God
Gin Hageman

Foto: Agent Provocateur
Ik geloof niet in God. Al jaren niet meer. Mijn excuses voor de hele jonge lezers die per abuis op mijn website terecht zijn gekomen, maar mijn geloof in God hield op, op de dag dat ik hoorde dat Sinterklaas niet bestaat. Een jongen uit mijn klas, waar ik tussen de middag weleens bij at, vond me maar een dom meisje dat ik nog steeds in beide goedheiligmannen geloofde. Toen mijn moeder me die avond bevestigde dat Sinterklaas inderdaad niet bestaat, trok ik de conclusie dat hetzelfde wel moest gelden voor God. Ik zou me nooit meer zo beet laten nemen, sprak ik met mezelf af.
In mijn puberjaren werd ik overtuigd atheïst. God was bullshit, pardon my french, maar in die termen dacht in nu eenmaal in die tijd. Later, toen ik de leeftijd kreeg dat ik me toch wat genuanceerder moest leren uitdrukken, besloot ik alle heilige boeken te lezen, om er zo achter te komen wat ik nu eigenlijk precies geloofde.
Ik begreep inmiddels dat God en Sinterklaas twee heel verschillende dingen zijn. Ik las de bijbel, de koran, ayurvedische geschriften, hele dikke boeken over het boeddhisme, de mormoonse bijbel, de jehovabijbel en zelfs de Kabbala, waar ik overigens helemaal niets van begreep. Ik las heel wat leerzame dingen, en ik ging steeds meer van de geschiedenis en van het leven begrijpen, maar het bracht me echt niet dichter bij God.
Sterker nog, ik begon me af te vragen hoe mensen überhaupt kunnen denken dat er een God bestaat. Iemand die beter zou zijn dan de mens, ruimhartiger zou moeten zijn, en eigenlijk perfect, alles wat wij mensen niet zijn. Maar dat is God niet, want welk perfect wezen zou mensen laten moorden en doden in zijn naam? Ik als imperfect mens, zou dat nooit, maar dan ook nooit laten gebeuren. Dus de conclusie was simpel: God bestaat niet. De kerk was een gebouw waar mensen hun zakken lichter laten maken omdat ze zich vervelen en graag slaapverwekkende preken aanhoren, zodat ze daarna wat beter de slaap kunnen vatten.
Zo dacht ik erover toen ik naar Sierra Leone vertrok, nu twee jaar geleden. Ik was dan ook bijzonder geïrriteerd dat ik tijdens mijn onderzoek steeds meegesleept werd naar de kerk. Maar ja, ik deed onderzoek, en dat hoorde er nou eenmaal ook bij. Ik geef eerlijk toe dat ik negen van de tien keer dat ik mijn respondenten vergezelde naar de kerk op zondagochtend, direct na het stappen, hartstikke hard in slaap ben gedonderd. En na religieuze discussie nummer 110, over waarom ik toch maar niet in God wil geloven, ben ik ontzettend vervelend uitgevallen tegen de ongelukkige die me toevallig in een hele slechte bui trof. Ik werd gek van de religie, gek van dat gezever over God, en gek van de daadkrachtloze houding van Sierra Leonezen die maar verwachten dat God op een dag het voedsel vanzelf uit de hemel naar beneden zal laten neerdalen.
Door Jim begon ik langzaamaan wat milder te worden over God. Jim is ex-kindsoldaat. Hij vocht zes jaar lang. Of langer, want dat weet hij niet precies meer. Lang in ieder geval. Hij was een hele harde jongen in de oorlog. Op zesjarige leeftijd was hij ontvoerd en groeide op met het rebellenleventje, waarin het goed was om te doden, en zo wreed mogelijk te zijn. Ik trok ontzettend veel met Jim op, en zoals ik steeds meer om hem begon te geven, deed hij dat ook om mij.
Jim had medelijden met me, en vond het zijn plicht en taak in het leven me te redden. Wat als ik dood zou gaan, dan zou hij me nooit meer tegenkomen in de hemel, en dat was een grote zorg voor hem. En ook onbegrijpelijk, want hij vond mij een goed mens en kan ik in zijn ogen dan ook rekenen op een enkeltje hemel als de tijd daar is, terwijl hij iedere dag ontzettend hard zijn best moet doen om door God vergeven te worden. Van zichzelf.
Jim nam me mee naar zijn kerk. ’s Ochtends in alle vroegte, op een doordeweekse dag. We gingen naar het altaarkamertje, waar hij God en mij aan elkaar voorstelde. Hij pleitte er bij God voor me in zijn armen te sluiten, want ik was een goed mens, daar kon hij zijn hand voor in het vuur steken, ik wist gewoon niet beter. Met verontwaardiging en ongemak luisterde ik naar het lange gesprek dat Jim met God over mij voerde, waarin ik er met mijn ongelovigheid toch niet al te best uit de verf kwam.
