Frontaal
Naakt

3 november 2007

Altijd een vreemdeling

Daniel T. Boom

mk017def (368k image)

De nationaal coördinator terrorismebestrijding Tjibbe Joustra vindt moslims mensen op wie je beter niet te veel kritiek kunt hebben. Hij maakt zich namelijk zorgen dat zelfs gematigde moslims door kritiek op hun godsdienst kunnen radicaliseren. Van niet-islamitische Nederlanders ligt hij ’s nachts niet wakker, die zijn blijkbaar anders en worden nauwelijks boos als ze van orthodoxe moslims te horen krijgen dat hun samenleving niet deugt. Maar wat moslims betreft liggen de zaken duidelijk gevoeliger. Laten we daarom alsjeblieft voorzichtig zijn, zegt Joustra, met wat we zeggen en hoe we dat zeggen.

Dat is een schrikbarende conclusie. Ik dacht eigenlijk dat de problemen zich beperkten tot enkelingen met bepaalde ideeën, en niet hele bevolkingsgroepen betroffen. Maar wat blijkt? Volgens deskundige Tjibbe Joustra zijn ook gematigde moslims tikkende tijdbommen. Als hij gelijk heeft, dan vraag ik mij af waarom ik steeds hoor dat de integratie van twee kanten moet komen. Waarom zouden de Nederlanders ook maar een heel klein beetje willen gaan lijken op deze licht ontvlambare moslims?

Máxima en de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) hebben daar een oplossing op gevonden. Die vinden dat er helemaal geen duidelijke Nederlandse identiteit bestaat. Dat scheelt een hoop gedoe. Als het Nederlanderschap weinig inhoudt, dan is Nederland eigenlijk alleen maar een land waarvan je kunt zeggen dat er een heleboel blanke mensen wonen. Want als de bevolking van een land geen identiteit heeft, dan kunnen we de bewoners niet identificeren aan de hand van hun taal, gewoonten of geschiedenis. En dan blijft er maar één ding over: hoe ze er uitzien.

Daarmee wordt het erg lastig voor nieuwkomers uit Marokko en Turkije om Nederlander te worden, want deze mensen kunnen niet zomaar een andere huidskleur aantrekken. Ik begrijp daarom niet waarom ze bij de WRR de termen ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ afwijzen. Deze begrippen geven exact aan waar de scheidslijn door de Nederlandse samenleving loopt.

Neem mijzelf. Ik ben niet in Nederland geboren, maar omdat ik een blanke huidskleur heb, denkt iedereen dat ik autochtoon ben. Iemand met een donkere huidskleur daarentegen zal tot in lengte van dagen als allochtoon worden gezien, ook al is hij hier geboren en getogen. Dankzij mijn blanke huid mag ik direct gerekend worden tot de grote massa identiteitsloze, blanke Nederlanders. Wie hier wel geboren is en een kleur heeft, blijft altijd een vreemdeling.

Vooral voor jongeren die geen Nederlandse achtergrond hebben, is het lastig om je met een land te identificeren dat van zichzelf beweert geen identiteit te hebben. Mensen die tot een minderheid behoren zijn daar vaak trots op. Ze weten wie ze zijn. En dan helpt het de integratie niet als je voortdurend hoort dat de identiteit van de meerderheid geen betekenis heeft. Bovendien wekt het frustratie. Veel moslims vragen zich terecht af hoe ze dan Nederlander moeten worden. Moeten ze bloemkool eten of hun huid blank schilderen? Wat willen de Nederlanders van ze? Het is geen toeval dat je zo vaak hoort spreken over deze uiterlijkheden, want moslims krijgen nooit te horen dat de Nederlandse identiteit ook inhoud heeft.

