Bestaat G’d?
René Süss

Foto: Zo’é
In een interview in Trouw (14 december 2013) spreekt de nieuwe hoofdredacteur van dat blad, Cees van der Laan, zich als volgt uit (Ik ga er vanuit dat zijn woorden correct zijn weergegeven):
‘Ik haal mijn inspiratie uit het contact met andere mensen, uit hun verhalen niet uit God (Hij doelt kennelijk op de ‘God beyond God‘ – RS). Ik vind dat God in mensen zit.’
Eerst de mensen, dan pas God
Een citaat uit De Geest bemint de buitenkant, pagina 119:
‘Bestaat G’d? Die vraag moet worden gespecificeerd, wil hij zinnig zijn: waar bestaat G’d en hoe? In de verbeelding van mensen, zou ik zeggen, in hun interpretaties van het bestaan, in hun verhalen, in hun liederen, in hun rituelen.’
Kuitert schreef: ‘God is van verbeelding, niet van feitelijkheid. Eerst waren er de mensen (met hun taal! – RS) en pas daarna was er God’.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat het verbeelde zonder onderscheid in de verbeelding opgaat, ook niet dat er helemaal geen feiten bestaan, slechts interpretaties zoals Nietsche meende. Wel, dat het verbeelde niet met de maten van feitelijkheden kan worden gemeten.
Begrijpelijk fundamentalisme
Kruis en opstanding van Jezus, bijvoorbeeld, zijn geen twee vergelijkbare fenomenen, die in één adem kunnen worden uitgesproken; feit staat hier tegenover, of beter naast, beleving.
Het gevaar is steeds weer dat we ten prooi vallen aan een maar al te begrijpelijk fundamentalisme – we willen immers graag vaste grond onder de voeten hebben!- dat geneigd is van fictie feiten te maken, het verzonnene te interpreteren als het echt gebeurde. Maar wie dat doet, levert het verhaal uit aan de wetenschap van de archeologie die de materiële cultuur bestudeert en/of aan de geschiedenis die zich oriënteert op documenten en teksten als verslagen.
Feiten en fictie
Dat moet wel uitlopen op een teleurstelling: Wij dachten altijd dat… Maar we dachten verkeerd! Het gebeuren van de Uittocht wordt niet voor niets verteld als Pesach Haggada, als het verhaal van de Uittocht.
Dat moet ons te denken geven. Het is op zijn best een mix van feiten en fictie, zoals de fictie die verhaalt over Jesus die in Bethlehem zou zijn geboren, terwijl de feiten op Nazareth wijzen als zijn geboorteplaats.
René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat.





RSS