Frontaal
Naakt
2 mei 2011

Theeracist

Mark Adriaanse


Foto: Gerard Giaume

Ik werk in de Albert Heijn, als vakkenvuller, of ‘schapverzorger’, zoals mijn baas dat dan noemt. Ik ben scholier, binnenkort doe ik eindexamen aan de havo, en die vier uur per week, die ik werk, leveren me een aardig zakcentje op. Niet veel, maar dat hoeft ook niet. Tijdens mijn werk zie ik bijzondere mensen, en dat levert me meer kennis en plezier op dan dat salaris dat ik verdien. Ik zie Poolse arbeidskrachten die goedkoop bier komen halen, mannen in strakke pakken die dure ingrediënten kopen voor culinaire hoogstandjes en veel allochtonen. Dat is niet gek, gezien de ligging van de winkel, in een wijk met het hoogste percentage allochtonen van de stad waar ik woon.

De mensen fascineren me. Hun loopjes, hun frustraties als ze iets niet kunnen vinden, en hun commentaar op producten. Maar van de week kwam een gefrustreerde, zwetende – het was erg warm buiten – man de winkel in. Ik ken hem. Althans, ik weet wie hij is. Hij was boos. Geïrriteerd.

Ik ken hem van de campagnes die ik als actieve SP’er voerde, de afgelopen jaren. Meerdere malen kwam hij naar onze kraam toe en begon hij te schreeuwen. Dat wij de ‘linkse maffia’ waren. Dat de kogel van ons kwam. En dat hij nog liever dood gaat dan dat hij op ons zou stemmen. Daarna riep hij – terwijl allerlei lichaamsvochten uit zijn mond spatten – dat als Geert aan de macht komt, hij met een bulldozer onze kraam zou komen vernietigen. En dat wij dan allemaal op zouden rotten. Of neergeschoten zouden worden. Daar zou Geert wel voor zorgen, riep hij dan nog snel, terwijl hij zich uit de benen maakte. We moesten dan maar wat lachen en keken met medelijden naar zijn gevloek en getier. Hij zou wel niet beter weten.

Die middag kwam hij stampvoetend – want zo loopt hij – de winkel in. Ik zag hem in ‘mijn’ pad – ik vulde koffie en thee aan – binnenlopen en wat rondkijken. Hij liep naar de thee, keek naar wat we verkochten en begon toen te schreeuwen. Hoe wij het in godsnaam in ons hoofd haalden om Marokkaanse thee te verkopen. Dat wij als Albert Heijn nu ook gegrepen waren door het ‘islamofascisme’ en dat hij nooit meer naar onze winkel zou komen. Een vrouw met een hoofddoek trok angstig haar kind tegen haar aan en keek de andere kant op.

Ik probeerde de man – verbaal – te corrigeren, maar hij liep al weer weg. Stampvoetend, uiteraard. Luid schreeuwde hij nog even dat als Geert aan de macht komt, we dit soort thee niet meer zouden gaan verkopen. O nee, dan zouden we wel even van Geert te horen krijgen hoe het zou zitten. Dat we nooit, maar dan ook nooit meer, Marokkaanse thee zouden verkopen.

Ik besefte ineens dat het gevaar niet zit in vrouwen met een hoofddoek en mannen met baarden die een geloof uitdragen dat niet haatzaaiender is dan die joods-christelijke cultuur die Wilders wil behouden, maar in mannen die thee uit de schappen van een supermarkt willen hebben, omdat die uit een islamitisch land komt. Hoe onbeduidend zulk geschreeuw ook mag klinken.

Mark Adriaanse (1994) wil later tegen zijn kinderen kunnen zeggen dat het niet aan hem lag.


Reacties gesloten. Mail de redactie.

« home