Wie ben je?
Hanna Bouaicha

Hallo, ik ben Hanna’. Punt. Dat is in eerste instantie mijn identificatie. Als persoon, als individu. Natuurlijk heb ik een verhaal. Mijn verhaal is onder andere dat ik zowel Nederlands als Marokkaans ben. Marokkaans door opvoeding, eten, en vooral mijn uiterlijke verschijning. Nederlands is mijn taal, ratio, emotie en vooral mijn geest. Bepaalde aspecten van mijn culturele achtergrond, zoals de onovertroffen Marokkaanse gastvrijheid, had ik voor geen goud willen missen. Toch zit de Nederlandse cultuur veel sterker in mij vervlochten. Vooral in het buitenland refereer ik automatisch naar Nederland als gevraagd wordt waar ik vandaan kom.
Maar hier in Israël is alles anders. Plotseling speelt mijn Arabische identiteit een rol, een dimensie die er voor mij normaal gesproken vrijwel niet toe doet. In essentie ben ik in dit land toch in eerste instantie een Arabier. Blijkbaar wordt dát deel van de identiteit uitvergroot dat hetzij herkenning hetzij tegenstelling oplevert. De religieuze identiteit ligt daar heel dichtbij.
Bij de eerste kennismaking met de directe Israëliërs kun je vrij snel een kort aftastend vraaggesprekje verwachten. Een soort snel-scan van categorisering. Dat begint vaak met: Waar kom je vandaan?’ Uit Nederland dus. Maar mijn uiterlijk creëert verwarring, want voor velen zie ik er Israëlisch uit. Als ik geen Hebreeuws blijk te spreken en ook niet goed pas in de categorie Zeeuws meisje’ uit Nederland, gaan de vragen verder. Ik vertel dan dat mijn familie uit Marokko komt. Omdat veel Joden hier uit Marokko komen, volgt er nog een lichtelijk hoopvolle vraag: ben je Joods?’ Als ik ‘nee’ antwoord, is de daarop volgende vraag: Wat ben je dan?’.
Mijn veronderstelling dat dit een vraag naar mijn religieuze overtuiging is, blijkt niet helemaal juist. Dat maak ik op uit de reactie op mijn antwoord dat ik atheïst ben. Mijn gesprekspartner vraagt bijna ongeduldig door: Nee, je ouders’. Als ik dan vertel dat zij moslim zijn, is de cirkel rond. Duidelijkheid die goed past in de algemene vooronderstellingen. Ik kan het niet helpen een bepaalde irritatie te voelen ten aanzien van deze hokjesgeest. Ik concludeer dat ik me bevind in een collectieve cultuur waar familie-identiteit belangrijker is dan individuele identiteit.
Met mijn nieuwe buurvrouw kreeg het vraaggesprekje halverwege een andere verassende wending. Dit keer ging het via mijn achternaam. Ze fronste haar wenkbrauwen bij het uitspreken van mijn naam en vroeg waar die vandaan kwam. Uit Marokko dus. De wonderlijk combinatie van mijn niet-Joods zijn en interesse in de Joodse cultuur verklaarde deze dame op haar eigen manier. Je hebt vast wel Joods bloed, ergens via een grootvader of grootmoeder of zo’, stelde ze. Ach, ik gooide nog wat bevestigend olie op het vuur van haar wishful thinking‘ door te vermelden dat ik uit Fes kom. Precies’ zei ze lachend. Daar komen heel veel Joden vandaan’ en ik lachte beamend terug. Mijn moeder heeft me altijd op het hart gedrukt hoe belangrijk het is om goede relaties te onderhouden met je buren.
In de initiële identificatie voel ik me niet altijd vrij om me volledig te identificeren. Veel Joden hier hebben een gevoeligheid ten aanzien van Arabieren (om het zachtjes uit te drukken). Deze gevoeligheid van de ander sluipt ook in mijn systeem. Hierdoor kreeg ik in het begin een soort introverse-projectie van deze potentiële stress. Hun stress werd mijn stress. Bij een goed bedoelde intentie om de ander te beschermen voor eventuele stress, begon ik zelf krampachtig om te gaan met mijn identiteit en identificeerde me allereerst als Arabier, om als het ware het ergste maar uit de weg te hebben en een mogelijk gevoel van bedrog achteraf te voorkomen. Dat voelde feitelijk heel onnatuurlijk voor mij. Ik maakte zelf van het Arabisch-zijn al een issue, nog voordat het dat voor de ander was. Voordat je het weet, zit je in een impliciete vorm van het Joods-Arabisch conflict, een onbesproken spanningsveld. Precies wat ik niet wil.
Inmiddels kan ik steeds beter omgaan met wat ik al cynisch grappend mijn Arabische handicap’ ben gaan noemen. Geen betere manier om met gevoelige en pijnlijke zaken om te gaan dan humor. Ten eerste ben ik afgestapt van mijn altijd open en eerlijke benadering. Identificatie is geen onschuldige neutrale kennismaking. In deze, blijkbaar gevoelige, omgeving lijkt het handiger om het Amerikaanse systeem te hanteren.
Toen ik in Amerika, als naïeve Europeaan, geïnteresseerd vroeg naar de afkomst van iemand en ik niet doelde op zijn Amerikaans-zijn maar op een duidelijk etnisch voorkomen, werd ik vaak genoeg netjes afgewezen doordat sommigen zich uitsluitend wensen te identificeren met hun Amerikaanse nationaliteit en verdere vragen als vrijpostig en ongewenst afdeden. De oorspronkelijke afkomst is een privé-aangelegenheid.
Zo begin ik ook mijn (etnische) afkomst te zien iets dat ik slechts bewust en selectief met mensen wil delen. En dat is per situatie en context verschillend. In eerste instantie voelde dat als een soort manipulatie, het gaat tegen mijn open natuur in. Het verbaast me hoezeer ik meega in deze manier van doen die ik me, gedwongen door mijn omgeving, aanleer. Strategische identificatie.
Uiteindelijk ben ik wie ik ben. Alleen het probleem is dat ik blijkbaar niet zelf kan bepalen wie ik ben. Persoonlijk ben ik, tegen beter weten in, een hoopvolle voluntarist. Als product van migratie heb ik geleerd bewust te kiezen. Critici van het voluntarisme zeggen dat persoonlijke keuze slechts bepaald is door de mogelijke keuzes die je tot je beschikking hebt. Ik denk dat Nederland, en dat is ook haar kracht, een land is met relatief veel keuzemogelijkheid.
Als het gaat om etnische of religieuze identiteit blijkt Israel minder opties te bieden, althans voor mij, vanuit een niet-joods perspectief. Want dat is grofweg de meest relevante harde scheidslijn hier; Joods/ niet-Joods. Uiteraard is er een wereld aan keuzemogelijkheden voor Joden zelf. En dat is precies wat mij interesseert en waarom ik hier ben. Welke keuzes maken Joden? De vraag voor mij is of ik ondanks mijn Arabische handicap voldoende toegang krijg tot deze wereld. Een avontuur dat ik aanga in het centrum van de wereld; Shalom Jeruzalem!
Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt bericht ze regelmatig vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzoekt. Lees hier haar eerste verslag.





RSS