Boete doen
Mas Rob

Namens de inwoners van het Indonesische dorp Rawagede, waar in 1947 Nederlandse militairen 431 ongewapende mannen doodschoten, klaagt advocaat Liesbeth Zegveld de Nederlandse staat aan. Zegveld eist dat Nederland zijn fout erkent en schadevergoeding betaalt.
‘Dat moeten we dus vooral niet doen’, meent Michael van der Galien van de rechts-conservatieve website De Dagelijkse Standaard, want dan ‘kunnen we wel bezig blijven met z’n allen’. ‘Nederland heeft de afgelopen decennia genoeg boete hebben gedaan voor hun (vermeende) zonden’, schrijft Van der Galien, en we kunnen volgens hem niet verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van onze voorouders.
Ook een aantal van de reacties onder Van der Galiens stuk stappen wel erg makkelijk over het feit heen dat het hier om een oorlogsmisdaad gaat. De argumentatie in de geest van ‘boontje komt om zijn loontje’ en ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’ komt steeds neer op de verdediging van het onverdedigbare. Hoe zouden deze reageerders het vinden als jonge Duitsers op die manier de razzia van Putte 1944 zouden bagatelliseren?
De massamoord in Rawagede vond plaats omdat de kampongbevolking niet wilde of kon zeggen waar de Indonesische vrijheidsstrijder Lukas Kustario zich bevond. Het collectief straffen van een dorp moge dan verklaarbaar zijn door de frustratie aan Nederlandse kant, het is en blijft een oorlogsmisdaad.
Dat is impliciet erkend door de Nederlandse staat in haar verweer tegen de claim van de overlevenden/nabestaanden. Het Nederlandse standpunt is dat zowel de misdaad als de mogelijkheid tot schadevergoeding zijn verjaard. Die verjaring werd geregeld tijdens de parlementaire afhandeling van de zogenaamde Excessennota. Het is maar de vraag of de rechter meegaat in die verjaringsclaim. Verjaring lijkt in tegenspraak te zijn met het internationale recht ten aanzien van oorlogsmisdaden, maar hierover is het laatste woord nog niet gezegd.
De suggestie dat Nederland aan de lopende band excuses zou maken voor van alles en nog wat is een gotspe. Nederland heeft zich altijd zeer onwillig en legalistisch opgesteld tegenover bijna alle kwesties die de kolonisatie van Indië/Indonesië met zich meebracht. Zo weigerde Nederland, als enige geallieerde natie die was geraakt door de oorlogshandelingen in Azië, haar eigen ambtenaren en militairen salaris na te betalen voor de tijd die ze tijdens de bezetting in internering hadden doorgebracht.
De onwil kwam, en komt, ook tot uiting in de houding ten aanzien van oorlogsmisdaden in Indië. Met de presentatie van de Excessennota nam de Nederlandse regering in 1969 de positie in dat geweld tegen de Indonesische burgerbevolking niet structureel van aard was. Excessen hadden weliswaar plaats gehad, maar in zijn algemeenheid zou de krijgsmacht zich correct hebben gedragen. Dit werd door het parlement aanvaard. In deze Nederlandse positie is geen verandering gekomen.
Die excessennota was voornamelijk het werk van Cees Fasseur en hij is dus bij uitstek degene die inzicht heeft in de aard en frequentie van de ‘incidenten’. In 2008 verklaarde Fasseur dat de nota tot stand kwam op basis van ondeugdelijk onderzoek. Te grote haast leidde tot onzorgvuldigheden en onjuiste voorstellingen van zaken. Volgens Fasseur hebben er tientallen, vele tientallen Rawagedes plaatsgevonden. Hij was van mening dat het onderzoek dat leidde tot de Excessennota opnieuw zou moeten worden verricht – maar nu volledig.
Dat ‘wij’ niet verantwoordelijk zouden kunnen worden gehouden voor de daden van voorouders, doet niet ter zake. De Nederlandse staat is volgens internationaal recht verantwoordelijk voor misdaden begaan door haar strijdkrachten. Nederland kan en moet worden aangesproken op deze misdaden. Persoonlijk zijn jongere generaties niet verantwoordelijk voor eerdere misdaden, de Nederlandse staat is dat wel degelijk.
Waar houdt de Nederlandse aansprakelijkheid op? Ik zou zeggen, formeel bij het verjaren van de gepleegde misdrijven, moreel bij het overlijden van de laatste slachtoffers en hun kinderen. Juridisch wordt nu gesteggeld over de verjaring(stermijn) van de oorlogsmisdaden gepleegd in Indonesië. Wat hiervan ook de uitkomst moge zijn, zou het niet tijd worden voor Nederland om eens in het reine te komen met het verleden? Ik pleit voor een diepgravend onderzoek uitgevoerd door het NIOD naar Nederlandse oorlogsmisdaden gepleegd in Indonesië in de periode 1946-1950.
Mas Rob studeerde International Relations aan de UvA en woont nu met vrouw en kind in Sukoharjo, Oost-Java.






RSS