Veer, als vanzelfsprekend rekening gehouden met je veronderstelde religieuze dieetregels.
Hoe kwamen bezoekers en personeel in die winkel daar eigenlijk bij, dat die jongen moslim was? Stond dat op zijn voorhoofd geschreven, of zoiets? Of kwam hij wellicht een ons worst halen in de naam van Allah? Hier is een hint: zou Van der Veer het gedrag van de jongen ook hebben verklaard uit een islamitisch taboe, indien het een spleetoogje had betroffen dat de ‘r’ niet kon uitspreken, of bleekneus met peenhaar en sproeten?
Islamcritici stellen graag dat de hun afkeer van islam niets met ras of kleur te maken heeft. “Want de islam is geen volk.” Van der Veers meest recente anekdote in haar niet aflatende kruistocht tegen de aanwezigheid van de islam in het alledaagse leven, brengt echter aan het licht dat de islam in de beleving van types als zijzelf juist nauw verbonden is aan etniciteit.
Turks of Marokkaans ogend persoon loopt een willekeurige winkel binnen: ‘O, het zal wel een moslim zijn.’ Vervolgens wordt alles wat het individu in kwestie doet geïnterpreteerd vanuit de autochtone veronderstellingen over wat moslims wel zullen denken. De vrouw achter de toonbank houdt rekening met je vermeende dieetwensen, en als je een stuk worst laat liggen zonder iets te zeggen, zal dat wel zijn omdat het niet halal is, waarmee Van der Veer eens te meer poogt aan te tonen dat moslims van jongs af aan al wordt geleerd op ongelovigen neer te kijken.
Annelies van der Veer maakt blijkbaar allerlei aannames over de religieuze overtuigingen en motieven van mensen op grond van hun etnische kenmerken. Gek is dat, indien religie en ideologie niets met etniciteit te maken hebben.
We weten dan ook eigenlijk wel beter: religie hangt in de praktijk nauw samen met etniciteit. Vraag een Griek of Spanjaard, Turk of Arabier, Rus of Japanner welke godsdienst onlosmakelijk verbonden is met hun land, en ze zullen je te kennen geven dat een échte Griek, een waarachtige Spanjaard, een heuse Turk natúúrlijk geloof X aanhangt. En eigenlijk gaan we daar allemaal in mee. Zeg nu eens eerlijk: wat denkt u bij de term ‘christelijke Indiaan’? Een ‘boeddhistische Arabier’? Een ‘hindoeïstische Rus’? Een rariteit, toch?
Dat komt omdat religie zich – net als de voorkeur voor deze of gene voetbalclub – niet individueel, maar hoofdzakelijk regionaal verspreidt. Men hoeft slechts een wereldkaart te pakken en het verloop van de verspreiding van de diverse godsdiensten na te gaan, om dat in te zien. Zuid-Amerika en Zuid-Europa zijn hoofdzakelijk katholiek, Noord-Amerika en Noord-Europa protestants, – met de calvinisten in Zwitserland en Nederland en de lutheranen in Duitsland en Scandinavië. In Slavische landen hebben de oosters-orthodoxe kerken nagenoeg het monopolie op de volksreligie, en in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en grote delen van Azië domineert de islam.
Voor zover de islam zich in de Kaukasus bevindt, is die meegenomen door hele volken die ooit noordwaarts zijn getrokken. Hoe religie en etniciteit samenvalt, kan eenvoudig worden geïllustreerd aan de hand van de vervolging van de islamitische Mezketische Turken door de christelijke Russische Kozakken, en de etnische zuiveringen die in de jaren negentig plaatsvonden tussen katholieke Kroaten, orthodoxe Serviërs, en islamitische Bosniaks. Europese kolonisten die Amerika, Afrika en Azië onderwierpen, meenden het recht te hebben om drie overlappende redenen: omdat zijzelf een hoogstaandere cultuur hadden; de wilden in hun ogen nauwelijks mensen genoemd konden worden, en omdat het goddeloze heidenen waren.
Etniciteit, culturele identiteit en religie blijken keer op keer nagenoeg samen te vallen. Religie biedt bestaande groepen zoals familieclans, stammen, volken en hele continenten een gedeelde identiteit, die gemarkeerd wordt door kenmerkende symbolen, waarden en totem, zoals voetbalclubs eigen kleuren, lijflied en mascotte hebben. Zoals het satirisch duo De Positivo’s reeds zong: “Onze God is de beste – onze God is kampioen; daarom zijn wij in het Westen – relatief in goeden doen…”
Aldus versterkt religie de etnische en culturele identiteit, en markeert de afbakening daarvan. Zo hebben Ieren en nazaten van Britse kolonisten elkaar meer dan honderd jaar lang onder katholieke en protestantse vlag bestreden over de politieke zeggenschap in Noord-Ierland. Joden en Arabieren wedijveren om dezelfde grond met een beroep op hun heilige boeken. Grieken en Turken, nog immer oneens over de vraag welk land Cyprus nu toebehoort, onderscheiden zich niet alleen in etnisch en cultureel, maar ook in religieus opzicht.
