Frontaal
Naakt
17 februari 2014

Het verschil tussen joden en christenen

René Süss

Zoe - 14
Foto: Zo’é

Jaren geleden alweer verscheen het boek van Werner Keller, En de Bijbel heeft toch gelijk. En na hem deden verschillende auteurs soortgelijke pogingen om het gelijk van de Bijbel aan te tonen. Maar de Bijbel heeft in die letterlijke, archeologisch bloot te leggen zin geen gelijk omdat de scopus, de blikrichting van de schrijvers, een geheel andere is.

In het verhaal in Tenach, is het centrale gebeuren de ‘geboorte’ van het Joodse volk bij Sinaj, dat zijn roeping aanvaardde met de woorden: ‘Alles wat de JHWH gesproken heeft, zullen wij doen (namelijk de Tora, in rituele en morele zin – RS) en daarnaar zullen wij horen’ (Ex. 24:7 , zie ook: Hand. 1:2!).

Tegenstrijdigheden en interpretaties

In dié volgorde! Dus niet: bezint eer ge begint. Want dan begin je vaak helemaal niet, maar: al doende leert men. En: G’d ontmoeten, doen mensen allereerst in het meervoud’. Dat geldt wel zeer expliciet in het Jodendom: wij!

De omgang met een verhaal nu is anders dan de omgang met een (theologische) theorie en zeker met een belijdenis. Die is bedoeld om andere interpretaties uit te sluiten. In de Schrift zijn het echter de vertellers die geen logisch consistent betoog opzetten; zij vertellen eenvoudig ‘hun’ verhaal en daar horen bijvoorbeeld herhalingen, tegenstrijdigheden en interpretaties bij die in een theorie alleen maar storend zouden zijn.

Fouten en misverstanden

Wanneer we zijn aangewezen op vertalingen, die gemeenlijk iets toevoegen, is het risico van fouten en misverstanden uiteraard meer aanwezig. Zo heeft de Latijnse vertaling, de Vulgaat, het in Genesis 2:9 interpreterend en idealiserend over ‘in medio paradisi‘. Maar dat staat er niet. Het NBG heeft het over een hof, een tuin waar als in een ‘Kindergarten‘ nog kan worden gespeeld.

Als gelovigen vertellen wij het verhaal op onze manier, in onze tijd en binnen onze verstaanshorizon verder. Eventueel met nieuwe interpretaties die andere juist niet uitsluiten maar aanvullen. Het ene ‘resoneert’ in en met het andere. Zo respecteert het Joodse vervolg op de Hebreeuwse Bijbel, Misjna en Talmoed, dit verhalende, niet ideologische karakter van de Schrift. De ‘wet’ in talmoedische zin is geen dogma maar een norm (M-A. Ouaknin).

Gekozen volk

In het Nieuwe Testament vinden we beduidend meer theorie. Het maakt er, zou ik zeggen, de kern van uit (het zogenoemde corpus Paulinum!). Het betekent dat de pluriformiteit van de interpretaties op de achtergrond treedt ten gunste van de substitutie: het ene, G’d-in-Christus, dat definitief in plaats van het andere, de Tora, is gekomen.

Zo, in een proces van schifting, ontstonden de belijdenissen als reguleringen en stroomlijningen van het geloof. Achter die belijdenissen kan en wil het orthodoxe christendom niet meer terug. Die regulering nu is het Jodendom in wezen vreemd. Zij is ook niet nodig. Er is het constitutieve verhaal van Sinaj (Exodus 19 en 20) over het gekozen volk, dat ons bijeenhoudt. Met vallen en opstaan, dat wel.

René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home