Hyperdemocratie

Peter Breedveld

Zichy22 (63k image)
Illustratie: Mihály Zichy

Ik ben wars van het geklaag van intellectuelen van allerlei slag over het losgeslagen populisme sinds de opkomst van Pim Fortuyn. Toch lijkt het er wel erg op dat de politiek sinds Fortuyn een soort zelfbedieningsrestaurant is geworden waar de klandizie ongeduldig kankerend van de kok eist dat-ie onmiddellijk de instantpoedersoep serveert waarin zij op dát moment zin heeft. Als de kerriesoep toevallig net even op is, wil ze het management spreken – en wel nú! – om op hoge toon het ontslag van die prutser te eisen. “Waar betaal ik dan voor?!”

Vaak heb ik de indruk dat er in de Tweede Kamer alleen nog maar instantmaaltijden in elkaar worden geflanst om de ongeduldig kankerende achterban weer twee dagen tevreden te houden. Voor ieders stokpaardje moet er een nieuwe wet komen, hoe overbodig ook. Seks met dieren moet opeens wettelijk worden verboden omdat De Telegraaf kort na elkaar een paar nieuwsberichten over verkrachte pony’s en konijnen heeft gepubliceerd, hoewel er al sinds jaar en dag een wettelijk verbod op dierenmishandeling bestaat. Als Marokkaanse voetbalsupporters een wedstrijd versjteren, moet de politie plotseling de bevoegdheid krijgen met scherp op ze te schieten, ook al maken rellende autochtone voetbalsupporters al tientallen jaren onlosmakelijk deel uit van de Nederlandse cultuur.

Er is een poosje heel veel media-aandacht geweest voor een afvallige moslim die nooit een seconde van zijn leven moslim is geweest – misschien herinnert u zich hem nog, hij heet Ehsan Jami – en vanwege alle tamtam rond deze relnicht begon Femke Halsema opeens te roepen om een wet die geloofsafvalligen moest beschermen, ook al voorziet de Nederlandse wet daar allang in – we hebben hier immers godsdienstvrijheid.

Jarenlang heeft het Nederlandse volk gestreden tegen de Apartheid in Zuid-Afrika – door er, met behoud van uitkering, snoeihard tegen te zijn – maar zodra een twintigtal Marokkaanse relschoppers een buurt onveilig maakt, heeft bijna niemand er moeite mee om wetsvoorstellen in te dienen die speciaal zijn toegesneden op de Marokkanen in Nederland. Nog steeds is geen burgemeester, politiecommissaris of minister op het boude idee gekomen om Marokkanen precies zo te behandelen als je autochtone Nederlanders zou behandelen in dezelfde situatie. Op de één of andere manier wordt juist dát racistisch gevonden. Intussen halen we die vermaledijde Apartheid wel in stukjes en beetjes – en soms in vermomde vorm – door de achterdeur ons staatsbestel binnen.

Ik heb lang gedacht dat het typisch Nederlands was, dat ontwerpen van steeds nieuwe regeltjes om specifieke situaties te ondervangen. Als een kleuter een oud omaatje, dat de eendjes staat te voeren, in de vijver duwt, moet er een wet komen die het kleuters verbiedt oude omaatjes, die eendjes staan te voeren, in de vijver te duwen. Als de week daarop een kleuter een oud omaatje met een pleisterkleurige regenjas in het water duwt, komt er een wet die het kleuters verbiedt oude omaatjes met pleisterkleurige regenjassen in de vijver te duwen. Als het de week dáárop een Marokkaanse kleuter betreft, moet er een zak geld komen en een programma voor gezinscoaches in elk Marokkaanse gezin. En een wet die zo’n vergaande overheidsbemoeienis met het privéleven van Marokkanen mogelijk maakt, uiteraard.

Nederlanders houden nou eenmaal van regeltjes en van het uitsluiten van elk denkbare risico (ze schijnen ook de meeste verzekeringen ter wereld af te sluiten).

Maar ik kreeg laatst van Hosseyn het boek De Opstand der Horden van de Spanjaard José Ortega y Gasset. Een verbluffend actueel werk dat, hoewel het in 1933 is geschreven, tot in detail op onze tijd lijkt te zijn toegespitst. Dit schrijft Gasset:

Het is onjuist de nieuwe omstandigheden zo te verklaren alsof de grote hoop moe zou zijn geworden van de politiek en de uitoefening ervan aan bepaalde lieden zou hebben opgedragen. Het tegendeel is waar. Dat geschiedde vroeger, dat was de liberale democratie. De grote hoop was van mening dat tenslotte de minderheden met al hun gebreken en tekortkomingen iets meer wisten van de problemen in het openbare leven dan hij. Nu echter gelooft de grote hoop dat hij het recht heeft zijn koffiehuispraatje bindend te maken en er kracht van wet aan te geven. Ik twijfel eraan of het óóit eerder in de geschiedenis is gebeurd dat de menigte zo onmiddellijk het bewind voerde als heden ten dage. Daarom spreek ik van hyperdemocratie.

Het is geen Nederlands probleem, het is een probleem van deze tijd. En toen ik van de week de bovenstaande passage las, twijfelde ik er opeens aan of ik wel zo’n overtuigde democraat ben.

Peter Breedveld luistert op dit moment naar Ana Hina van Natacha Atlas.

25 oktober 2008 — Algemeen

Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home