Harlekino
Hassnae Bouazza

Harlekino, het personage waar Tessa de Loo’s nieuwe, lijvige roman zijn titel aan ontleent, is de hofnar van het fictieve land Saïdi-Hassanië. Het is verzonnen door de twee jeugdvrienden Saïd en Hassan: Saïd is de koning, Hassan de onderkoning en het zusje van Hassan, Aziza, is de koningin. Saïdi-Hassanië heeft een eigen bevolking, een eigen geografie, klederdracht, een eigen keuken en dus ook een hofnar, een dwerg in gekleurd pak met muts en belletjes. Het land is hun toevluchtsoord, hun ontsnapping aan het dagelijkse leven.
In het echte leven van de hoofdpersonen speelt Marokko een belangrijke rol. Saïd is opgevoed door zijn Nederlandse moeder en heeft zijn Marokkaanse vader nooit gekend. Hassan komt uit een Berbergezin met een analfabetische moeder en een ongeïnteresseerde vader. De familie van Hassan gaat elk jaar naar hetzelfde geboortedorpje; meer van Marokko zien ze niet. Tot Saïd, als hij onmiddels volwassen is, het plan opvat om in Marokko op zoek te gaan naar zijn vader en Hassan vraagt mee te gaan. Het resultaat is een reisverhaal en een Bildungsroman.
Met slechts een oude foto waarop Saïds moeder samen met zijn vader staat, vertrekken de twee vrienden zuidwaarts met als eerste halte Fès. Uiteraard vinden ze daar Saïds vader niet en wat volgt is een uitgebreid beschreven zoektocht door landelijk, bergachtig en woestijnachtig Marokko waarbij bijna geen detail wordt overgeslagen. De Loo’s bewondering voor het land zij maakte zelf deze uitgebreide reis in november 2005 – valt er duidelijk aan af te lezen. Toen ik haar sprak, vertelde ze: Het is een geheel verzonnen verhaal maar ik heb mijn reis door Marokko en alle mensen die ik er gesproken heb wel heel grondig gebruikt. Het was de basis voor mijn verhaal. Het was een waanzinnig mooi en ingewikkeld land, dus dat gaf stof te over.
De hoofdstukken met de reis worden afgewisseld met flashbacks naar de jeugd van de twee vrienden, hun voorgeschiedenis, maar vooral naar hun fantasieland Saïdi-Hassanië. Hofnar Harlekino is ontsproten aan de fantasie van Hassan, maar het is Saïd met wie hij zich verbindt: hij wordt zijn plaaggeest, zijn geweten. De Loo hierover: Harlekino kan zowel Saïds gekte zijn als zijn geweten. Het is maar net wat je er uit haalt en hoe je het ziet, maar hij kan op meerdere manieren gezien worden. Als je ervan uitgaat dat Harlekino zijn geweten is, dan denk ik dat voor iemand die vurig moslim is, Harlekino de duivel is. Hier, in deze postchristelijke samenleving, is Harlekino eerder het geweten van de rede.
Ondertussen is er Hassan die, net als De Loo zelf, betoverd is door het land en steeds onderweg wil stoppen om foto’s te maken. De twee personages ontdekken vol verwondering hun moederland. De Loo: Er zijn heel veel Marokkanen die hun land eigenlijk niet kennen en die elk jaar maar naar dat dorp in het Rif gaan. Dat geldt zowel voor Saïd als Hassan.
Hassan worstelt met zijn homoseksualiteit en zijn liefde voor Saïd die daar niets van wil weten. Saïd staat onder druk: zijn vader wil maar niet gevonden worden, Hassan doet herhaaldelijke toenaderingspogingen en dan is er nog Harlekino die op de meest onverwachte moment opduikt, met Saïd praat, hem bevraagt en hem aan het twijfelen brengt, zo ook als Saïd zich wil bekeren tot de islam:
Je bent niet goed bij je hoofd’, zei Harlekino. Saïd had hem niet aan horen komen. Er was geen belgerinkel geweest om hem te waarschuwen. Saïd schrok op uit zijn gemijmer en zette zich schrap. Waarom?’
Je bent veel te intelligent om in een God te geloven.’
