Huilende wolven
Frans Smeets

Foto: Justine Kurland
De Commissie Deetman heeft haar rapport klaar over het misbruik in de Rooms-katholieke Kerk tussen 1945 en 1981 en de conclusies zijn niet mals. Het is een eerlijk en goed rapport, dat een accurate beschrijving geeft van wat er gebeurd is en de verantwoordelijken een veeg uit de pan geeft. Helemaal niet: “Ich habe es nicht gewüsst”, maar vooral: “Ik heb het niet willen weten”.
Het rapport geeft een ontluisterend beeld van een instituut dat zich vooral met haar eigen imago bezighield en niet in staat was om enig mededogen of begrip voor het slachtoffer op te brengen. Het meldt een schokkend resultaat van tienduizend tot twintigduizend misbruikzaken waarvan tien procent ernstig (penetratie). En dan hebben we het nog niet eens over de fysieke en geestelijke mishandeling.
Maar Deetman komt met meer opmerkelijke resultaten en conclusies. Zo was in deze periode een op de tien kinderen in Nederland slachtoffer van seksuele bejegeningen door een familielid. Het totaal aantal slachtoffers door seksueel misbruik tussen 1945 en 1981 wordt geschat op enkele tienduizenden. Misbruik kwam niet vaker voor binnen de RKK als daarbuiten. Wel liepen jongens, die in een internaat geplaatst waren, twee keer zoveel kans om misbruikt te worden. Deetman roept dan ook dringend op om meer onderzoek te doen, ook naar de periode na 1981.
Daarnaast is er volgens het rapport geen direkt causaal verband tussen het celibaat en het misbruik. Wel heeft het celibaat meegewerkt aan de doofpotcultuur. Het waren vaak wereldvreemde, kinderloze mannen die niets van kinderen afwisten of een vrouw thuis hadden die hen de les konden lezen, die leiding gaven aan een instituut. Het celibaat maakte de mannen, die al op tienerleeftijd de kerk ingingen, kwetsbaar voor grensoverschrijdend gedrag.
Het misbruik draaide uiteindelijk om ongecontroleerde macht in een klimaat van wegkijken en niet willen weten. Onbegrensde macht van moreel verheven mensen die hun gang konden gaan in een “culture of silence” waar niemand het durfde, of er belang bij had, om ze aan te pakken.
Op het moment doet de commissie Samson onderzoek naar het misbruik in jeugdinstellingen van de overheid vanaf de Tweede Wereldoorlog. De verwachting is dat de cijfers en de “culture of silence” niet anders zullen zijn.
Voor de zichzelf op de borst slaande religie-bashers op het Internet is het rapport Deetman natuurlijk hèt ultieme bewijs dat religie de bron van alle kwaad is. In feite halen ze uit het rapport die citaten en aantallen die in hun eigen beeld passen, zonder ook maar enigszins in te gaan op de uitgebreide conclusies van het rapport. Om te bashen, is de RKK natuurlijk een ideale prooi, met haar hypocratie, rare kleding, vreemde rituelen, dwingende zeden en haar duidelijke Opperbaas van het Kwaad.
Maar vraag je maar eens af, waarom het vijfentwintig jaar geduurd heeft voordat er eindelijk aandacht voor het aangedane leed en de slachtoffers kwam. Deze vraag is interessant, omdat het misbruik vijfentwintig jaar geleden al een publiek geheim was en de macht van de RKK al in de jaren ‘70 ten einde kwam. Waarom is er toen niet keihard ingegrepen, waarom was er geen verontwaardiging, waarom werd er geen hulpverlening voor de slachtoffers georganiseerd en werden de daders voor het strafbankje gebracht?
Niemand wilde het horen. En de machteloze slachtoffers konden roepen wat ze wilden. Het hele systeem van katholieke onderwijsinstellingen is in de tijd van de verzuiling door de overheid omhelst en de kindermishandeling moest bij de autoriteiten alom bekend zijn geweest. De kinderen van ongehuwde moeders werden tot eind jaren ‘50 bij de kloosterpoort door de kinderbescherming afgeleverd.
