Thierry Baudet weet niet wat democratie is
Thomas Colignatus

Thierry Baudet (1983) weet niet wat democratie is. Dat geldt voor de meeste Nederlanders of mensen in de Westerse wereld, dus zo opmerkelijk is het niet. Dit breed bestaande onbegrip is ook waarom ik als wiskundeleraar voorstel dat de paradoxen van verkiezingsmethoden in de wiskundeles besproken worden.
Baudet heeft een Forum voor Democratie opgericht onder meer met het pleidooi voor referenda en direct gekozen burgemeester. Deze methoden zijn juist minder democratisch. D66 pleit vanaf de oprichting in 1966 voor de kroonjuwelen van districtenstelsel en ook referenda en direct gekozen premier en burgemeester. Baudet is tegen de EU en D66 is voor de EU, maar zij zitten wel in hetzelfde schuitje van onbegrip en volksmisleiding omdat ze weigeren serieus studie te maken van wat werkelijk democratisch is.
Stemmen staken
Iedereen is bekend met de mogelijkheid dat stemmen kunnen staken. Met twee kandidaten A en B kan het zijn dat ieder vijftig procent van de stemmen krijgt. Aanvullende methoden zijn nodig om de patstelling te doorbreken, zoals herstemmen, beslissing door voorzitter, lootjes trekken, en dergelijke. Dit probleem kan zich vanzelfsprekend ook voordoen bij (minstens) drie kandidaten A, B en C. Hier kan ieder één derde van de stemmen krijgen.
Echter, nauwelijks bekend is dat er ook een cyclus van uitkomsten kan bestaan. Wanneer A en B in stemming worden gebracht, wint B. We schrijven B > A. Wanneer B en C in stemming worden gebracht, wint C. We schrijven C > B. Wanneer A en C in stemming worden gebracht, wint A. We schrijven A > C. Dan A > C > B > A. Deze cyclus betekent ook dat de stemmen staken, ook valt dit misschien niet onmiddellijk op. Ook hier zijn aanvullende methoden nodig om de patstelling te doorbreken. In het algemeen is er dus een verschil tussen stemmen en beslissen.
Een politicus die wil manipuleren brengt van zo’n drietal A, B en C alleen die twee voorstellen in stemming die het resultaat geven dat die politicus zelf wenst. Het referendum over Brexit is een voorbeeld van hoe het fout kan gaan. Er werden maar twee voorstellen in stemming gebracht: wel of niet in de EU blijven. In werkelijkheid zijn er echter meer nuances. Van invloed is bijvoorbeeld de manier waarop je uit de EU gaat, bijvoorbeeld als Noorwegen of als Canada. En of Schotland en Noord-Ierland zich afsplitsen.
Moeder slaan
Veel mensen die nu voor een Brexit hebben gestemd waren mogelijk tegen de Brexit geweest als erbij had gestaan dat de UK dan uit elkaar zou vallen. We weten dit natuurlijk niet, want de vraagstelling liet alleen de misleiding van alleen twee mogelijkheden toe. Vergelijk de vraag: “Slaat u nog altijd uw moeder?” met de opties Ja of Nee. Op wetenschappelijke grond zijn het Brexit-referendum en zijn uitkomst te vernietigen, want de hele aanpak deugde niet. Ook de Britten zelf begrijpen dit niet, want kennis over wat democratie is is dun gezaaid.
Wie studie maakt van de theorie van collectieve besluitvormingsmechanismen, komt denkelijk snel tot de conclusie dat een representatieve democratie het beste model geeft. Een districtenstelsel deugt ook niet.
Het beste model is de proportionele afspiegeling zoals in Nederland bestaat. Voor burgers volstaat het om op een politieke partij van keuze te stemmen. Eventueel jaarlijks in plaats van vierjaarlijks. Deze partijen kunnen in het parlement onderhandelen en complexe besluitvormingsmodellen gebruiken, zoals met elkaar koffie drinken. Afspiegelingskabinetten zijn ook logischer dan meerderheidscoalities die (langdurig) minderheden aan de kant schuiven. Er is geen reden waarom bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren niet een staatssecretaris op een relevant terrein kan leveren. Dan kunnen kiezers zien of zo’n partij ook bestuurders kan aanleveren.
Willekeur en dictatuur
In de discussie over democratie bestaat er een averechts speelveld van personen die dit soort zaken niet willen bestuderen maar die toch de wereld in een houdgreep houden. Ten eerste zijn er de alfa’s zoals de meesters in de rechten Thierry Baudet (1983) en Hans van Mierlo (1931-2010) (D66), die geen inzicht hebben in de onderliggende wiskunde, en die komen tot verheerlijking van de volkswil, zonder dat zij willen zien dat juist dictators het plebisciet gebruiken.
