Partij kiezen
Hanna Bouaicha

Onpartijdigheid is geen optie. Voordat ik naar Israël kwam, heb ik ter voorbereiding voor mijn onderzoek hier een vak gevolgd over het Israëlisch-Palestijns conflict. Natuurlijk heb ik mezelf afgevraagd waar ik stond. Ik startte de cursus met een onschuldige neutraliteit. Een enigszins genuanceerde houding waarbij ik het perspectief van beide partijen in beschouwing nam, zonder echt stelling te nemen. Ik had simpelweg die behoefte niet en voelde me ook niet voldoende geïnformeerd.
Dat is trouwens iets, vooral in dit conflict, waar je je enorm achter kunt verschuilen. Eén van de dingen die ik leerde in de cursus is hoe complex de materie is. Er is een duizelingwekkende hoeveelheid informatie en geschiedkundige feiten. In deze zes maanden durende cursus heb ik slechts een minimaal laagje informatie kunnen verwerken. Typisch geval van hoe meer je weet, hoe minder je weet’.
Toch heb ik een zekere transformatie meegemaakt tijdens deze cursus. Ik ging van een neutrale, enigszins genuanceerde maar ook lichtelijk ideologische houding (ik geloofde dat er toch wel zeker een oplossing zou kunnen komen), naar een volledig pessimistisch perspectief. Ik geloof niet meer in een oplossing! Niet op korte en niet op middellange termijn en misschien wel nooit. Een oplossing vergt namelijk minstens enige vorm van vertrouwen en dat is er niet meer.
Naast het normale academische programma bestond het vak uit een simulatie spel. Het doel was om fictief, binnen realistische grenzen, op diplomatieke wijze te werken aan een oplossing. Ik besloot om Israël te vertegenwoordigen. Het spel heeft pas succes als je het serieus neemt en je inleeft in de situatie. Dat deed ik. Het gevolg was dat ik bijna aan den lijve heb gevoeld hoe het is om Israël te zijn. Hoe het is om totáál omringd te worden door landen die het niet goed met je voor hebben. Een claustrofobisch gevoel, en dan ben je blij dat Amerika je vriend is, zelfs onder Bush. Je onderhandelt je suf, je stimuleert een zogenaamd United Government‘, zelfs met Fatah (die het voordeel van de twijfel krijgt), maar een organisatie als Hamas is totaal onbetrouwbaar en onacceptabel als gesprekspartner!
Met enig empathisch vermogen zie ik natuurlijk ook het tegengestelde. Het verlies van de Palestijnen en hoe zij onmenselijk behandeld worden door sommige Israëlische soldaten. Diepgeworteld wantrouwen verlamt elke potentiële diplomatie. Alles slaat dood. Het is een politieke impasse die ik niet zie veranderen.
Er is in nog een lange weg te gaan als het gesprek al spaak loopt op een minimale basiskwestie, namelijk erkenning van het bestaansrecht van Israël. Erkenning moet het uitgangspunt zijn, het is een voorwaarde voor een respectvolle dialoog. Hoe triviaal mijn mening ook is en eigenlijk ook vanzelfsprekend, laat ik daar duidelijk over zijn: ik vind dat Israël absoluut recht heeft van bestaan. De vraag hoe de staat in te richten is een andere, met name gezien ingewikkelde praktische zaken zoals de exacte territoriale grenzen, of het probleem van recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen.
Het is hard, maar realisme dwingt tot inzicht dat de tijd voorbij is dat Palestijnen het volledige Palestina, zoals het ooit was, kunnen terugeisen. Israël bestaat en zeven miljoen Israëliërs (waarvan vijf miljoen Joods) zijn een feit. De focus moet liggen op hoe pragmatisch om te gaan met de realiteit zoals hij is, gericht op de toekomst. Voor de de principiële houding (waarin Israël wordt gezien als de onrechtvaardige kolonisator die alsnog verdreven moet worden) wordt mijns inziens een grote prijs betaald. Het is de vraag wie daar baat bij heeft. De armoedige Palestijnse bevolking in de Westbank en Gaza in ieder geval niet.
Post ’67 en gezien vanuit internationaal recht is de bezetting volledige onrechtvaardig. Maar feitelijk is deze bezetting een voortvloeisel van een voortdurende oorlog en dan veranderen de regels. Ondanks dat Israël ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict de winnaar lijkt, de kaarten in handen heeft, ligt dit minuscule landje klem. Klem in een afhankelijkheidsrelatie met Amerika. Klem in het haardvuur van het geconstrueerde clash of civilizations’. Klem tussen Arabische en Islamitische machten die meer baat hebben bij olie op het terroristische vuur dan bij investeringen in de opbouw van hun zogenaamd geliefde Palestijns gebied. Klem in de onderliggende business‘ dat het conflict inmiddels geworden is. Deze sluimerende oorlog levert geld op voor de investeerders, dus vrede is onvoordelig en men is gebaat bij de handhaving van de status quo. Uiteindelijk is vooral het normale volk, aan beide kanten, de dupe.