Psychiaters, onderwijzers, politiek partijen, pedagogen, doktoren en media: iedereen zat, net als de kerkelijke hiërarchie, in het systeem van niet willen weten en wegkijken. Pedagogen liepen weg met de orde en tucht in de internaten, de dokters hadden hun smoesjes klaar en de politiek wilde geen heibel in de keet. De vele handen op één buik bij het Rijke Roomsche Leven. Het strafrechtelijk aanpakken van kindermisbruik zou niet alleen op de puntmutsen zijn teruggeslaan, maar het falen van alle controlerende instanties hebben blootgelegd.
Toen de sociale dwangbuis van voor de jaren ‘70 geleidelijk ophield te bestaan, werden de slachtoffers en daders geconfronteerd met een wereld waarin seksualiteit van alle grenzen los moest zijn. Veel geestelijken, die nu verdacht worden van misbruik, zouden volgens de normen van de meeste politici, media en maatschappelijke instellingen, van links tot rechts, toentertijd vrijgesproken moeten worden. De beroepsgroepen die decennia lang gefaald hadden om bescherming te bieden aan jonge adolescenten, dartelden immer met de nieuwe tijdsgeest mee.
Dit gegeven heeft mij altijd verbaasd en tot een groot wantrouwen geleid wat de integriteit betreft van de mensen die werken binnen de sociale wetenschappen. Hun metamorfose bood ze in ieder geval een gemakkelijke uitweg om de verantwoordelijkheid van hun beroepsgroep in het verleden te ontduiken.
Daarbij speelde ook dat het seksueel misbruik in de RKK vooral een zaak van jongens was. Het was de tijd dat de vrouw zich van het juk van de man moest bevrijden. De man, dat was een agressor. Het idee van jongensmisbruik, daar dacht geen enkele emancipatiebeweging aan. Daar werd tot diep in de jaren ‘90 lacherig over gedaan en grapjes over gemaakt.
Ook de homobeweging mag wel eens terugkijken op die jaren. Over niet willen weten en niet ingrijpen gesproken. De homobladen stonden in de jaren ‘80 vol met advertenties waarin leuke kleine jongetjes werden aangeboden.
Of dichterbij. Als een man als Joost Eerdmans vol “Law and Order”-bravoure de RKK als een “criminele organisatie” wil laten vervolgen, dan vraag ik me af wat die man bij de LPF deed. In 2005 lekte een rapport van de AIVD uit, waarin de contacten van Fortuyn met minderjarige Marokkaanse jongens als risico’s werden gezien. Iets waar Fortuyn trots voor uitkwam. Als over twintig jaar deze jongens komen vertellen over hun misbruikervaringen, wat gaat Eerdmans dan zeggen? “Wir haben es nicht gewüsst”?
De heldhaftige kinderredder Henk Bres met zijn pornosites mag hopen dat ze de leeftijdsgrens voor seksuele handelingen niet met een jaar optrekken, zodat hij zelf gevangenisstraf riskeert.
Als ik op de Nieuwmarkt met mijn hippe Amsterdamse vrienden, die in koor schande spreken over het misbruik in de RKK, gezellig afspreek, zijn ze zich geen moment bewust van wat er voor ellende zich op enkele meters, achter de facade van die romantische rode lampjes, afspeelt. Een wereld van vrouwen met een achtergrond van seksueel geweld op jonge leeftijd, die vaak een product is van mensenhandel. Hoeveel slachtoffers zouden daar al door die gehaktmolen gegaan zijn? Maar ja, dat zijn volgens de Marck Burema’s van deze wereld “vieze hoeren”. Die mag je de grond intrappen en vernederen.
En in een land met een regering die bereid is kinderen te deporteren en die het werkelijk geen fuck kan schelen als deze daar in de prostitutie zouden belanden, is sowieso elke vorm van verontwaardiging over misbruik van dertig jaar geleden van een stuitende hypocrisie.
Mensenmisbruik in al zijn vormen heeft niets met geloof te maken, maar alles met macht. Macht die alleen uitgeoefend kan worden bij wegkijken en niet willen weten. Macht die gedragen wordt door lafheid, meegaandheid en gemakzucht. Macht die gedragen wordt door gevoelloosheid, gemeenheid en een gebrek aan empathie. Macht die gedragen wordt door een dominante tijdsgeest. Het land van huilende wolven.
Frans Smeets ziet, buiten zijn vrouw, domrechts als het grootste risico op vroegtijdig overlijden.





RSS