Nieuwsbrief uit Istanbul: minderheden
Hassnae Bouazza

Illustratie: Werner Klemke
De derde ontmoeting in het fraaie Istanbul bracht ons gezelschap een interessant gemêleerd panel. De onderwerpen waren persvrijheid en de positie van minderheden in Turkije, waaronder die van de Koerden. Sprekers waren Yavuz Baydan, journalist en ombudsman, de Turks-Joodse schrijver Mario Levi, Koerdische schrijver Ümit Firat en de Grieks-Turkse Andrea Rombopulos.
Rombopulos en Levi spraken over de positie van respectievelijk de Griekse en Joodse gemeenschap en Firat over de Koerdische kwestie.
Yavuz Baydan sprak over de persvrijheid en trok meteen fel van leer tegen de arrestaties van ruim negentig journalisten. Het gros van de gearresteerde journalisten is Koerdisch en gearresteerd op grond van de vage terreurwetgeving die de regering in staat stelt journalisten op te pakken en vast te houden tot hun proces.
Vijftien van de gearresteerde journalisten zijn Turks en het was hun arrestatie die tot veel ophef leidde, aldus Baydan. Hij noemde de ophef hypocriet, omdat de meeste van de critici hun mond niet opentrokken toen hun Koerdische collega’s werden opgepakt.
Baydan haalde ook uit naar de mediamagnaten die veel van de zenders en kranten bezitten: de overheid hoeft geen censuur meer toe te passen, dat doen de mediamanagers zelf wel. Hij hekelde de op winst gerichte en a-journalistieke managers die nooit achter hun journalisten blijven staan.
Mario Levi schetste de geschiedenis van de joodse gemeenschap in Turkije. Eind vijftiende eeuw, zo rond 1492, ten tijde van de Spaanse Inquisitie, kwamen zijn voorouders naar Istanbul, omdat daar al een joodse gemeenschap was van joodse Turken uit de Byzantijnse tijd. Zowel Levi als Rombopoulos vertelden dat de positie van minderheden was verbeterd. Iets wat we de afgelopen dagen meermaals hadden gehoord.
De Koerdische schrijver Ümit Firat was wat feller: hij sprak over de geschiedenis van de Koerdische kwestie en de slachtingen die de Turkse overheid had aangericht op de Koerdische bevolking. Ook hij vond dat het beter gaat, maar ook dat het nog beter kan. Zo is voor de grondwet iedereen Turk, en hij vindt dat dit moet veranderen en dat er erkenning moet komen voor de culturele achtergrond en identiteit van de minderheden.
Op de vraag of de Koerden nog wel een eigen staat willen of nu wel tevreden zijn, antwoordde Firat dat ze niet eens in staat zijn om daar openlijk over te discussiëren, wat hij betreurt. Als Turkije helemaal democratisch zou zijn met gelijke rechten voor iedereen, zouden Koerden niet langer een eigen staat wensen.
Yavuz Baydan deed er nog een schepje bovenop en stelde dat Turkije helemaal niet seculier is. Het directoraat van godsdienstzaken, Diyanet, heeft na het leger het grootste budget en beschermt niet alle religieuze minderheden. Baydan vond dat Diyanet alle groeperingen moest opnemen of, nog beter, opgeheven moest worden om een echt seculiere staat te zijn.
Gespreksleider was Erkam Tufan Aytav, de man die de dag ervoor de geschiedenis van Turkije uiteen had gezet met een lofzang op Fethullah Gülen. Hoewel we waren uitgelopen en hij eigenlijk geen spreektijd had, nam hij die toch en herhaalde nog eens dunnetjes het verhaal dat hij een dag eerder had gehouden. Hij kreeg de smaak dermate te pakken dat hij regelmatig de sprekers onderbrak om te benadrukken wat een enorm charismatische leider Gülen toch is en hoe geweldig zijn invloed is. Gülen haalde mensen uit hun hypnotische toestand en maakte hen wakker, aldus Aytav.
Ik vroeg me af hoe het zat met de hypnotische toestand van Gülen-volgers als Aytav, maar dat durfde ik niet te vragen.
In het kader van de vierhonderdjarige relatie tussen Turkije en Nederland en op uitnodiging van het Platform 400 Jaar was Hassnae Bouazza een paar dagen met een groep andere journalisten in Istanbul. Volg haar op Twitter.






RSS