Letteren
Jona Lendering

Ik heb een erg aardige uitgever, waar ook erg aardige mensen werken. Ik ga daarom graag bij ze langs. Toch vermijd ik de nieuwjaarsborrel, heb ik uitnodigingen voor het boekenbal afgeslagen en ga ik ook niet naar de septemberborrel.
Ik voel me namelijk niet op mijn gemak tussen al die letterdames en -heren. Het is in het boekenvak als in elke andere beroepsgroep: zet enkele vakgenoten bij elkaar, en de conversatie gaat over onderwerpen waarover men het eens is. Deze of gene literaire prijs, hoe triest het toch is dat Selexyz surseance moest vragen, het ongunstige culturele klimaat, de olijk Halve Zoolstra genoemde staatssecretaris. Ik verveel me al heel snel. Dat ligt dus niet aan die leuke mensen, maar aan mij. Ware ik tandarts op een tandartsencongres, ik zou me vervelen bij de borrelconversatie daar.
Als ik op een feestje ben zonder letterdames en -heren, dan vind ik er óók al gauw weinig aan. Het beslissende moment is altijd wanneer men verneemt dat ik me met de Oudheid bezighoud. Daarna moet je als oudheidkundige dan de rest van de avond, terwijl je eigenlijk gewoon dronken had willen worden, nog vragen beantwoorden over loodvergiftiging en de ondergang van het Romeinse Rijk, de vloek van de farao, Griekse homoseksualiteit, gladiatorengevechten en Mozes op de berg. Onderwerpen die mensen met relevantere posities in de samenleving blijkbaar erg belangrijk vinden. Ik kom altijd weer moe thuis omdat ik allerlei dingen heb moeten uitleggen, en slechts zelden de gelegenheid heb gekregen te informeren naar het werk van anderen.
Mensen associëren de Oudheid blijkbaar met loodvergiftiging, farao’s, Griekse liefde, gladiatoren, Mozes en andere van elk belang gespeende trivialiteiten, en niet met de zaken waar het wel om draait.
- De classicus Poliziano ontdekte hoe je de geschiedenis van oude handschriften moest bepalen en ontketende zo, via Erasmus van Rotterdam, de Reformatie;
- Toen de historicus Scaliger probeerde de chronologie van de Oudheid te doorgronden, ontdekte hij dat deze niet letterlijk mocht worden genomen, en zo ontketende hij de Secularisering van het Wereldbeeld;
- De ontdekking van de relaties tussen de verschillende talen heeft bepaald hoe we nationaliteiten definiëren;
- De uitgewerkte methode van Poliziano, die bekendstaat als de Lachmann-methode, was het model voor Darwins evolutietheorie;
- De ideeën van James Frazer over de oudste vormen van religie, beïnvloedden de besluitvorming die leidde tot de Eerste Wereldoorlog;
- Archeologen hebben ons een prehistorie gegeven en gaven zo een basis voor de vooruitgangsgedachte;
- Zou de geschiedtheorie beter worden onderwezen, dan hadden we nu een heel wat zindelijker discussie over de aard van onze eigen beschaving en haar relatie tot de islam.
Dit is beslist geen borrelpraat. Ik zou graag willen dat discussies over de geesteswetenschappen híer over gingen, en niet over het zoeken naar de Ark van Noach, krijgszuchtige Spartanen, paardenraces of de manier waarop die vermaledijde christenen de gnostische evangeliënvernietigden. Ik zou graag willen dat dit lijstje wat bekender was (lees!!). Ik zou graag willen dat alfa’s het zelfvertrouwen uitstraalden dat ze simpelweg mogen uitstralen.
Maar het meest van alles zou ik willen dat academici eens wat minder klaagden over het ongunstig academisch klimaat. Zeker, de universitaire bureaucratie is een geducht probleem (en ik weet daar meer van dan de gemiddelde academicus). Maar het is niet het belangrijkste probleem. Dat kortzichtige bestuurders zo makkelijk Letterenstudies opheffen, komt namelijk niet doordat ze vijandig staan tegenover de humaniora, maar doordat ze niet weten waartoe de letteren precies dienen en welke kwaliteitsstandaarden er zijn. Gewone burgers zullen ook niet in actie komen voor de humaniora, want de burger weet ook niet beter. De letterdames en -heren moeten eens gaan spreken.
De oudheidkunde staat nu bekend als het vakgebied waar ongeschoolde pseudohistorici en amateurs zonder theoretische scholing (voorbeeld) ongestoord hun gang mogen gaan. Het afgegeven signaal is dat iedereen wel een boek over de Oudheid kan schrijven. Dan is een vakopleiding dus niet relevant en kunnen de letterenfaculteiten gewoon worden opgeheven. Ik zou graag willen dat de letterdames en -heren nu eens uitlegden hoe belangrijk ze zijn en dat vakopleidingen relevant zijn.
Historicus Jona Lendering won in 2010 de Oikos Publieksprijs. Lees zijn boeken. Meld u aan voor een cursus op Lenderings onderwijsinstituut Livius. Uw leven wordt erdoor verrijkt.





RSS