Ten tweede zijn er de bèta-wiskundigen zoals in 1950 Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow (1921) en in 2005 Vincent van der Noort (1980) die op Kennislink.nl Arrow napraat. Wiskundigen die zich verliezen in abstract denken en niet komen tot de relevante maatschappelijke interpretatie.
Deze wiskundigen stellen te bewijzen dat ideale democratie niet bestaat, bijvoorbeeld omdat er geen ojectieve (van een wiskundige God gegeven) manier is om patstellingen te doorbreken. Zij voeden hiermee het cynisme dat tot willekeur en dictatuur leidt.
Arrow presenteert als ideaal en axioma dat beslissingen over paren van voorstellen genomen moeten kunnen worden, terwijl we hebben gezien dat dit alleen stemmen en nog niet beslissen is. Deze wiskundigen verwarren enerzijds de acceptabele en praktische onhaalbaarheid van een consistent ideaal met anderzijds de logische onhaalbaarheid van een innerlijk inconsistente constructie (van namelijk meer eisen dan je kunt).
Cynische invloed
Sinds 1950 heeft Arrow een cynische invloed op universitair opgeleiden en bestuurders die zijn analyse niet begrijpen maar die democratie als onmogelijk zijn gaan beschouwen, en die verwijzen naar diens wiskundige stelling die dit cynisme bewijst.
Tegenover deze twee groepen dwaalgeesten staat de econometrie als gamma-wetenschap, die de juiste combinatie geeft van kennis van wiskunde, maatschappelijke interpretatie, en empirisch onderzoek.
Door zijn brede aanpak komt econometrie relatief snel in conflict met anderen die niet zo’n brede aanpak aankunnen. Econometristen stellen zich daarbij zeer diplomatiek op, maar er is ook de vanzelfsprekende voorwaarde dat het respect van twee kanten moet komen. Wie zich niet aan die voorwaarde houdt, pleegt een inbreuk op de dialoog en blokkeert vooruitgang in wetenschap en samenleving.
De eerste twee groepen tonen geen respect voor econometrie maar menen het “gewoon” beter te weten. Zij wijzen af om de kwestie te onderzoeken of om ook maar zelfs kritische vragen te beantwoorden. Van wiskundigen zou je strakke discipline verwachten maar ook zij weigeren naar die kritiek te kijken, en zij vinden het blijkbaar prettiger om inconsistente eisen als ideaal te verkondigen, want dan hebben zij tenminste een wiskundige stelling “die ertoe doet”.
Respect voor wetenschap
Deze discussie stagneert sinds 1990. Bijzonder teleurstellend is dat ook de jongere generatie zoals Thierry Baudet (1982) en Vincent van der Noort (1980) “ondanks” hun opleiding onvoldoende respect voor wetenschap tonen. Voor Baudet is er deze link. Voor Van der Noort is er deze link.
Van belang is ook dat (zelfs wetenschapsjournalistieke) redacties deze dwalende auteurs veel te veel ruimte geven om onjuistheden te verkondigen. De journalistieke verslaggeving over Brexit heeft het hoofdprobleem van de onjuiste vraag gemist. Zoals gezegd bestaat het gebrek aan begrip in brede kring, niet alleen in Nederland, maar in de hele westerse wereld. De USA, UK en Frankrijk werken nog met kiesdistricten. De USA en Frankrijk kiezen hun presidenten nog direct (de USA formeel met kiesmannen). De nieuwe president van de USA zou ermee kunnen beginnen om een premier te benoemen, zoals in Frankrijk.
Alleen respect voor wetenschap zal ons verder brengen. Andermaal breng ik een saluut aan Jan Tinbergen (1903-1994), grondlegger van de econometrie. Wellicht zou deze het diplomatieker verwoorden, maar mijns inziens is ieder met de helderheid gediend nu te weten dat Baudet met zijn Forum voor Democratie niet weet wat democratie is.
Thomas Colignatus is de wetenschappelijke naam van Thomas Cool (1954), econometrist (Groningen 1982) en leraar wiskunde (Leiden 2008). Hij schreef met journalist Hans Hulst “De ontketende kiezer” (2003), uitverkocht. Dit boekje is integraal opgenomen in “Democratie & Staathuishoudkunde” (2012). Er is ook het pamflet “Laat D66 zich opheffen” (2012). Voor lessen wiskunde of economie is er “Zonder tijd, geen moraliteit”, Tijdschrift voor het Economisch Onderwijs 2002. Bij het Centraal Planbureau (CPB) werd Colignatus’ memo 1990-III-37 over het verschil tussen stemmen en beslissen door de directie (toenmalig directeur Gerrit Zalm, ambtenaar en geen wetenschapper, HBS A) van bespreking en publicatie tegengehouden, wat censuur van wetenschap is. Een wetenschappelijke uitwerking en (eerstejaars) leerboek is “Voting Theory for Democracy” (2001, 2014).





RSS