Middelvinger
Hassnae Bouazza

Illustratie: Youji Muku
Gifgroene glitterpakken, protserige juwelen, dik opgelegde nichterigheid en zoete kitscherigheid waar de vullingen van uit je kiezen springen, niks is Arabische artiesten te gek. Hier mijn persoonlijke top drie van de meest in het oog springende mannelijke artiesten van Arabië.
De derde plaats gaat naar de Egyptische zanger en danser Sa’d el Saghir. Als mensen me vragen of ik kan buikdansen, antwoord ik steevast dat ik niet voor niks van die enorme billen en heupen heb; ze moeten immers ergens goed voor zijn. Wie El Saghir ziet dansen, weet ogenblikkelijk dat dat een slap excuus is. Deze man’ wiegt zijn heupen alsof zijn leven ervan af hangt en doet niet onder voor de beste vrouwelijke danseressen. De teksten van El Saghir zijn ook zeer de moeite: ik ben dol op fruit, en hou vooral van bananen en mango’.
El Saghir is net als zoveel van zijn collega’s zeer populair, maar ook omstreden: van zijn verdiende geld heeft hij een moskee gebouwd, fundamentalisten hebben echter opgeroepen niet naar de moskee te gaan, omdat het geld waarmee deze gebouwd is op zondige wijze zou zijn verkregen. Inmiddels heeft Sa’d zich toegelegd op religieuze liedjes, en ook die kennen zijn onmiskenbare diepgang.
De tweede plaats is voor Sha’ban Abdelrahim, ook wel liefkozend Sha’boulah genoemd. Deze Egyptische zanger brak door met zijn lied ik hou niet van Israel . De kans is groot dat het pro-Israëlische MEMRI dat de Arabische tv afspeurt naar anti-joodse en -Israëlische sentimenten, een dossier over hem heeft en de tekst van dit nummer uitgeschreven heeft. Meer nog dan met zijn liedjes, die niet van elkaar zijn te onderscheiden, valt deze vierkant gebouwde man op door zijn bizarre uiterlijk en zijn veelkleurige, glinsterende pakjes en vele sieraden. Sha’boulah doet niet aan ingetogenheid; hij draagt minstens een horloge aan elke pols. Fel, feller, felst is zijn kledingmotto en hoe meer kleuren hoe beter. Haute couture zoals u die niet eerder gezien heeft.
Op dit moment hoor je als éénkoppige jury mee te delen hoe moeilijk de verkiezing was, en hoe eigenlijk alle gegadigden de eerste prijs verdienden, maar dat is in dit geval niet zo. De overtuigende nummer één, de meest excentrieke en opvallende van Arabische zangers is toch wel Abdallah Belkhair. Deze khaliji uit de Emiraten is de populairste zanger van het land, boven de vijftig en pas sinds een aantal jaar getrouwd, omdat zijn moeder dat zo graag wilde.
Belkhair heeft de eerste plaats voor een groot deel te danken aan zijn optreden in het muziekprogramma Taratata waarin hij maar liefst vijf keer van kleding wisselde (omdat het programma zo anders is en zo gevarieerd en zo verscheiden en zo vernieuwend.) en de boel op z’n kop zette.
Deze man met kohl-omrande ogen doet met zijn geslis en het geknipper van z’n ogen lichtjes denken aan Benny Hill en praat in de overtreffende trap en superlatieven: Kunst is een geschenk van God. Het maakt het leven mooier, zoeter en fijner. (…) De boodschap van kunst is die van liefde, verliefdheid en toewijding. Over zijn collega, de nummer twee van deze lijst: wat ben ik blij, wat ben ik vrolijk, wat ben ik verrukt je te zien, Sha’boulah. Sha’boulah heeft eigenlijk geen uitdrukkingsvermogen op zn gezicht, desalniettemin was de verdwazing op z’n gezicht af te lezen. Zo traag als Sha’boulah is, zo springerig is Belkhair.
Na elke zin begint Belkhair te schaterlachen, als een losgeslagen dorpsgek of beter nog: als de vrouw op zolder in Jane Eyre. Als hij zingt, blaat hij een eind in de verte, overstemt zijn collega’s en danst als een kangaroo in het rond. Belkhair is overdreven, vermoeiend, maar tegelijk ook zo grappig, maar het allerbelangrijkste: eigenlijk geeft hij de behouden, Arabische golfstaten met zijn optreden en manier van zijn een grote, dikke middelvinger. Hij ziet er onschadelijk uit, hij is een clown, maar ondertussen doet hij gewoon waar hij zin in heeft en heeft hij maling aan alle conventionele regels die er gelden. Hij mag zijn titel een heel jaar lang met trots dragen.
2008 wordt hèt jaar voor schrijfster/journaliste (Vrij Nederland, VPRO, NIO) en Tolk Arabisch/Engels Hassnae Bouazza. Deze column is eerder gepubliceerd in Vrij Nederland.





RSS