Restzetels
Thomas Cool

Illustratie: Frank Frazetta
Bij de verkiezingen krijgen grote partijen de bonus van de zogenaamde restzetels, en hoe groter hoe meer. Het ging in 2006 uiteindelijk om 10 van de 150 zetels, geen klein aantal, vooral wanneer een coalitie kan afhangen van marges rondom de 76 zetels. De vorige coalitie van CDA, PvdA en CU haalde slechts 75 zetels maar met de restzetels werd het 80. In politiek Den Haag bestaat er weerstand tegen bankiers met bonussen maar zelf kan men er dus ook wat van.
Dit betoog heeft een politieke en technische kant. Technisch gaat het om het verdelen van zetels aan de hand van de stemuitslag. Doorslaggevend is de kiesdeler: het gemiddeld aantal stemmen per zetel, in 2006 waren dat circa 65000 stemmen. Een groot aantal kleine partijtjes haalde deze kiesdeler niet en kreeg dus geen zetel. Samen met blanco en ongeldige stemmen ging het in totaal om 2 van de 150 zetels. Daarnaast halen partijen gewoonlijk niet genoeg stemmen om een zetel vol te maken. Bijvoorbeeld haalde de Partij voor de Dieren net niet genoeg stemmen voor een derde zetel. Al met al ging het hier om 8 zetels. In totaal waren zo 10 zetels niet gedekt door een hele kiesdeler. In Nederland worden deze restzetels verdeeld via de methode van de grootste gemiddelden. Dit is ten voordele van de grote partijen. In 2006 kreeg het CDA er 2 zetels bij, de PvdA ook 2 en de CU 1 zetel, samen dus 5. Een nipte minderheid van 75 zetels werd een confortabele meerderheid van 80 zetels.
Het voorgaande is een technische aanpak maar er liggen natuurlijk politieke keuzes aan ten grondslag. Klaarblijkelijk is het een bewuste politieke keuze om grote partijen te bevoordelen. Je kunt ook redeneren dat iemand die op de Partij voor de Dieren stemt beslist niet zal willen dat die stem naar CDA of elders doorgeschoven wordt. Dan is de zuivere conclusie dat die 10 zetels beter leeg kunnen blijven, of vervangen door een gekwalificeerde meerderheid van 50% * 150 / 140 = 53.6% of 81 zetels. Bij zo’n zuivere aanpak had de coalitie nog net te weinig gehad: ofwel een aantal van 75 zetels in een parlement met 10 lege zetels ofwel een aantal van bijv. 80 zetels maar met gekwalificeerde stem van 81 zetels. De conclusie is dat de vorige coalitie eigenlijk te weinig draagvlak had zodat het ook niet verwonderlijk is dat het kabinet impopulair werd.
Wat ik hier de zuivere aanpak noem gaat uit van respect voor de uitgebrachte stem. Vanuit deze aanpak kunnen kiezers een proteststem uitbrengen zonder de angst dat deze stem verloren gaat. De gekozen partijen worden scherper gedwongen om met elkaar samen te werken en oplossingen te verzinnen die breder gedragen worden. Tegenover deze zuivere aanpak staat de huidige situatie waarin bevorderd wordt dat grotere partijen nog groter worden. Het gaat in de huidige situatie minder om het zoeken naar een breed draagvlak maar om het bereiken van een zo klein mogelijke coalitie vanaf 76 zetels om dan de eigen politieke wensen erdoor te drukken.
In de huidige discussie wordt vaak geklaagd dat het moeilijk zal zijn om een “werkbare coalitie” te vormen. Afgelopen maart klonk deze klacht luider maar nu de kiezers weer wat naar de grotere partijen toekruipen horen we het iets minder. In een bepaald opzicht is het een rare klacht. Willen we echt dat een kleine meerderheid er een beleid doordrukt waarin een grote minderheid tegen is? Zou het niet veel logischer zijn om juist naar afspiegelingskabinetten te streven waarin partijen hun accenten kunnen bijdragen en waarbij het parlement de controle kan uitoefenen zonder coalitiedwang en de dictatuur van een coalitieaccoord waarin bijna alles voor vier jaar wordt vastgelegd ? Vaak wordt gesteld dat een brede coalitie niet mogelijk zou zijn: maar dat ligt aan de eisen die er gesteld worden. Bij een hogere lat zullen politici hoger springen, anders kan men geen minister worden.
Ik heb al vaker gesteld dat mensen die over democratie schrijven vaak ernstig verdwaald zijn, D66 voorop, en dat blijkt weer wanneer we naar deze kwestie van de verloren stem en de restzetels kijken. Verbetering van de democratie is niet zo moeilijk maar je moet het wel willen, en die wil moet er vooral uit blijken dat je de zaak bestudeert.
Details in Colignatus (2010), “Single vote multiple seats elections. Didactics of district versus proportional representation, using the examples of the United Kingdom and The Netherlands”. Zie ook “De ontketende kiezer”.
2 juni 2010 — Thomas Cool/Colignatus
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS