Frontaal
Naakt
19 juni 2010

Dit gaat niet over de hoofddoek

Linus Huibers

Iran is niet altijd een leuk land om in te leven: de werkloosheid is er veel te hoog, de hypotheekrente is er niet veel lager (27 procent), het verkeer is er veel te gevaarlijk (30 keer meer doden in het verkeer dan hier te lande), na een uur bellen op je mobiel wordt je automatisch afgebroken en het Internet valt om de haverklap uit.

Heb je iets met politiek, dan wordt het er niet leuker op. Er zijn er die daar recalcitrant van worden, de grenzen van het regime van dienst gaan opzoeken, de confrontatie aangaan, en geef ze eens ongelijk. Maar daar zit een nadeel aan: je wordt er niet genuanceerd van. Is ook helemaal niet verstandig. Met nuances lukt het nooit om iets voor elkaar te krijgen.

Maar een modern, westers, democratisch land is ook geen lolletje: daar kunnen mensen in alle vrijheid nadenken en ingewikkelde standpunten over doodsimpele problemen hebben. Nuances alom. Het begint al met het uit elkaar halen van hoofd- en bijzaken. In Iran kijk je wel uit: dat berooft je van je grootste Fundgrube van aansprekende argumenten.

Nee, onder Iraniërs gaat het van dik hout en dat verandert niet als ze zich hier vestigen. Zo beweerde Afshin Ellian onlangs in Elsevier dat Iraanse studentes weer eens het slachtoffer zijn van extra zware regelgeving en sinds kort een type hoofddoek moeten dragen dat ‘aan het hoofd vastzit’, de maqna’e. Dat is natuurlijk een prachtige illustratie van de seksualisering van de Iraanse vrouw door het regime van dienst. Volgens Ellian is het bedoeld om vrouwen van de universiteit weg te houden, want uitgerekend de vrouwen zouden bij de protesten het afgelopen jaar het voortouw genomen hebben.

Dat verhaal werd opgepikt door Nieuw Religieus Peil en vandaar weer door Nu.nl en vandaar rolde het weer door naar het Laatste Algemeen Nieuws. Voor je het weet is zoiets common knowledge.

Maar het klopt niet. Hejab heb je in Iran in soorten en maten, de mogelijkheden zijn eindeloos, maar een driedeling helpt al voor een snelle analyse van de verschillen. Aan de ene kant heb je de chador, die vooral wordt aangetroffen op vrouwen in openbare functies en staatsinstellingen, oude besjes die hem al hun hele leven dragen en vrouwen van conservatief religieuze snit. Chador betekent ’tent’ en zo ziet het er ook uit. Aan de andere kant zit de rusari, gewoon een om het hoofd geslagen of geknoopte sjaal, die door conservatieve scherpslijpers doorgaans als bad hejab wordt gezien en derhalve met enige regelmaat het slachtoffer is van acties van het regime van dienst. Daartussen zit de maqna’e, een soort capuchon die naast hoofd ook nek en schouders bedekt.

Die maqna’e wordt vooral gedragen door scholieren, studentes en vrouwen die werken in winkels en op kantoren. Eigenlijk is het voor die groepen de standaard hejab. Al jaren. Doorgaans is hij zwart, maar vooral bij scholieren willen de verschillende klassen wel elk een eigen kleur hebben.

Het zal geen praktisch ding zijn, dat is geen enkel kledingstuk als je ertoe gedwongen wordt het te dragen, maar gezien de enorme verbreiding ervan zal het beeld dat het hier bijna om een martelwerktuig gaat wel dichterlijke overdrijving zijn. Dat het vrouwen weg zou houden van de universiteit of elders is kul: ze lopen er al jaren in groten getale in een maqna’e rond.

En het ding zit ook niet vast aan je hoofd. Dat heb ik proefondervindelijk vastgesteld door hoogstpersoonlijk een Iraanse uit haar maqna’e te praten, in haar land van herkomst. Al snel nadat we met elkaar aan de praat raakten, vroeg ze me hoe oud ik was. Nu ben ik een oude, pitloze man, maar zo zie ik er niet uit. Dus ik liet haar raden. Helaas zat ze er nauwelijks naast, waar de rest van de wereld zich minimaal een decade vergist. Hoe oud ik dan wel dacht dat zij was? Ik zei dat ik het lastig vond de leeftijd te schatten van een vrouw die een hoofddoek droeg. Dat was bedoeld om de vraag te ontwijken en een faux pas te voorkomen. Aan een ander effect had ik niet eens gedacht, zo pitloos ben ik wel.

Zij keek snel om zich heen om te zien of iemand ons kon gadeslaan en sloeg in één beweging haar maqna’e achterover. Waar al die hejab mij steevast in mijn wensdroom lieten dat alle Iraanse vrouwen haar hebben dat lang genoeg is om er op te kunnen zitten, werd hier ineens een kittig geknipt, kort koppie onthuld. Haar maqna’e zat er ook zo weer op. Zonder spelden.

De Iraanse fashion police is inderdaad weer op volle sterkte terug en vrouwen moeten het dezer dagen niet meer wagen iets van heur haar te laten zien of make-up te dragen. Boetes variëren tussen de 50 en 1000 dollar, maar niemand kent de echte prijs want het regime van dienst laat de voorlichting over aan het geruchtencircuit. Wel zo effectief.

Een derdewereldland kan het zich niet veroorloven een politieapparaat op de been te houden dat permanent taken inzake de kleding van zijn onderdanen op zich neemt als waren het verkeersovertredingen. Zelfs in Nederland slaagt de politie er niet in permanent fietsen zonder licht te bekeuren, of alle dronken automobilisten van de weg te houden.

Vast staan drie dingen: dit is een actie die van beperkte duur zal zijn, Ellian overdrijft, en dat is jammer.

Linus Huibers (1964, ‘s-Gravenhage) studeerde wiskunde in Utrecht en geologie in Amsterdam. Hij werkte een tijd in de offshore in de Verenigde Arabische Emiraten en als gasexploratieboringsdeskundige in Siberië. Enkele jaren geleden ruilde hij dat goedbetaalde leven in voor een bestaan als exploitant van een hoofdstedelijke brasserie.

Linus Huibers