Frontaal
Naakt
28 januari 2006

Censuur in de kaartenkamer

Thomas Colignatus

streep00 (67k image)

De afgelopen zestien jaar hanteerde ik in het publieke domein een bedachtzaam zwijgen over de problematiek van de allochtonen. Gedurende al die jaren, met spraakmakers als Janmaat, Bolkestein, Fortuyn (zaliger), Van Gogh (zaliger) en Hirshi Ali, heb ik mij niet over dit onderwerp uitgelaten en in plaats daarvan heb ik gewacht.

Ik wachtte op het vallen van het kwartje.

Dat wil zeggen: het vallen van het kwartje, niet bij mij, maar bij de gebruikers van het Internet, dus bij de mensen die de wereld onder een muisklik hebben en die zich breed oriënteren.

Ik zweeg vanwege de zeer praktische reden dat ik in een rechtszaak betrokken ben waarin ook een kwestie speelt waarbij ook allochtonen betrokken zijn.

Wat ik over de kwestie der allochtonen zeg kan in deze rechtszaak verkeerd begrepen worden of door een advocaat van de andere kant verkeerd worden voorgesteld.

Mijn algemene punt is dat ik een oplossing voor de werkloosheid presenteer. Ik doe dat in de hoedanigheid van econometrist en wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau (CPB). Ik heb een nieuw idee ontwikkeld, dat, omdat het nieuw is, nog niet bij anderen bekend is.

Ik zou het nieuwe idée graag presenteren, met de vakgenoten bespreken en met de modellen doorrekenen, zodat het gebruikt kan worden voor advies aan de regering en het parlement. Helaas heeft de directie van het CPB ervoor gekozen mij te censureren en mij het spreken onmogelijk te maken.

Wanneer de werkloosheid aangepakt kan worden, dan is een onderdeel daarvan dat het ook gunstig uitpakt voor de werkloosheid onder allochtonen. Wanneer allochtonen werk vinden dan kunnen veel spanningen in de samenleving hanteerbaar worden. Werk is de sleutel tot integratie. Het is niet voldoende, maar denkelijk wel noodzakelijk.

De directie van het CPB stelt echter, als onderdeel van een klacht in 1991 waarom ik volgens de directie ontslagen moet worden, dat ik niet zou kunnen samenwerken met de allochtone medewerkers op mijn afdeling.

Ik meen dat de directie daarbij verkeerd is voorgelicht door mijn afdelingshoofd.

Om de kwestie op te lossen heb ik destijds verzocht om de situatie op de afdeling te laten onderzoeken door onafhankelijke deskundigen. Dit onderzoek is nooit gehouden en de rechter heeft vooralsnog mijn ontslag toegestaan.

Dit afdelingshoofd is inmiddels vanaf medio de jaren ‘90 ook verantwoordelijk voor het onderzoek op het CPB naar de werkloosheid onder migranten.

Mijn oordeel is dat het afdelingshoofd onvoldoende begrijpt (1) van de problematiek van de werkloosheid in het algemeen, (2) van de problematiek van de werkloosheid onder migranten, en (3) van het management van een afdeling met verschillende culturen.

Mijn oordeel is ook dat de directie van het CPB verantwoordelijk blijft voor de vrijheid van wetenschappelijk denken, ook al wordt men door een afdelingshoofd voorgelogen. Het is niet logisch dat een nieuw wetenschappelijke idee niet besproken zou mogen worden, omdat de wetenschapper, die dat nieuwe inzicht heeft ontwikkeld, (zogenaamd) niet met allochtone collega’s zou kunnen samenwerken.

Er ontstaat zo een tamelijk zieke situatie. De Nederlandse economie is als een schip, met premiers Lubbers, Kok en Balkenende als schippers aan het stuur, terwijl in de kaartenkamer censuur van wetenschap wordt gepleegd zodat de verkeerde kaarten worden gebruikt. Het schip ploetert tegen de stroom in en loopt steeds op zandbanken. Ondertussen heeft de directie van de kaartenkamer onvoldoende inzicht in multiculturaliteit en misbruikt zijn macht om degene uit het schip te duwen die de correcte kaart heeft gevonden.

Aldus herhaal ik mijn advies tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, in het bijzonder de rol van het CPB.

Overigens is mijn analyse omtrent de werkloosheid in Nederland ook van toepassing op de voorsteden van Parijs en dergelijke. Het voert te ver om dat hier uit te leggen, dat reserveer ik voor het moment wanneer ik weer op het CPB mag werken en met de collega’s mag praten.

Tegen de burgers van Nederland die zich zorgen maken over de problematiek van de immigranten zou ik willen zeggen dat zij beter de nadruk kunnen leggen op die parlementaire enquête. Het spreekt voor zich dat immigranten zich moeten aanpassen, maar, ach, bijvoorbeeld ook de joden hebben decennia lang in den vreemde toch hun eigen cultuur gehandhaafd, dus, met passen en meten valt er heus wel met elkaar te leven. Een godsdienstig moslim is doorgaans een heel fatsoenlijk mens. Voor wie zich zorgen maakt is het kernpunt dat wanneer de massale werkloosheid verdwijnt dat dan de excessen van cultureel of godsdienstig extremisme hanteerbaar worden.

Voor de goede orde: Ik wachtte op het vallen van het kwartje en bewaarde ondertussen een bedachtzaam zwijgen. Wat is er veranderd waardoor ik nu deze publieke uitspraak doe ?

Ten eerste verkeert de rechtszaak in een soort afrondende fase. Na 16 jaar procedures en juristerij lijkt er weinig meer gedaan te kunnen worden. Via de rechtszaak is informatie naar boven gekomen, dus het was zo min of meer een nuttige exercitie. Bijvoorbeeld is zo ook gebleken dat een wetenschapper in rijksdienst geen bescherming heeft wanneer een directie machtsmisbruik pleegt en een afdelingshoofd gaat liegen. Bijvoorbeeld is er dus geen onafhankelijk onderzoek naar de situatie op de afdeling geweest, weigert de directie om dit te laten plaatsvinden, is er klaarblijkelijk geen expliciet recht daarop, en stelt ook de onafhankelijke rechter niet zo’n onderzoek in. Een wetenschapper met een nieuw idee is feitelijk vogelvrij.

Ten tweede lijkt het erop dat met 9/11 de nieuwe grote oorlog inmiddels kan zijn begonnen. Vijftien jaar geleden, bij de CPB-studie “Scanning the future” en “Nederland in Drievoud” 1990-2015 waaraan ik meewerkte, werden er vier scenario’s doorgerekend, waarvan één “Global Crisis” heet. Momenteel telt de planeet 6 miljard mensen en over zo’n 20 jaar kunnen dat er 8 miljard zijn (tenzij AIDS en vogelpest toeslaan). Al deze mensen willen eten, wonen, zich kleden, elke dag een warme douche, een auto hebben. Al deze mensen willen dus grondstoffen, olie, ruimte, lucht. En ze hebben wapens.

Wanneer we de humane democratie willen redden dan moet het kwartje vallen.

Links:

• Over de CPB-kwestie kan men het beste beginnen bij De Ontketende Kiezer
• Over het onderdeel van de allochtonen op de afdeling, volg deze link, punt 5c
• Een verzuchting bij de moord op Theo van Gogh
• Het belangrijke boek van Jared Diamond, Collapse (2005)

Thomas Colignatus is econometrist en onder meer samen met journalist Hans Hulst auteur van De Ontketende Kiezer (2003). Momenteel is hij op Curaçao werkzaam.

Algemeen
Reageren? Mail de redactie.