Dat Geert Wilders de Nederlandse nationale identiteit verbindt aan de joods-christelijke cultuur, ligt geheel op die lijn. Wilders stelt een imaginaire totem van de Westerse wereld tegenover die van de islamitische, om met een beroep op die totem vervolgens tegen Marokkanen en de immigratie van niet-Westerse allochtonen te fulmineren.
In het licht van de overlapping tussen etnische, culturele en religieuze identiteit valt het onwaarschijnlijk te noemen dat etniciteit geen enkele rol speelt bij de huidige angst en afkeer voor de islam. Het zijn dezelfde etnische groeperingen waar in de jaren ’80 op straat en door extreem-rechtse partijen reeds met wantrouwen en minachting over werd gesproken – Turken en Marokkanen – wiens bestaansrecht op Nederlandse en Europese grond op dit moment openlijk ter discussie wordt gesteld. Het ligt daarom voor de hand te denken dat onder de banier van religieus-ideologische tegenstellingen dezelfde xenofobie jegens die bevolkingsgroepen schuilgaat.
Onder de vermeende botsing van beschavingen gaat de angst schuil om de dominante maatschappelijke positie te verliezen aan een etnisch, cultureel en religieus onderscheiden groep. ‘Ze willen de boel hier overnemen’, zo klinkt het regelmatig. Menige islamcriticus spreekt openlijk over ‘kolonisering’, en daarmee doelt hij niet op de verspreiding van het geloof door middel van het winnen van zieltjes, maar van immigratie van etnische groeperingen die hij als vreemdsoortig en bedreigend ervaart.
Onlangs zijn mathematici aan het New England Complex Institute er in geslaagd een eenvoudig wiskundig model te ontwerpen dat accuraat weet te voorspellen waar etnische conflicten zich voordoen. Etnische conflicten blijken zich voor te doen waar verschillende etnische groeperingen ten dele geïsoleerd leven, maar wel samen de publieke ruimte moeten delen. Dit creëert namelijk onduidelijkheid en twist over wiens regels in die publieke ruimte moeten gelden.
“Maar wanneer groepen gedeeltelijk zijn geïsoleerd zonder duidelijk grenzen liggen er problemen op de loer. Immers, een groep met een specifiek etnische achtergrond en daarbij horende regels zal van iedereen, in ieder geval in de publieke ruimtes, verwachten dat zij zich naar de culturele normen van de heersende groep conformeren. Daar waar onduidelijkheid bestaat over wiens regels nu eigenlijk zouden moeten domineren ontstaan conflicten.” – Tim van Opijnen: ‘Etnisch conflict-management’
Hier hebben we in de kern alle debatten over Mohammedcartoons, hoofddoekjes, niqaabs, halalvlees in de schappen van de Albert Heijn en wat dies meer zij. Dat de Chinese triades op Nederlandse bodem Chinese restauranthouders uitknijpen, daar zul je Geert Wilders of Annelies van der Veer nimmer over horen. Dat blijft immers in de donkere achterkamertjes van Chinese eethuizen. Maar een Turks of Marokkaans ogend jochie dat in Van der Veers favoriete slagerij bruusk een stukkie worst laat liggen, die daagt in de publieke ruimte de Nederlandse omgangsregels uit. Wanneer de slager je een stukje worst aanbiedt, dan hoor je dat als onvervalst Nederlands kind beleefd aan te pakken en ‘Dank u wel, meneer’ te zeggen.
Minder dan dat beschouwt Van der Veer als verraad, als een invasie van vreemde zeden, van volken die zij als bedreigende indringers beschouwt. Types als Van der Veer, die zich erop beroemen liever tien minuten in de kassarij te staan dan zich te laten helpen door een cassière met een hoofddoekje, reageren schril verontwaardigd wanneer geopperd wordt dat racisme of xenofobie wel eens een rol zouden kunnen spelen in de huidige hysterie rond moslims en de islam. De islam is immers een ideologie en religiekritiek moet gewoon kunnen. Met afkeer van of angst voor bepaalde etniciteiten heeft dat allemaal niets te maken.
Oké, fair enough. Religie is niet hetzelfde als etnische achtergrond. Maar laat Van der Veer dan eens antwoord geven op deze vraag: Zou ze het gedrag van dat knulletje ook als islamitisch hebben aangemerkt, indien deze een blank of Aziatisch uiterlijk had gehad?
Prediker (oogst van 1976) ruikt op zijn beurt een xenofoob zelfs nog door de glasvezelkabel van zijn internetverbinding.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS