Islam, mijn islam (2)
Dave Sim

Illustratie: Michel Kok
Ik ben geen Jood en ik zie er in de verste verte niet Joods uit (ik zie er zo goj uit als maar kan zonder Wonder Bread T-shirt). Nadat duidelijk werd dat ik niet terug zou gaan naar de Anglicaanse kerk zag ik mezelf dus niet snel een synagoge binnenlopen om te bidden.
Ik heb mijn eigen gebed geschreven (duur: tien minuten). Ik stelde me altijd voor hoe de rabbi of wie daar dan ook zou zijn die goj (die een Wonder Bread T-shirt niet zou misstaan) op z’n knieën zou zien zitten en hoe hij onwillekeurig zou denken dat ik daar waarschijnlijk aan het bidden was voor de zielen van al die Christusmoordenaars: of God asjeblieft een grote bliksemschicht kon sturen die ze allemaal zou doden en naar de hel sturen, zodat de wereld veilig was voor ons, brave, oppassende verslinders van stukjes kindje Jezus, amen. En echt, wie zou ze het kunnen kwalijk nemen mij daarvan te verdenken? Ik zou de eerste niet zijn. Zouden ze het recht niet hebben argwanend te zijn? Ik bedoel, ik noem wél Jezus en Mohammed in mijn gebed, weet je. In positieve zin. In zeer positieve zin.
Toen ik naar de Anglicaanse kerk ging, heb ik erover gedacht mijn gebed uit te schrijven en aan de priester te vragen: Hebt u er problemen mee als dit gebed hier opzeg? Maar toen dacht ik: Wat heeft hij daarmee te maken? Dit is tussen God en mij. En toen dacht ik: Jawel, maar die kerel was waarschijnlijk al helemaal thuis in dat hele Anglicaanse gedoe toen ik mijn theologie nog baseerde op Foolbert Sturgeon’s New Adventures of Jesus en Jesus Joins the Armed Services. En het is een Anglicaanse kerk. Betaald door Anglicaanse kerkgangers, met een handboek met Anglicaanse regels op elke kerkbank.
Ik had in een gesprek, dat ik na de dienst met de priester had, wel eens de koran genoemd en toen trok hij dat gastrisch-verschrikte gezicht dat Margaret Thatcher in de jaren tachtig heeft geperfectioneerd. Wat als hij mijn gebed ter goedkeuring naar het hoofdkantoor’ moest sturen en ik het vol doorhalingen zou terugkrijgen? Wat als hij zou zeggen: Wat er is mis met het Onze Vader? Ik bedoel, wat een toestand! Het spijt me, vader, maar ik kan God niet vragen ons niet in verzoeking’ te leiden. Wie zegt nou zoiets tegen God? Wanneer heeft God nou ooit iemand in verzoeking geleid? Lijkt u dat iets dat God zou doen? En toen stelde ik me voor hoe we trammelant zouden krijgen vanwege de synoptische evangeliën en… nou ja… ik deed dus gewoon mijn gebed. Maar hoe achteloos ik er ook over probeerde te zijn, het had toch iets clandestiens om God te bedanken voor zijn Glorieuze koran in een Anglicaanse kerk.
Dezelfde overwegingen speelden in mijn hoofd in de synagoge. Neemt u me niet kwalijk, rabbi? Heeft u er problemen mee als ik dit gebed hier opzeg?’
Het gebed begint goed: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium (de goj-benamingen voor de Boeken van Moshe) gevolgd door Mozes, Vrede zij met hem (misschien komt de rabbi niet veel buiten en herkent hij dat Vrede zij met hem’ niet als islamitisch’, nu?)… en dan helemaal door tot Maleachi (ik zal u niet vervelen met de hele rij profeten, u kent ze natuurlijk net zo goed als ik). Ik stelde me de rabbi voor, wijzend naar Maleachi. Ik weet het goed gemaakt, Wonder Bread, wat dacht je d’r van er een punt aan te draaien als je tot hier bent gekomen en m dan als de bliksem te smeren?
Worst case scenario? Neenee, het worst case scenario zou zijn dat ik me in een synagoge zou bevinden die zo’n nieuwe, verbeterde, moderne synagoge zou blijken te zijn. (Pardon, rabbi, is deze synagoge orthodox of misvormd?). Zoals de Eerste Existentiële Kerk van de eerwaarde Dupas in Jules Feiffers toneelstuk Little murders – Donald Sutherland speelt Dupas in de filmversie uit 1971 (hij ziet er uit en klinkt ook griezelig veel als Alan Moore in die film) Christus stierf voor onze zonden. Wie zijn wij om zijn martelaarsschap zinloos te maken door ze niet te plegen? Die zin haalde de filmversie dus niet, maar dat krijg je met dat kleffe alles mag’ seculiere humanistische morele relativisme dat me aanvankelijk naar de traditionele Anglicaanse kerk dreef in plaats van de Peter Paul and Mary folk faith-omgeving die ik ook had kunnen kiezen (Natuurlijk, bid tot wie je wilt! Bid tot Zeus, bid tot Palas Athene, bid tot prinses Diana, bid tot Elton John! Wij oordelen niet in deze synagoge!)
In een moskee zou ik natuurlijk behoorlijk opvallen als ik daar stil op mijn knieën zou zitten. Ik heb de verschillende opeenvolgende lichaamshoudingen en gebaren van het islamitische bidden honderden keren op televisie gezien. Minstens een keer per jaar deden ze de bewegingen voor op Reflections on Islam (het enige dat ik werkelijk mis nu ik geen televisie meer heb – Reflections on Islam en Passages -behalve als ze een griet-en-een-rabbi in het programma hadden in plaats van twee rabbi’s). Minstens. Dat gedeelte is nooit blijven hangen (al heb ik wel eens gehoord dat volgens een profetische traditie’ de lichaamshoudingen imitaties zijn van de Arabische letters die de naam van Adam spellen). Ik bid liever hardop, ik zeg liever mijn eigen gebed en ik ben liever alleen als ik bid, wat in de islam absoluut niet wordt gewaardeerd (en mogelijk is het ook haram), afhankelijk van de profetische traditie die je aanhangt.
God wil elke koning zien en elke gewone man, hun bidkleden elkaar aanrakend, eensgezind biddend, de voeten van de een tegen het hoofd van de volgende.
Over bidkleden gesproken. Ik heb een hele stapel krantenknipsels over de islam, die ik heb verzameld ter voorbereiding van deze serie essays. Het volgende artikel is van 11 november 2001, geschreven door Montreal Gazettecorrespondent in Afghanistan Levon Sevunts, over zijn ontmoeting met een paar andere correspondenten, onder andere Volker Handloik van het Duitse blad Stern:
Bevelhebber Mohammed Bashir (…) gaf meteen drie tanks bevel het vuur te openen op de Taliban. De tanks schoten met een oorverdovende knal, er was een enorme flits, die verdween in een wolk van rook en stof. Vier pantserwagens begonnen tegen de heuvel op te rijden, hun wielen krijsend op het zand en de stenen.
Tevreden over het optreden van zijn troepen pakte Bashir zijn bidkleed en begon te bidden. Terwijl hij keek naar Bashir, die daar op het kleed zat te knielen en buigen, klaagde Volker dat hij last van zijn rug had. Ik bood hem wat Mofrin aan, dat ik altijd in mijn eerstehulpkit heb zitten.
Ik ben de rest van het artikel kwijt, maar Volker Handloik stierf ongeveer twintig minuten later. Doodgeschoten of opgeblazen, dat ben ik vergeten. Hij kijkt naar Bashir en dat herinnert hem aan zijn rugpijn. En hij bietst een pil van iemand. Twintig minuten later is hij dood.
Ik zou tien bladzijden vol kunnen schrijven over waarom ik dat verhaal onontkoombaar en spiritueel aangrijpend vind zonder zelfs maar een kilometer in de buurt van een adequate uitleg te komen.
Dave Sim (1956, Ontario) heeft bijna dertig jaar lang een maandelijkse comic gepubliceerd, Cerebus. Hij is één van de grondleggers van het Comic Book Legal Defense Fund, dat het opneemt voor stripmakers, -uitgevers en -verkopers wier vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. De serie essays Islam, my Islam verscheen in Cerebus 276 tot en met 282. Deel 1 vindt u hier.
11 oktober 2006 — Algemeen
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS