Stand up for Palestine
Tayfun Balçik

Illustratie: Yuji Moriguchi
Het Stand up for Palestine-collectief bracht vorige week donderdag een werkbezoek aan het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Het twee uur durende bezoek startte met een korte inleiding in de hal. De ICC-host sprak over Den Haag, ‘the city of peace and justice’ en over verschillende internationale instituten die deze stad kent. Gelijk werd het onderscheid gemaakt tussen het Internationaal Gerechtshof (ICJ) waar disputen tussen landen worden behandeld. De ICC is daarentegen gericht op de vervolging van individuele criminelen en is bovendien permanent.
De groep luisterde aandachtig. In de hal waren vlaggen aanwezig van de 123 landen die het statuut van Rome hebben geratificeerd en daarmee de ICC erkennen als legitiem orgaan. Drie permanente leden van de Veiligheidsraad (Amerika, Rusland en China) hebben dat nog niet gedaan.
Palestijnse zaak
Op de agenda stond vervolgens een gesprek met de aanklager namens de Palestijnse zaak. ‘The ICC is a place of last resort in cases of mass atrocities’, zegt de aanklager ten overstaan van het collectief. Pas als nationale wegen voor gerechtigheid zijn uitgeput, kan de ICC ingeschakeld worden. Dat kan overigens alleen als het strafhof jurisdictie heeft in het gebied waar mogelijke misdaden zijn gepleegd.
In een kort filmpje wordt uitgelegd waarom het hof op dit moment bijvoorbeeld niet naar de Syrische kwestie kan onderzoeken: Syrië heeft het statuut van Rome niet geratificeerd. De ICC kan daar alleen iets betekenen via een VN-resolutie van de Veiligheidsraad.
Wat betreft de Palestijnse Gebieden zijn de kaarten sinds juni 2014 anders gedeeld. Toen heeft de Palestijnse Autoriteit namelijk het Internationaal Strafhof erkend. Daarmee kan de ICC onderzoek doen naar alle ‘potential crimes committed since June 2014’, meldt de aanklager. Hierbij maakt niet uit welke partij de mogelijke misdaden in de Palestijnse Gebieden (inclusief de nederzettingen) heeft gepleegd.
Israëlische misdaden
Met andere woorden: Israëliërs die actief zijn in Palestijnse gebieden kunnen ook vervolgd worden. Het feit dat Israël de ICC niet als wettig orgaan ziet, is een complicerende factor. Verder kunnen, zoals het er nu voor staat, mogelijke misdaden die voor juni 2014 zijn gepleegd niet bij het hof aanhangig worden gemaakt. Dat kan alleen als de Palestijnse Autoriteit een verklaring afgeeft waarin het daar expliciet om vraagt. Maar dat kan niet teruggevoerd worden tot 1948 (de oprichting van Israël, dat gepaard ging met serieuze misdaden tegen de menselijkheid, in de Palestijnse narratief ook wel de Nakba genoemd).
‘Why does it take so lang to bring Israel to court’, vraagt een van de leden van Stand up for Palestine en vervolgt: ‘The court has already much information’. De aanklager zegt dat ze heel secuur te werk gaan. De informatie die ze binnenkrijgen wordt eerst grondig geanalyseerd. ‘There is a lot of propaganda in the information we receive. We look at evidence from different perspectives. Only when we have substantial grounds, beyond reasonable doubt, we open a case against someone. We proceed when we are ready’.
Op de vraag wat als bewijs geldt, antwoordt de aanklager als volgt: ‘Testimonies of victims. Inside witnesses of atrocities. Documentary evidence like orders or public reports. Forensic evidence, when mass graves are found.’ De aanklager zegt dat ze tegenwoordig meer elektronische bewijzen gebruiken, zoals video’s. Daarnaast hecht het hof veel waarde aan de presentatie van een zo divers mogelijk palet aan bewijzen. Wanneer de ICC denkt dat er voldoende bewijs is tegen een misdadiger kan een bevel tot aanhouding uitgevaardigd worden.
Syrië en Turkije
De groep werd na het gesprek met de aanklager uitgenodigd om een verhoor van een verdachte (geen Palestijn of Israelische staatsburger) van dichtbij mee te maken. Achter het glas werd gekeken naar mannen en vrouwen in toga’s. Helaas was het niet mogelijk om daadwerkelijk te horen wat er gezegd werd. De verdachte was niet in beeld. Daarom ging men snel aan de koffie, waarbij gereflecteerd werd op de dag.
Stand up for Palestine bestaat uit betrokken mensen die actief zijn in verschillende sectoren van de maatschappij: ondernemers, advocaten, mensenrechtenactivisten, studenten, docenten en gewone burgers. Het was een interessante bijeenkomst waar onderling niet alleen over de Palestijnse kwestie werd gepraat. De situatie in Syrië en Turkije kwam ook aan bod. Over beide kwesties woedt in Nederland een fel debat. Bij het Internationaal Strafhof was er daar weinig van te merken. Op rustige toon werden meningsverschillen gedeeld en visitekaartjes uitgewisseld.
‘We zijn de polarisering zat. Het is tijd om te praten’, zegt een jonge man voordat hij de groep verlaat. Een gemoedelijke afsluiting van een geslaagde dag. Dat smaakt naar meer!
Tayfun Balçik is historicus, gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Turkije en die van Amsterdam-West. Hij heeft een Facebook-pagina.





RSS