Nu bevind ik me niet in een simulatiespel. Ik sta in de sociale realiteit, in Israël, nota bene in het omstreden Jeruzalem. Er is niet veel nodig om hier een politieke discussie te doen ontvlammen. Of het nu expliciet of impliciet is, je kunt bijna niet anders dan partij kiezen. Het gesprek dwingt je ertoe. Discussie met Israëliërs kan er fel aan toe gaan, passie en emotie wordt niet geschuwd. Soms probeer ik bij een veilige academische beschouwing te blijven, maar dat lukt niet altijd.
Theoretiseren stopt als de situatie reële gevolgen heeft, als je eigen leven bedreigd wordt en zeker als je hier kinderen opvoedt, zo stelt een vurige Israëliër terecht. Volgens hem kunnen we vanuit het veilige Nederlandse perspectief nauwelijks oordelen omdat we het probleem niet van binnenuit kennen. De doorleefde angst. Hij vervolgt: Om de Palestijnen te begrijpen moet je tussen hen leven. Om de Israëliërs te begrijpen moet je tussen hen zijn als het misgaat. Niet als het relatief stil is, dan lijken zij de boosdoener’.
Natuurlijk kan ik me als atheïst totaal niet verenigen met de religieuze grondslag van de staat Israël of de maatschappelijke discriminatie van niet-Joden. Dat de staat en de maatschappij soms zelfs wat krampachtig gericht zijn op de joodse identiteit is waarschijnlijk deels toe te schuiven aan de huidige bedreigende situatie. Ik hoop dat Israël ooit een volledige seculiere democratie kan zijn waarin gelijkwaardigheid bestaat op basis van burgerschap los van etnische of religieuze gronden. Als er een land is in het Midden-Oosten waar reële hoop is op deze ideologie, dan is het wat mij betreft Israël. Dit in tegenstelling tot de meerdere Arabische landen in de regio wier leiders vooral bezig zijn met het in evenwicht houden van corrupt eigenbelang en strategische controle en handhaving van Islamitisch fundamentalisme. Er is veel te zeggen over het falend beleid en handelen van Israël, maar dat Israël het land succesvol heeft ontwikkeld, staat buiten kijf.
Het gebruikelijke argument dat dit vooral komt door overvloedig Amerikaanse financiering is niet helemaal terecht. Die financiering (ook uit Amerikaans eigenbelang) gaat vooral naar, helaas noodzakelijke, militaire doeleinden, en dat is toch niet het enige waar de Israëlische ontwikkeling op is gebaseerd. Bovendien is geld geen garantie voor ontwikkeling, de vraag is wat ermee gedaan wordt. Zowel de Palestijnen, die veel geld ontvangen van de internationale gemeenschap, als andere Arabische landen, die hun rijkdom te danken hebben aan hun oliebronnen, geven er duidelijk blijk van dat je er met geld alleen niet komt. Ontwikkeling vergt een redelijk niveau van democratie (met basisvoorwaarden als liberalisme, onafhankelijk rechtsysteem en vrijheid van meningsuiting), organisatie, visie en misschien vooral een bepaalde vorm van saamhorigheid. Dit laatste is wat naar mijn idee ontbreekt in vele Arabische landen, het onvermogen om het collectieve belang boven het eigenbelang te stellen.
Rationeel bekeken kun je stellen dat als Israël hier nooit was gesticht, de ontwikkeling van Palestina waarschijnlijk vergelijkbaar zou zijn geweest met ieder ander Arabisch land in de regio. Ik realiseer me dat paradoxaal genoeg diezelfde Westers-democratische waarden wijzen op een universalistische morele standaard. Israël wordt dagelijks blootgesteld aan de hoogste morele standaard, en heeft op dit gebied nog heel wat te verbeteren. Maar ik kan me ook ergeren aan de dubbele standaard, wanneer het terroristische Hamas door Europa weer eens de hand boven het hoofd wordt gehouden. Nog een manier om de dichotomie in stand te houden.
Willekeurig of niet, ik bevind me nu geografisch aan deze kant. Aan de Israëlische kant. En wat mijn partij-keuze betreft, neig ik blijkbaar ook naar deze kant (waarmee ik niet alles goedkeur wat Israël doet, zeg ik er maar expliciet bij). Als je uit Nederland komt (en dan heb ik het nog niet eens over mijn Arabische’ afkomst) wordt je door de gemiddelde Israëliër gezien als pro-Palestijns, en dus anti-Israël. Zoals in eerdere stukken vermeld, heb ik een hekel aan de voorgeprogrammeerde hokjesgeest. Daarom waak ik ook voor indoctrinatie. Ik streef ernaar om op basis van kennis, gevoel en persoonlijke intuïtie een individuele visie en mening te vormen waar ik achter kan staan. Ik heb geen illusies over de waarheid. Er bestaat slechts een contextueel perspectief, en voor nu is dit de mijne.
Hanna Bouaicha (1974), bijna afgestudeerd socioloog, is Arabier en geïnteresseerd in Joden. Bij voorbaat verdacht! Voor Frontaal Naakt bericht ze regelmatig vanuit Jeruzalem, waar ze de secularisering van joden onderzoekt. Lees hier en hier haar eerdere verslagen.





RSS