Ik ken dat uit eigen ervaring. Hoe meer ik van de Nederlandse maatschappij te horen kreeg dat er geen Nederlandse identiteit bestond, des te sterker voelde ik mij aangetrokken tot mijn Joodse achtergrond. Die had tenminste wél inhoud. Zonder gelovig te zijn vond ik in het jodendom een antwoord op wie ik was. Uiteindelijk identificeerde ik me niet meer met Nederlanders maar met Joden, en vertrok ik naar Israël. Was ik een moslim geweest, dan was ik misschien naar Afghanistan gegaan. Of strenggelovig geworden. En als ik erg linkse ouders had gehad dan had ik me wellicht aangesloten bij de FARC in Colombia.

Eenmaal in Israël verloor mijn Joodse identiteit hoe langer hoe meer aan betekenis. In zekere zin is dat ook een reden waarom Israël bestaat. Het is een land waar het normaal is om Joods te zijn. En wanneer je in de meerderheid bent, ben jij de norm. Het enige nadeel hiervan is dat je wel eens de vergissing zou kunnen maken om te denken dat wie niet tot de meerderheid behoort ook aan die norm voldoet.

Zo leerde ik in Israël een aantal Russen kennen. Omdat ze langer in Israël woonden dan ik, spraken de meesten beter Hebreeuws. Ik raakte eraan gewend dat Russen Hebreeuws spreken. En dat idee nestelde zich zo stevig in mij dat ik tot de dag van vandaag een beetje verbaasd ben als ik buiten Israël een Rus tegenkom die geen Hebreeuws verstaat.

De gewenning aan de norm – het idee dat wat voor ons normaal is overal wel zo zal zijn – is de reden waarom sommige mensen denken dat de Nederlandse identiteit niet bestaat. Zolang je in Nederland bent, is het lastig je te realiseren dat het er elders anders aan toegaat dan hier. De Nederlandse identiteit bestaat uit de in Nederland geldende normen, bepaalde gedragsregels, de geschiedenis, de taal en de eigenaardigheden die alleen hier voorkomen.

Vertel maar eens aan iemand die niet uit Nederland komt dat op de dagen dat de Duitse bezetting herdacht wordt de Nederlanders zingen dat ze van Duitschen bloed zijn. Dan word je toch even raar aangekeken.

Natuurlijk is de Nederlandse identiteit lastig te definiëren. Daarom zijn er mensen die uit luiheid of idealisme beweren dat die helemaal niet bestaat. Het gevolg hiervan is dat je op een racistisch mensbeeld uitkomt, waarbij je niets anders over Nederlanders kunt zeggen dan dat het blanke mensen zijn. Of over moslims dat die niet tegen kritiek kunnen en daarom vatbaar zijn voor radicalisme.

Dat zijn rare ideeën. Van moslims die wonen in de islamitische wereld hoef je inderdaad niet te verwachten dat ze goed met kritiek kunnen omgaan. Maar als er ergens moslims wonen die dat wel kunnen dan is het hier. Ook al loopt de integratie minder goed dan gewenst, een groot deel wordt beïnvloed door de in Nederland dominante cultuur.

Dus laat maar komen die kritiek. Dat er geklaagd wordt, betekent alleen maar dat we nog in gesprek met elkaar zijn.

Om te voorkomen dat mensen als Máxima en Tjibbe Joustra met hun omgekeerd racisme bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, is het nodig om te benadrukken dat er wel degelijk een Nederlandse identiteit bestaat – een identiteit die nieuwkomers zich eigen kunnen maken en die daarmee als richtingwijzer werkt. Het zal veel frustratie wegnemen. En niet alleen onder een deel van de oorspronkelijke bevolking, dat zich dan niet langer zorgen hoeft te maken over de islamisering. Maar ook onder moslims, die zo niet langer voor de onmogelijke opgave staan om te moeten kiezen tussen de islam of integreren in het niets.

Daniel T. Boom (1972), heeft acht jaar in Israel gewoond en daar Engelse en Duitse literatuur gestudeerd. Hij is nu IT-er. Zijn devies: Aardbeien met slagroom. Dit betoog werd eerder gepubliceerd in dagblad Trouw.


Reacties gesloten. Reageren? Mail de redactie.

« home