Hoofddoekjes en keppeltjes
René Süss

Illustratie: Tsukioka Yoshitoshi
Wij voeren in gezinsverband al een tijdje een heftige discussie over wat de Fransen de ‘laïcité‘ noemen, het secularisme. Dit bepaalt – intussen in Frankrijk wettelijk vastgelegd! – dat elke verwijzing in de publieke ruimte naar religie of wereldbeschouwing taboe en strafbaar is. Het zou ondermeer ongewenst zijn voor juristen en andere functionarissen om zich in de rechtszaal identiteitsbepalend te onderscheiden, dus: geen hoofddoekjes, geen keppeltjes, geen kruisjes.
Waarom eigenlijk niet? Is dat een juiste interpretatie van de scheiding van kerk en staat? Die houdt voor mij primair in dat de staat zich niet exclusief verbindt met een bepaalde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, maar zij hoort die in voorkomende gevallen en onder bepaalde condities wel te faciliteren. Zonder voorkeur en onderscheid.
Ontoelaatbare beperkingen
Actieve zorg voor gelijkberechtiging en het vermijden van meerderheidsbegunstiging zijn een kerntaak van de overheid.
Nota bene: Wij zijn verplicht om in de rechtszaal tegenover het portret van de heer Willem-Alexander van Oranje plaats te nemen, die, zonder dat hij als staatshoofd werd verkozen ons wel als zodanig aanziet. Dat is tot daar aan toe, maar dan ook geen gezeur over, voor mijn besef, ontoelaatbare beperkingen van de vrijheid van meningsuiting in de rechtszaal.
Overigens, hoe spastisch onze overheden kunnen reageren op tegenstanders van de monarchie, moge blijken uit recente voorvallen. De, stellig gestoorde, man die in 2010 een waxinelichthouder naar de gouden koets gooide, zat in totaal bijna twee jaar (!) in voorarrest en werd veroordeeld tot vijf maanden celstraf en de demonstratie van de studente die een bord omhoog hield met de tekst ‘Weg met de monarchie, het is 2013’ werd, tot tweemaal toe!, verboden.
Identiteitsbepalende symbolen
Terug naar de rechtszaal. Wie daar identiteitsbepalende symbolen draagt, zoals een hoofddoekje, een keppeltje of een kruisje, mag er niet op voorhand van worden beschuldigd dat hij of zij onze grondrechten wel niet zal respecteren. Dat is ongerijmd. De toga’s geven aan dat wij van de rechters, officieren en advocaten verwachten dat zij de grondwet en onze politieke kernwaarden respecteren. Een onderscheidend, en bescheiden, persoonlijk symbool doet daar geen afbreuk aan.
Graag verwijs ik in dit verband naar het inspirerende boek van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum, De Nieuwe Religieuze Intolerantie. Is het sleutelwoord in Nussbaums studie niet empathie en zijn verbeeldingskracht en compassie (zie: Tamar Benima, Nieuw Israëlietisch Weekblad, 19 april 2013) daarvan niet de belangrijkste ingrediënten?
Meten met twee maten
Nussbaum identificeert empathie met participerende verbeelding, ‘proberen de situatie te bekijken vanuit het gezichtspunt van de ander’. Het woord ‘intolerantie’ in de titel bevalt mij niet zo erg, Het klinkt te defensief, te weinig royaal. En dat bedoelt zij nu juist in haar boek wel te zijn.
Nussbaum toont met een keur aan voorbeelden aan dat gezichtsbedekkende kleding geen problemen oplevert zolang het maar geen boerka is. Dat is meten met verschillende maten. Haar argument is steeds weer ons grondwettelijke principe: in gelijke gevallen, een gelijke behandeling, niet met twee maten meten, geen inconsequenties.
René Süss schreef onder andere Luthers Theologisch Testament, zijn proefschrift over het virulente antisemitisme van Maarten Luther. Hij maakte er een paar vijanden mee. Ook schreef hij De Geest Bemint de Buitenkant, over de lichamelijkheid in het jodendom. Zijn meest recente boek gaat weer over Luther en heet Luther, een Sympathieke Potentaat. Bovenstaand stuk is Süss’ debuut op Frontaal Naakt.
2 september 2013 — René Süss
Reacties op dit artikel zijn gesloten. Wilt u reageren?
Stuur een e-mail naar de redactie.





RSS