Kledingvoorschriften
Frans Smeets

Illustratie: Frank Frazetta
Ach, laat ik Geert Wilders eens een steuntje in de rug geven. De PVV wil de hoofddoek verbannen uit het gehele overheidsapparaat en aanverwante bedrijven. Daar valt veel voor te zeggen, gewoonweg, omdat de overheid voor een groot gedeelte al stringente kledingeisen aan ons stelt om een baan te bemachtigen.
En niet alleen de overheid. Een postbode moet ook lijden tijdens een hete zomer. Wie ooit de pech heeft gehad om in een zinloze ‘assessment‘ van de vele integratiebureau’s terecht te zijn gekomen, weet, dat er zachte dwang wordt gebruikt bij wat je aantrekt, welke make-up je moet gebruiken en hoe je haar moet zitten. Er wordt tot in het detail voor je bepaald hoe je eruit moet zien. Natuurlijk met het bekende gebla-bla van professionele organisatie, representatief, etcetera.
De maatschappij, en zeker de overheid, kan en wil de individuele verscheidenheid helemaal niet waarborgen, laat staan koesteren. De Man met de Geit zal met zijn coming-out nooit een baan bij de overheid krijgen.
Als je die verscheidenheid als overheid niet wilt door allerlei eisen aan kleding te stellen, moet je vervolgens ook niet voor bepaalde groepen uitzonderingen gaan maken. Het is een van de twee. Of de nudist mag lekker in zijn nakie naast de hoofddoekdraagster een paspoort aanvragen, of je laat iedereen hetzelfde apenpakje aantrekken.
We bedoelen hier dan kledingvoorschriften zonder polderiaanse uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de directie van het GVB in Amsterdam bepaalt voor zijn werknemers. Zij leggen tot in detail vast wat wel of niet kan in een geüniformeerde functie met betrekking tot religieuze symbolen. Vergis je niet, het zijn niet de ‘woeste’ moslims die bepalen dat een hoofddoek wel mag en een kruis niet, het zijn blanke mannen van tussen de vijftig en vijfenzestig jaar die deze voorschriften verzinnen.
Uitzonderingen op religieuze -of levensbeschouwelijke gronden kunnen eigenlijk helemaal niet, omdat de desbetreffende overheid dan gedwongen wordt te gaan definiëren en selecteren wat wel of niet een acceptabele levensbeschouwing of religie is. Wat voor de één een manier van leven is, is voor de ander een dwaze gedachte.
Het toestaan van religieuze uitingen in publieke functies komt dan ook eerder voort uit de macht van het getal, dwingelandij, angst en conflictpreventie dan uit een inhoudelijke overweging van wat een religie of levensbeschouwing voor iemand betekent.
De praktijk zal zijn dat de individuele levensbeschouwing zal wijken voor de dwang vanuit de klassieke religies. De nudist kan zijn biezen pakken, Hare Krishna kan zijn roze jurk aan de wilgen hangen, maar het kruis en de hoofddoek zullen blijven. Het is dan de overheid die duidelijk een selectie maakt en bepaalde levensbeschouwingen voortrekt en andere uitsluit.
De juridische argumentatie dat een hoofddoekverbod voor publieke functies in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en de vrijheid van de religie gaat dan ook niet op. Het betekent dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Het toelaten van de hoofddoek bij overheidsfunctionarissen is dus een vorm van keiharde discriminatie en strijdig met artikel 1 van de grondwet:
‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’
Frans Smeets exposeert enkele producten van zijn genialiteit van 12 juni tot 11 juli voor de tentoonstelling “Anti-beeld”.





RSS