Als Jim iets bereikt had die ochtend, is het wel dat ik ervan overtuigd raakte dat God een soort vergif was, dat door zijn aders trok, en waardoor hij gewoon niet helder na kon denken. Maar hoe vaker ik met Jim meeging naar zijn kerk, en hoe vaker hij voor mij bad in mijn aanwezigheid, hoe meer ik begon in te zien dat God een hele grote houvast in zijn leven was.
Uiteindelijk hadden we een bijzonder openhartig gesprek, waarin Jim me vertelde dat God hem heeft laten inzien dat hij mens is. Dat wat hij ooit deed, in de oorlog, verkeerd was. Dat God de enige is in het leven op wie hij kan vertrouwen. Mensen hadden hem immers voorgelogen dat moorden goed was, waardoor hij nu grote kans liep uiteindelijk eeuwig in de hel te zullen branden. Mensen zijn veranderlijk in zijn ogen, terwijl God constant is.
God houdt van hem, dat weet hij zeker. Er is op aarde geen mens die hem dat gevoel kan geven. Hij wordt uitgekotst en veroordeeld om zijn verleden, maar in zijn ogen geeft God hem de kans de boeten voor zijn daden en een beter mens te worden. Omdat hij zo’n ijverige gelovige is, vindt hij in de kerkgemeenschap een vangnet van mensen die hem steeds een beetje meer accepteren. Voor Jim staat God symbool voor liefde en acceptatie, die hij op geen enkele andere manier kan krijgen.
De kindsoldaten waar ik mee werk, hebben stuk voor stuk een hele bijzondere relatie met God. Een relatie waarin ze als mens tot bloei komen, zichzelf leren vergeven en leren liefde in hun hart te voelen. De opgetekende wetten in de bijbel geven hen een duidelijke richtlijn over een ‘goed leven’. Geen mens hoeft ze meer iets te vertellen. God heeft het al eeuwen geleden bepaald. God helpt ze zuivere gedachten te hebben, geweld af te zweren en op het rechte pad te blijven. Een effect dat psychotherapie, een menselijke uitvinding, niet zo makkelijk zal kunnen evenaren. God is voor hen dus iets heel moois. Warmte en begrip in hun bestaan. Iets wat ik nooit nodig gehad heb, omdat ik mensen in mijn omgeving heb die me datzelfde kunnen geven.
Als ik heel eerlijk ben, heb ik zelf ook altijd momenten gehad, wanneer ik me even heel zielig en alleen voelde, en dat ik in mijn bed in het donker tegen een grote onbekende leegte lag te praten. En die leegte noemde ik God. Een vlaag van verstandverbijstering, zei ik dan altijd later tegen mezelf. Maar het stak me wel altijd een hart onder de riem. Net een ietsje meer dan de beschreven pagina’s in mijn torenhoge stapel dagboeken.
En dat ik diep in mijn hart toch een heel klein beetje in God geloof, moest ik gisteren wel aan mezelf toegeven toen ik mezelf tegen een hele verdrietige ex-kindsoldaat hoorde zeggen dat hij zijn hart altijd kan luchten bij God, als hij mij niet kan bereiken. Dat ik dat soort dingen zeg is niet nieuw, want ik probeer al langer spirituele ondersteuning voor ‘mijn’ jongens te vinden, maar daar hield ik zelf toch altijd een grote afstand bij.
Gisteravond hoorde ik mezelf tegen God zeggen dat ik hoop dat hij de verdrietige ex-kindsoldaat een beetje op weg wil helpen in het leven. Een smeekbede voor een beter leven voor een jongen die in zijn leven nog geen dag geluk heeft gekend. Ik pleitte bij God voor deze jongen, dat ik zeker weet dat hij een hele goede jongen is, waar ik mijn hand zo voor in het vuur kan steken. Zoals Jim ook ooit voor mij had gedaan.
Vanmorgen belde Jim me op. Om me te vertellen dat hij een speciaal gebed heeft gedaan voor mij. God heeft hem namelijk verteld dat hij mij heeft gestuurd om jongens als hij een beetje op weg te helpen. En daarom moet ik soms een beetje extra aandacht in zijn gebeden krijgen. Toen ik ophing deed ik, op mijn manier, een speciaal gebed voor de verdrietige ex-kindsoldaat.
Een uur later stond hij voor mijn deur. Hij voelde zich een stuk beter zei hij. Hij wist niet waarom. Wat hij wel wist, is dat hij een tweede kans heeft gekregen van God, en dat hij er alles voor zal doen om die kans ten volle te benutten. Toen ik de deur dichtdeed, zei ik: ‘Dank U, God.’ In mijn hoofd zei een stemmetje: ‘Welkom in het land der gelovigen.’ Ik lachte spottend toen ik Lansana, die me nu al twee jaar probeert te bekeren, met een triomfantelijke grijns op zijn gezicht zag. Dát was in ieder geval niet van boven gekomen…
Gin Hageman heet helemaal geen Hageman maar Mooy. Vorig jaar deed ze onderzoek naar ex-kindsoldaten in Sierra Leone voor haar studie antropologie. Ze zette het hulpproject Mind to Change op en schreef een boek. Nu werkt ze in Sierra Leone aan haar promotie-onderzoek. Meer Gin op The Vault.
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS