Boeken kopen
Peter Breedveld

Als zoon van een middenstander heb ik het altijd opgenomen voor de zelfstandige werker, die zijn geld verdient met een eerlijk product. Mijn hart gaat uit naar de ploeterende buurtwinkelier, de ambachtelijke bakker, de hartstochtelijke wijnhandelaar, de vriendelijke, behulpzame drogist. Zij hebben het moeten afleggen tegen supermarkten en franchiseketens met ongeïnteresseerd personeel dat van toeten noch blazen weet, maar waar je wel veel meer artikelen voor je geld krijgt.
Als boekenliefhebber en onverbeterlijke romanticus heb ik met lede ogen aangezien hoe de kleine boekhandelaartjes gestaag van de kaart worden geveegd door de bedrijven op Internet zoals Amazon.com en Bol.com. Een boek kopen is als het eten van een exquise maaltijd in een goed restaurant met betrokken gastheren en vrouwen, die verstand van zaken hebben. De boekverkoper is belezen en houdt net zoveel van boeken als ik, zijn advies is dus serieus te nemen. Soms heeft hij, omdat hij in de loop der jaren mijn smaak heeft leren kennen, iets voor me apart gelegd waarvan hij zeker weet dat ik het zal willen hebben. Hij heeft altijd gelijk. Elk boek wordt, voor het afrekenen, betast en besnoven. Er wordt een emotionele band gesmeed.
Kom daar maar eens om bij het steriele Bol.com.
Gisteren is er echter iets in me geknapt. Ik heb besloten om voortaan mijn boeken meteen op het Internet te kopen. Ik wilde mijn kinderen namelijk op een boek trakteren en daarom ben ik een hele middag op pad geweest. Zonder resultaat. Althans, één van hen wilde een boek van Paul van Loon, een Griezelbusomnibus en daaraan geen gebrek in de verschillende boekwinkels. Hele planken vol met Paul van Loon hebben ze. Carry Slee is er ook ruim vertegenwoordigd, net als Annie M.G. Schmidt en die stomvervelende Harry Potter.
Voor mijn oudste zoon (12) wilde ik echter een boek van zijn favoriete schrijver van dit moment, Philip Pullman. Pullman is de afgelopen jaren in de Angelsaksische wereld een superster geworden dankzij zijn His Dark Materials (Het Gouden Kompas) trilogie, een razendspannende fantasy-serie met filosofische inslag, waarin de atheïst Pullman korte metten maakt met geïnstitutionaliseerde religie. Binnenkort verschijnt er een big budget verfilming met Nicole Kidman en dan zullen Pullmans boeken (nu is er een Nederland een kleine, maar zeer toegewijde schare fans) niet aan te slepen zijn.
Maar nu: niks, nada. Nergens, in Den Haag en omstreken althans, heeft iemand Pullman in voorraad. Niet Het Gouden Kompas en ook niet de detectiveserie Sally Lockhart. De verkopers weten niet eens wie Philip Pullman is. Carry Slee, die kennen ze allemaal wel. En Annie M.G. Schmidt. En de alomtegenwoordige Harry Chinese watermarteling’ Potter.
Om mijn vierjarige dochter voor te lezen, zocht ik De Kleine Nicolaas van René Goscinny. Goscinny is bekend van de stripserie Asterix en De Kleine Nicolaas is een klassieker. De hartverscheurende, met empathie en prikkelende humor geschreven verhalen zijn geïllustreerd door de geniale minimalist Sempé. Onlangs zijn de boeken van De Kleine Nicolaas opnieuw uitgebracht en lovend besproken in Vrij Nederland.
Maar ook van De Kleine Nicolaas hebben de boekverkopers in de Haagse regio nog nooit gehoord. U noemt allemaal boeken die ik niet ken, zei een verkoopster op klagerige toon. Dit was nota bene in een kinderboekenwinkel in Voorburg. Een winkel met alleen maar kinderboeken, honderden kinderboeken staan er. Maar wie iets anders wil dan Carry Slee, Kikker, Nijntje, Paul van Loon, Annie M.G. Schmidt of de onverdraaglijke Harry Potter komt ook daar van een koude kermis thuis. Er staat daar niets wat de Bruna niet ook heeft. Alleen heel veel meer van hetzelfde.
Er lag ook een verwijt besloten in de klacht van de verkoopster. Waarom neemt u niet gewoon Annie M.G. Schmidt of Carry Slee, zoals iedereen? Doe toch niet zo moeilijk! Maar ik hoef die prekerige, hyperpolitiekcorrecte rotzooi van Carry Slee niet, en die quasi-ondeugende Annie O-o-o-wat-een-mal-mens’ M.G. Schmidt (als Jip en Janneke mijn blagen waren, hongerde ik ze uit in de kelder). Ik ga daar mijn kinderen niet aan blootstellen. Ik wil ze laten kennismaken met goede boeken. Peter Pan, bijvoorbeeld. Hebben ze niet. Don Quijote, hebben ze niet. Alice in Wonderland, hebben ze, maar als Disney-prentenboek. Pinokkio, hebben ze niet. Huckleberry Finn: Dat is toch niet voor kinderen? Ik begin niet eens over de boeken die mijn wereldbeeld hebben gevormd, die van Jules Verne en Karl May. Totáál in de vergetelheid geraakt.
Soms zegt een hulpvaardige verkoper: We kunnen het wel voor u bestellen, meneer. Maar wat denkt-ie nou, dat ik volgende week wel wéér helemaal zijn kant op kom fietsen voor een boek dat hij a) gewoon in de kast had moeten hebben staan en b) met drie muisklikken op het Internet is te bestellen, waarna een paar dagen later, netjes ingepakt, bij mij op de deurmat ligt?
Mijn liefde voor boekwinkels is inmiddels wel over. Twee weken terug zocht ik Lolita van Nabokov, één van de grootste werken van de naoorlogse wereldliteratuur en toen moest ik dezelfde martelgang ondergaan. Boekwinkels hebben, wat mij betreft, geen reden van bestaan meer. Voor boeken lezen lijken ook boekverkopers geen tijd meer te hebben, service is vooral het uit het hoofd kennen van de leesniveau’s en de daarbij behorende leeftijden (ik heb eens enorm veel moeite moeten doen, bij die Voorburgse kinderboekhandel, om de verkoopster ervan te overtuigen mij een boek te verkopen dat volgens haar te hoog gegrepen was voor mijn toen zevenjarige zoon Nee dit is AVI 9, hij moet AVI 3!) en overal moet je de eenheidsworst eten die de pot schaft. Stapels Khaled Hosseini en Paul Coelho zie je overal. Maar dan vul ik mijn avonden nog liever met Robert Jensen op de televisie.
Drie muisklikken. En binnen een paar dagen heb ik alle meesterwerken en klassiekers die ik wens.
Voor cd’s geldt hetzelfde. Bij Plato werd ik door een arrogante verkoper (waarom doen de verkopers van alternatieve muziekwinkels altijd of hun stront niet stinkt? Hallo! Je bent een verkoper!) eens recht in mijn gezicht uitgelachen toen ik naar cd’s van Arrested Development vroeg. Dat is hartstikke oud! smaalde hij. Ja, The Beatles niet, zeker. Maar dat hebben ze wél.
Het Internet heerst.





RSS