Japanse Lente

Peter Breedveld


Illustratie: Werner Klemke

Er is iets spectaculairs gaande in Japan. Al weken is er een gestaag groeiende, massale protestbeweging tegen het plan van de regering voor nieuwe kerncentrales. Gisteren gingen weer vele tienduizenden Japanners de straat op, burgers gaan zelfs in hongerstaking en werknemers en aandeelhouders van Tepco, verantwoordelijk voor de rampzalige nasleep van het ongeluk met de kerncentrale in Fukushima, keren zich openlijk tegen het bedrijf met schokkende onthullingen over de omvang van de ramp en ondubbelzinnige eisen om alle opnames, die er zijn van het overleg tussen de leiding van Tepco en het personeel van de kerncentrale in Fukushima tijdens de ramp, over te dragen om te kunnen bepalen wie er in welke mate verantwoordelijk is voor de ramp.

Ongehoord in Japan, waar de burger altijd vrij apathisch is ten aanzien van de overheid en het management van het bedrijf, waarvoor hij werkt. Begin jaren negentig liet hij iets van zijn ongenoegen merken door in het stemhokje de hegemonie van de LDP, een soort Japanse CDA, aan het wankelen te brengen. In 2009 werd de LDP, die sinds de jaren vijftig bijna onafgebroken had geregeerd, overtuigend verslagen door de in 1998 opgerichte Democratische Partij, maar een spectaculaire verandering van de status quo heeft dat niet gebracht. De overheid bleef dezelfde ondoorzichtige, bureaucratische moloch en de burger dezelfde lethargische horige. Of zo leek het althans.

De massale protesten bewijzen dat de Japanse regering het nu echt heeft verkloot, al is dit niet begonnen met de aardbeving en de daarop volgende nucleaire ramp, waarbij overheid en bedrijfsleven, een heilige twee-eenheid in Japan, voor de ogen van de hele wereld demonstreerden hoe ineffectief, incapabel en corrupt ze waren.

Nee, deze Japanse Lente vindt zijn oorsprong in het barsten van de economische luchtbel, eind jaren tachtig, alweer meer dan twintig jaar geleden dus. Daar is het land, tot dat moment één van de machtigste economieën van de wereld, nooit meer helemaal bovenop gekomen.

Die economische crisis maakte een eind aan een hoop zekerheden voor de Japanse sarariman, die zich ’s morgens vroeg braaf in de metro liet proppen voor een lange dag op kantoor, meestal laat in de avond eindigend in een karaoke-bar met collega’s en de baas, terwijl vrouwlief was aangewezen op de zoon des huizes voor wat liefde, aandacht en het blussen van haar gloeiende lendenen.

Een zwaar bestaan, maar daar stond tegenover dat de sarariman was verzekerd van een levenslange baan bij hetzelfde bedrijf. Dat was zijn familie, zoals een dorp in het feodale Japan de familie was van de horige, die de bescherming genoot van zijn heer, in ruil voor blinde loyaliteit.

Nu behoeft dat beeld wel wat nuance, want ook toen Japan economisch bloeide, waren er kleine bedrijven en zelfstandige ondernemers die zich geen mooie secundaire arbeidsvoorwaarden voor hun personeel konden veroorloven. Maar die garantie op een levenslange baan was wel één van de cruciale elementen van het Japanse succesverhaal, steunend op de tomeloze inzet van de Japanse werknemer.

Die zekerheden behoren inmiddels tot het verre verleden. Japanse werknemers kunnen ook zomaar op straat komen te staan. Ze genieten van niemand bescherming, zeker niet in de grote steden. Dat werd er door de aardbeving en de nucleaire ramp nog eens flink ingeramd, dat ze er helemaal alleen voor staan. Tepco liet zien graag wat mensenlevens op te offeren als daarmee wat kosten konden worden bespaard en de overheid bleek er een beetje voor spek en bonen bij te staan, zoals duidelijk werd uit de de openlijk beleden, machteloze woede van de inmiddels opgestapte premier Naoto Kan.

Opvallend is de totale onzichtbaarheid van het Japanse keizershuis, dat nog niet zo lang geleden de waarborg was voor de Japanse eenheid. Het was de keizer die na de Tweede Wereldoorlog door de Amerikaanse generaal McArthur slim werd ingezet om de democratie in de Japanse samenleving te masseren, de laatste keer dat het de VS is gelukt van bovenaf een dictatuur te democratiseren. De laatste keer ook, trouwens, dat Amerika niet zo stom was de heersende dictator te vervangen door een marionet.

Maar de keizer schittert vandaag de dag door afwezigheid en de Japanse burger pikt het niet langer. Is dit het begin van een nieuwe periode voor Japan? Een tijd waarin de burger de regie over zijn eigen leven neemt?

Ik moet denken aan de boerenopstand in 1637, de Shimabara-opstand. Die werd uiteindelijk wreed en bloedig neergeslagen en leidde tot de vervolging van christenen en de bijna complete isolatie van Japan van de rest van de wereld, die meer dan twee eeuwen duurde, maar die opstand liet ook zien dat Japanners niet tot in het oneindige met zich laten sollen door hun heersers.

De reactie van de Japanse overheid op de huidige opstand is nogal verkrampt: ze probeert het aantal protestdemonstranten te bagatelliseren, terwijl tegelijkertijd een indrukwekkende politiemacht wordt ingezet ter ‘beveiliging’ van de demonstraties. Het protest wordt geleid door een aantal publieke figuren, waaronder muzikant Ryuichi Sakamoto en acteur Taro Yamamoto, die door zijn filmproductiemaatschappij aan de dijk is gezet vanwege zijn standpunt ten aanzien van kernenergie.

Intussen vecht premier Yoshihiko Noda voor het behoud van zijn Democratische Partij, die dreigt te scheuren vanwege een plan voor de verhoging van de BTW van vijf naar tien procent. De komende tijd zou wel eens heel interessant kunnen worden voor Japan-watchers.

Als tenminste niet eerst de langverwachte Moeder der Aardbevingen zich aandient om Japan in één keer in zee te doen verdwijnen. Ik hoop niet dat dat deze zomer al is, als Hassnae en ik er een paar dagen verblijven.

Steun deze site (en daarmee de strijd voor de vrije meningsuiting) met een kleine donatie (of een grote!) via Paypal of met een storting op rekeningnummer 39 34 44 961 (Rabobank Rijswijk) o.v.v. ‘Frontaal Naakt’.





30 juni 2012 — Japan, Peter Breedveld

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home