Waarom zou ik niet toetreden tot de moslimbroederschap?’ zei Saïd uitdagend. Tot nu toe hoorde ik nergens bij. Wat heeft het me gebracht? Ik dobber als een stuk drijfhout in de oceaan, overgeleverd aan tegenstrijdige stromingen.’
Homoseksualiteit, de zoektocht naar de eigen wortels, het integratieprobleem van Marokkanen en zelfs de radicalisering van moslims: het zit allemaal verwerkt in dit verhaal van een jongen die op zoek gaat naar zijn vader. De Loo legt uit: Het idee voor mijn roman was ontstaan door de aanslag op de Twin Towers en later op de treinen in Madrid, de aanslag op Van Gogh en zelfs op Pim Fortuyn. Dat is allemaal in een bestek van vijf jaar gebeurd. Net als iedereen was ik onder de indruk en had ik in die tijd ook wel een zekere angst. Ik woon ook in de buurt van Parijs, dus ik zit veel in de metro en daar waren ze ook in hoge staat van paraatheid. Daar hebben ze al eens dat soort dingen meegemaakt, dus ik betrapte mezelf erop dat ik als ik daar stond te wachten, ik naar de prullenbakken keek. Dat angstvirus, daar was ik ook niet helemaal vrij van. Hoewel mijn zoon wiskundige is en alles statistisch bekijkt, en hij zei dat die angsthysterie overdreven is en dat de kans dat je slachtoffer van een bomaanslag wordt, veel kleiner is dan wanneer je in een auto de weg opgaat. Maar toch, het absurde van die aanslag op de Twin Towers trof mij zo.
Een groot deel van het verhaal gaat over de zoektocht, Saïd is niet echt bezig met het geloof; uit solidariteit vast hij in het begin met Hassan mee, maar dat is het dan ook wel. Saïds bekering tot de islam en de onmiddelijk daaropvolgende (en blijkbaar onvermijdelijke) radicalisering komt plompverloren uit de lucht vallen en doet nogal geforceerd aan. Dit alles culmineert in een onbevredigend slot. De Loo zegt hierover: “Ik heb het in het absurde getrokken om het angstaanjagende van terroristische aanslagen te verzachten.” Mijn vraag is: zouden Marokkaanse personages ook een trauma kunnen verwerken zónder radicaal te worden? De Loo: In zijn geval gebeurt dat wel en dat komt gedeeltelijk voort uit zijn psychische toestand. Hij verkeert echt in nood door de schokken die hij te verwerken heeft gekregen. Hij is het type wereldverbeteraar en daar wordt hij heel monomaan in. Hij wordt tot waanzin gedreven. Je ziet het wel vaker bij mensen die iets nieuws ontdekken dat ze dan meteen doordraven. Ik wilde die aanslag laten plegen door iemand die niet van huis uit moslim was, juist vanwege de vooroordelen die er leven.
De Loo heeft een groot oog voor detail; ze beschrijft het land minutieus. De mensen, hun gedrag, de kleine details uit het landschap, opmerkelijke handelingen. Maar ze maakt een inventaris op, het komt niet echt tot leven. Alleen de beschrijving van de heerlijke tagines deed me het water in de mond lopen, maar dat kan te maken hebben met het feit dat ik aan het vasten was. De roman overstelpt met langdradige beschrijvingen en wat gekunstelde dialogen. En als er iets niet is, wordt dat toch omschreven:
Hij ontweek haar blik en keek naar de grond. Er lag geen kleed met oude Berbermotieven.
Hassan vertelt halverwege de roman over een droom die hij heeft gehad: Alsof het een boek was zonder eind, en dat is precies hoe Harlekino aanvoelde: er kwam maar geen eind aan. Saïd antwoordt hem ik hoop maar dat het een spannend verhaal was. Helaas, dat was het niet.
Harlekino is een sympathieke poging, maar het mist het enthousiasme waarmee De Loo erover vertelt. Het is ook veel te lang uitgesponnen waardoor de goede wendingen die er wel zijn ondergesneeuwd raken en hun effect verliezen. Toch voorzie ik een verfilming, een road-movie: rijdend door het fotogenieke Marokko, gaan Fehd El Ouali als Saïd en Mimoun Oaissa als Hassan de homo op zoek naar hun wortels. Een soort mannelijke versie van Dunya en Desie.
Dit is een uitgebreide versie van de bespreking die vorige maand verscheen in OpZij.





RSS