Frontaal
Naakt
12 april 2010

Hoofddoekvrezenden

Peter Breedveld

paar1

Een aantal gehoofddoekte moslimvrouwen onder aanvoering van OpZij-columniste Nora Kasrioui beweert vandaag op de opiniesite van de Volkskrant dat het dragen van een hoofddoek een verworven recht is en het accepteren ervan zelfs een wettelijke plicht.

Het is volgens de vrouwen zelfs niet genoeg te zeggen dat je de hoofddoek tolereert, want dat zou suggereren ‘dat iedereen op ieder moment voor zichzelf kan beslissen of hij ons die vrijheid gunt of ter plekke besluit de hoofddoek van ons hoofd te rukken.’

Helaas onderbouwen Kasrioui en haar posse dat ‘verworven recht’ niet. Bij mijn weten is de hoofddoek geen verworven recht, maar volgens veel moslims een religieuze plicht, voorgeschreven in de koran. De Nederlandse wet schrijft nergens voor dat ik de hoofddoek moet accepteren, net zomin als de wet voorschrijft dat ik hanenkammen, scheef opgezette petjes of bolhoeden accepteer.

Voor wie nu wil gaan betogen dat het dragen van een hoofddoek zou vallen onder de grondwettelijke godsdienstvrijheid: het religieuze aspect van de hoofddoek is voor de dames zelf slechts van secundair belang. Ze schrijven: ‘Voor de een is de hoofddoek een culturele uiting, voor de ander een religieuze, voor een derde een strategische zet en voor een vierde een hip fashion statement.’

Een broek vol scheuren en met het kruis op kniehoogte, dat is ook een ‘hip fashion statement’, maar denk maar niet dat het de wettelijke plicht is van bijvoorbeeld een restauranthouder om te accepteren dat zijn bedienende personeel dergelijke statements uitdraagt in zijn etablissement. Zulke statements doe je lekker in je vrije tijd.

Op school is het heel normaal dat leerlingen gedwongen worden hun petjes en andere hoofddeksels af te zetten en dat er een verbod geldt op bepaalde kledingstukken, bijvoorbeeld bomberjacks of kleding van het merk Lonsdale. Hoofddoekjes zijn echter altijd klakkeloos toegestaan, zonder enige strijd of discussie, dus om te spreken van een ‘verworven recht’ is hysterische nonsens. Het dragen van een hoofddoek is eerder een ingesleten gewoonterecht, dat tegenwoordig luidruchtig en drammerig wordt opgeëist door mensen als Kasrioui, die hun ‘recht’ al bedreigd zien worden als Femke Halsema wat goed doordachte, oprechte kritiek op de hoofddoek uit, ook al gaat dat gepaard met een omstandige verklaring dat vrouwen het recht op het dragen van een hoofddoek nooit ontzegd mag worden.

Op zich is het begrijpelijk dat vrouwen, in het licht van de sluierverboden in Frankrijk en België en de houding van Geert Wilders’ PVV ten aanzien van hoofddoeken, in opiniestukken pleiten voor de vrijheid om een hoofddoek te dragen. Dit doen Kasrioui c.s. echter niet. Ze hebben het over een verworven recht en een wettelijke plicht. Ze willen anderen de hoofddoek opdringen.

En helaas gaat het hier weer uitsluitend over hun eigen kleine territoriumpje. Kasrioui c.s. pleiten namelijk niet voor de vrijheid van christelijke trambestuurders om zichtbaar een kruisje te dragen. Zo kennen we onze moslims: alleen maar geïnteresseerd in hun eigen vrijheid, hun eigen ‘rechten’. In Nederland springen altijd hele volksstammen in de bres voor de godsdienst-, onderwijs,- en meningsvrijheid van moslims, maar moslims zijn eerst en vooral geïnteresseerd in hun eigen sores.

‘Wij omarmen de Nederlandse rechtsstaat en hebben vooral een hekel aan onderdrukkende broers want zij zijn het die het voor ons, hoofddoekmeiden, versjteren’, schrijven Kasrioui c.s. Ze zeggen op te komen voor moslimvrouwen die wel worden gedwongen een hoofddoek te dragen. Maar daar is in het hele stuk op de Volkskrant-site niks van te zien. Daarin wordt vooral een karikatuur gemaakt van ‘hoofddoekvrezenden’. Er wordt niet ingegaan op de sociale druk om een hoofddoek te dragen, die docenten op school waarnemen. Kasrioui c.s. zeggen niets over de agressie van moslimjongens jegens vrouwen zonder hoofddoek, die op straat zomaar voor ‘hoer’ worden uitgescholden en geïntimideerd. Kasrioui neemt zelfs niet in overweging dat dergelijke wantoestanden zeer wel te maken zouden kunnen hebben met de breed uitgedragen opvattingen over islamitische kledingvoorschriften, en over wat ‘kuis’ is en ‘haram’.

Het recht op het dragen van een hoofddoek moet worden verdiend. Door ook te strijden voor het recht er géén te dragen, voor het recht om ook een christelijk symbool zichtbaar te dragen, en het recht die hoofddoek helemaal niks te vinden. Als dát allemaal in kannen en kruiken is, kun je misschien je ‘verworven recht’ gaan claimen.

Peter Breedveld is voor de vrijheid om een burka te dragen en naakt te lopen, en zelfs om ruitjesbroeken te dragen. Daar gaat het dus niet om.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home