Fable III
Tom Breedveld

Peter Molyneux, oprichter van Lionhead Studios en bedenker van vele succesvolle videogames zoals Black & White en de Fable-serie, stond altijd al bekend om het ‘over-hypen’ van zijn eigen spellen. Fable zou ‘het beste spel ooit’ worden en zonder zijn input in de games-industrie zou deze nog minstens 15 jaar moeten ontwikkelen om de huidige positie te bereiken. Dit leidde onder andere tot vele boze blikken van fans, die vaak moesten toezien hoe de functies, die Molyneux met veel bombarie had aangekondigd, helemaal niet in de uiteindelijke spellen voorkwamen. Schaamte, bad rep en zelfs publiekelijke excuses tot gevolg.
Desalniettemin verkochten de spellen van Lionhead altijd meer dan redelijk, met vele miljoenen kopieën over de toonbank voor alleen al de Fable-serie. De irritante aanwezigheid van Molyneux werd voor lief genomen en gamers stonden ook weer graag in de rij voor Fable III, het nieuwste deel in de serie en een direct vervolg op deel 2.
In Fable III is iedereen ondertussen een stuk verder. Waar deel 2 nog eindigde met de kroning van het personage dat je speelde (je besliste zelf wie dat was en hoe hij of zij eruit zag) tot koning van een soort van middeleeuws land, is in Fable III de Industriële Revolutie uitgebroken en waan je jezelf in een nog glanzender en gedetailleerder rijk. Maar helaas, de opvolger van de koning (of koningin) is een ware tiran, die zijn volk uitbuit en mensen die tegen hem ingaan zonder genade tegen de muur zet.
De speler krijgt de rol van de broer of zus van deze heerser, en zoals te verwachten valt, krijg je algauw genoeg van zijn tirannie en besluit je, samen met je butler en een oude generaal, een revolutie te beginnen.
Vanaf hier lijkt het pad vrij voor een briljante gameplay zoals die van Fable II, waarin door de magische werelden, de vele missies en de coole wapens en personages veel uren kunnen worden besteed. Maar helaas, dat had Fable III mij niet te bieden.
Het spel begint leuk genoeg, met een ontmoeting met een zigeunervolk in de bergen. De zigeuners willen, voordat je mag deelnemen aan de opstand, eerst weten of je betrouwbaar bent, en sturen je daarom op pad om verschillende taken te voltooien zodat je je rebelse natuur kunt bewijzen.
Maar dan gaat het bergafwaarts. Vanaf hier leidt de verhaallijn je nauwelijks nog door leuke gebieden en ook interessante personages laten bijna niets meer van zich horen. Ook lopen ze steeds makkelijker met je mee, in plaats van een beetje behoorlijke taken voor je op te stellen, waardoor je grotendeels alleen nog van punt A naar B hoeft te lopen, een paar monsters hoeft te verslaan, en interessant hoeft te doen met je zwaard. En dan zijn ze nog veeleisend. Op een gegeven moment kom je in een woestijn terecht, geteisterd door demonen. Dat klinkt spannend, maar is in de praktijk meer een wandeling van een uur terwijl er soms een zwart mannetje op je af loopt. Vroeger waren demonen eng, niet lachwekkend.
Maar Fable III heeft natuurlijk ook heel wat sterke punten, want anders zou de klok niet zeggen dat ik cumulatief 36 uur heb gespeeld. De zogeheten side quests, missies die niet van belang zijn voor de voortgang van de verhaallijn maar wel erg leuk om te doen, zijn nog grappiger dan in deel 2. Zo willen Sam en Max, twee geesten die dood zijn maar dat saai vinden, dat je de Necronomicon voor ze vindt om een feestje te kunnen beginnen, en toveren drie jongens je om tot een poppetje op hun bordspel.
Want ondanks het geweld en de tirannie en revolutie, is Fable bovenal grappig. De dialogen zijn leuk (al zijn ze soms ook ontzettend flauw) en de gehele wereld geeft een tongue-in-cheek-gevoel af. Twee struikrovers die bij het beroven van een koets een discussie voeren over existentialisme en het geloof, of een man die ervan overtuigd is dat kippen uit zijn op wereldverovering (iets waar hij later gelijk in krijgt).
Wat het luisteren naar de personages ook erg fijn maakt, is het feit dat de belangrijkste worden ingesproken door typische Engelse beroemdheden. John Cleese speelt de butler (hoe kan het ook anders), Stephen Fry de slavendrijver die de fabrieken leidt, Jonathan Ross diens ratachtige dienaar, zelfs Ben Kingsley en Michael Fassbender nemen nog wat tekst op zich. Bijkomend nadeel is het feit dat Molyneux weer eens meer hooi op zijn vork nam dan eigenlijk de bedoeling was, want zo’n cast kost natuurlijk geld. Hierdoor horen we jammerlijk weinig van Ross en Kingsley, die elk maar zo’n vijf zinnen hebben voordat ze sterven of gewoon in het niets oplossen. Maar ach, volgens mijn vrienden op school ben ik enige die überhaupt weet wie deze mensen zijn, dus ik sta vrijwel alleen in mijn ontevredenheid.
Ik maakte de fout Fable 2 hierna nog een keer te spelen, waarin ik algauw meer plezier had dan deel 3, maar dat neemt niet weg dat nummer 3 ook wel leuk was. De wereld is mooi, de explosies zijn groot en de humor is smakelijk. Ik verwacht een Fable IV (want dat hele uitmelk-systeem, daar houdt Molyneux wel van), maar dan zal ik toch wat minder enthousiast in de rij staan. Nu ga ik verder met Fallout: New Vegas, kijken of dat spel stand kan houden bij zijn predecessors.
Tom Breedveld (1994) is gymnasiast, full-time smartass en game-verslaafde.





RSS