Echnaton de ketterfarao
Traudl de Jonge

Illustratie: Pieter Hogenbirk
Archeologie is een uiterst belangrijke tak van de wetenschap, zoveel is zeker. Toen Howard Carter in 1922 het graf van de Egyptische farao Toetanchamon ontdekte, was dat op zichzelf al een regelrechte sensatie. Nooit eerder, immers, was het ongeschonden graf van een farao gevonden. De overweldigende hoeveelheid schitterende kunstwerken en het inmiddels wereldberoemde dodenmasker van Toetanchamon spreken nog steeds – volkomen terecht – tot ieders verbeelding.
Belangrijker echter dan de bevestiging dat de oude Egyptische cultuur op een zeldzaam hoog niveau stond, was de vraag wie die Toetanchamon nou eigenlijk was. In de Egyptische annalen kwam hij nauwelijks voor. Toetanchamon was, tot 1922, niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis.
Onderzoek wees uit dat Toetanchamon de zoon was van Echnaton ‘de ketterfarao’. Tientallen generaties lang hebben de polytheïstische Egyptenaren hun best gedaan elke herinnering aan Echnaton uit te wissen. Echnaton was namelijk de bedenker van het ‘monotheïsme’. In de veertiende eeuw voor Christus niks minder dan een religieuze revolutie en, later, van grote historische betekenis. Het concept ‘er is één god, en naast hem zult gij niemand aanbidden’ kwam dus niet van dikkedeur Mozes met zijn in de Sinaïwoestijn rondtrekkende Joodse circus. Kort en goed: alle Joden, Christenen en Moslims zijn schatplichtig aan Echnaton de ketterfarao. Jahwe, God en Allah zijn loepzuivere gevallen van plagiaat. Alstublieft.
Historicus Traudl de Jonge (Heiligerlee, 24 oktober 1973) is als onderzoeker verbonden aan het Stutterheim Del Ferro Instituut te Amsterdam. Aan de Zuid-Afrikaanse universiteit van Witwatersrand promoveerde zij in 1999 op het proefschrift Eyewash and deceit, an introductory study of Maoism and the communist quest for a paradise.





RSS